Toiletgate! Robert Beekman 28 september 2006 Vrijdag was het dan zover. Topalov stond op het punt om de strijd om het wereldkampioenschap te verlaten. En Kramnik bleef niet achter: ook hij dreigde te vertrekken. Een dag tevoren had manager Danailov een brief gestuurd aan de FIDE, met daarin de boodschap dat het gedrag van Kramnik toch wel heel erg vreemd was. Per partij ging hij 25 keer naar de rest room en van daaruit 50 keer naar de wc. De wc is de enige plek zonder video surveillance en dat is erg verdacht, natuurlijk. Als voorbeeld noteert Danailov het volgende gedrag uit de derde partij: 15.54 – Kramnik speelt zet…
-
-
Spassky – Kortsnoi (1977)
De onmenselijke comeback Robert Beekman 1972. Spassky wordt verpletterd door Fischer. Nog nooit had Fischer van hem gewonnen. Spassky had een duidelijke plusscore tegen hem. En dan begint hij ook nog met twee punten voorsprong. Twee punten die hem zo in de schoot geworpen worden. Fischer antwoordt echter met een ongelooflijke comeback. Punt na punt wordt binnengehaald en uiteindelijk wordt de match met vier punten voorsprong gewonnen. Daarvoor was wel een klein beetje onbetamelijk bedrag voor nodig. Onbetamelijk gedrag dat Spassky van slag bracht. Tal achteraf: “Dat Spassky van Fischer verloor is geen schande. Maar de wijze waarop hij verloor was niet om aan te zien. Spassky liet zich als…
-
Svidler – Kasparov (1999)
Het positionele pionoffer Robert Beekman De kracht van het loperpaar is bijna spreekwoordelijk, hoewel niet iedereen de juiste techniek laat zien om het netjes tot de winst te voeren. Soms is het loperpaar zelfs een volle pion waard, wordt nog wel eens beweerd. Misschien is dat wel zo, maar nauwkeuriger lijkt de formulering dat het bezit van het loperpaar een prima basis is voor een positioneel pionoffer. Ooit las ik ergens een definitie van een positioneel offer dat mij nog altijd aanspreekt: bij een positioneel offer is de ene speler wel in staat zijn / haar stelling te versterken en de ander niet. Het mooiste voorbeeld hiervan is en blijft…
-
Kasparov – Bagirov (1978)
Mens en computer Robert Beekman In het 46ste kampioenschap van de oude Sovjet-Unie, speelde de toen vijftienjarige Kasparov tegen Bagirov. Met wit kreeg Kasparov de Caro-Kann voorgeschoteld en koerste hij op een offer op