• Beekman

    Landau – Tartakower (1931)

    Salo Landau en de schaamte van Nederland Robert Beekman We kennen hem als Nederlander. Maar hij kwam uit Polen. Op elfjarige leeftijd vertrekt het gezin Landau hals over kop naar Wenen. Het is zegge en schrijve 1914; de Eerste Wereldoorlog is net begonnen en de Russen rukken op. Het gezin Landau moet vluchten. Wenen kent echter een schrijnend tekort aan voedsel en Salo wordt naar vrienden in Rotterdam gestuurd. De rest van het gezin zou later volgen. Gelukkig blijft Nederland in die Eerste Wereldoorlog buiten schot en Salo Landau zou in Nederland opgroeien en uitgroeien tot de beste vooroorlogse schaker van Nederland – op Euwe na, natuurlijk. Maar dan komt…

  • 1918 - 1960

    Graaf van den Bosch

    Graaf Johannes van den Bosch was voor de tweede wereldoorlog een van de sterkste spelers van Nederland – na Euwe natuurlijk. Hij werd vierde op het NK van 1929, tweede op het NK van 1933 (het toernooi waar Olland achter het bord zou sterven), derde op het NK van 1938, tweede op het NK van 1939. Verder speelde hij in menig internationaal schaaktoernooi mee, waardoor hij zo ongeveer tegen alle groten uit het pre-oorlogs schaaktijdperk gespeeld heeft, zoals Capablanca, Aljechin, enzovoorts. Daarnaast speelde hij matches tegen vermaarde spelers, zoals Maroczy, Rubinstein, Flohr en Spielmann. Er is nog een boek over hem verschenen: Graaf van den Bosch. Bankier en schaker, geschreven…

  • 1918 - 1960

    Het NK van 1926

    Het NK te Utrecht in 1926 Robert Beekman In 1926 werd het kampioenschap van Nederland in Utrecht gehouden. Max Euwe werd overweldigend winnaar met 10 uit 11. Maar ook drie Utrechters deden mee: Olland, van Foreest en Pannekoek. Over hun lotgevallen gaat dit verslag. Ze eindigden anoniem in de middenmoot of daaronder, maar worden hier toch nog uit de vergetelheid opgerakeld. Hoogtepunten en dieptepunten uit de partijen van drie Utrechtse kopstukken. Met name aandacht voor het drama ‘Pannekoek’. Met dank aan Peter de Jong voor de vele kopieën die hij gemaakt heeft van de dagbladen en het curriculum van de Nederlandse Schaakbond. Het leverde me al het materiaal op dat…

  • 1918 - 1960

    J.H. Pannekoek

    In 1920 kwam Pannekoek (1905 – 1996) op vijftienjarige leeftijd vanuit Nederlands-Indië naar Nederland. In 1922 begon hij met zijn medicijnenstudie en werd lid van Schaakclub Utrecht. Aan het einde van zijn studie ging hij aan de slag als medicus en zei hij het actieve schaken vaarwel. Al met al waren het maar een paar jaren, van zijn zeventiende tot zijn tweeëntwintigste, die Pannekoek bij ‘Utrecht’ schaakte. Had hij het spel niet vaarwel gezegd, dan was hij, zoals Bouwmeester schrijft, misschien wel eens kampioen van Nederland geworden. Nu zijn slechts enkele tientallen partijen van hem bewaard gebleven, maar wie zijn schaakherinneringen hieronder leest, herkent iets van de spanning tussen de…

  • Beekman

    McDonnell – La Bourdonnais (1834)

    De Franse revolutie Robert Beekman 1.e4 e6. Dát was nog eens een Franse revolutie! Zo rond 1830 werd het voor het eerst gespeeld, in een tijd dat 1.e4 e5 de hele negentiende eeuw domineerde. Ik stel me zo voor dat de witspeler gezegd moet hebben: ‘Waarde Heer, bent u er wel van op de hoogte dat de pion ook twee stapjes vooruit mag?!’ En op zich was de bewuste vraag helemaal niet vreemd, want in die tijd bestonden de Europese schaakregels en de Indische schaakregels naast elkaar. Bij de Indische schaakregels mocht niet in één keer twee stapjes gezet worden. Café de Régence. In dit beroemde Café in Parijs werden…

  • Beekman

    Kramnik – Topalov (2006)

    Toiletgate! Robert Beekman 28 september 2006 Vrijdag was het dan zover. Topalov stond op het punt om de strijd om het wereldkampioenschap te verlaten. En Kramnik bleef niet achter: ook hij dreigde te vertrekken. Een dag tevoren had manager Danailov een brief gestuurd aan de FIDE, met daarin de boodschap dat het gedrag van Kramnik toch wel heel erg vreemd was. Per partij ging hij 25 keer naar de rest room en van daaruit 50 keer naar de wc. De wc is de enige plek zonder video surveillance en dat is erg verdacht, natuurlijk. Als voorbeeld noteert Danailov het volgende gedrag uit de derde partij: 15.54 – Kramnik speelt zet…

  • Beekman

    Spassky – Kortsnoi (1977)

    De onmenselijke comeback Robert Beekman 1972. Spassky wordt verpletterd door Fischer. Nog nooit had Fischer van hem gewonnen. Spassky had een duidelijke plusscore tegen hem. En dan begint hij ook nog met twee punten voorsprong. Twee punten die hem zo in de schoot geworpen worden. Fischer antwoordt echter met een ongelooflijke comeback. Punt na punt wordt binnengehaald en uiteindelijk wordt de match met vier punten voorsprong gewonnen. Daarvoor was wel een klein beetje onbetamelijk bedrag voor nodig. Onbetamelijk gedrag dat Spassky van slag bracht. Tal achteraf: “Dat Spassky van Fischer verloor is geen schande. Maar de wijze waarop hij verloor was niet om aan te zien. Spassky liet zich als…

  • Beekman

    Svidler – Kasparov (1999)

    Het positionele pionoffer Robert Beekman De kracht van het loperpaar is bijna spreekwoordelijk, hoewel niet iedereen de juiste techniek laat zien om het netjes tot de winst te voeren. Soms is het loperpaar zelfs een volle pion waard, wordt nog wel eens beweerd. Misschien is dat wel zo, maar nauwkeuriger lijkt de formulering dat het bezit van het loperpaar een prima basis is voor een positioneel pionoffer. Ooit las ik ergens een definitie van een positioneel offer dat mij nog altijd aanspreekt: bij een positioneel offer is de ene speler wel in staat zijn / haar stelling te versterken en de ander niet. Het mooiste voorbeeld hiervan is en blijft…

  • Beekman

    Kasparov – Bagirov (1978)

    Mens en computer Robert Beekman In het 46ste kampioenschap van de oude Sovjet-Unie, speelde de toen vijftienjarige Kasparov tegen Bagirov. Met wit kreeg Kasparov de Caro-Kann voorgeschoteld en koerste hij op een offer op e6 af. Hij bereidde het keurig netjes voor, maar toen het er op aankwam, deed-ie het toch niet. Hij twijfelde. Maar waarom toch? Alles was naar dit ene hoogtepunt toe geleid. De Grote Kasparov twijfelde en wikkelde af naar een eindspel. De partij eindigde daarop snel in remise. Maar dan komt de post-mortem analyse. Al gauw krijgt de partij flink wat belangstelling van collega grootmeesters. Kasparov legde uit dat hij Pxe6 wilde spelen, maar dat hij…

  • Beekman

    Karpov – Roshal (1962)

    De kleine Karpov Karpov is altijd al klein van stuk geweest, maar toen hij elf jaar oud was, was hij nog kleiner dan klein. Zo klein dat de ogen op de grond gericht moesten zijn om hem te ontdekken. Als elfjarige kreeg hij les van IM Alexander Roshal. De zaal was gevuld met leergierige jongens en Alexander gaf zo hier en daar instructie en uitleg. Hem viel gelijk al op dat dit ene kleine jongetje anders was dan de andere, veel grotere jongens. Het verschil was gelegen in de speelstijl. De oudere jongens offerden de hele tijd, links en rechts, overal waar maar kon. Karpov, daarentegen, gaf geen enkele pion…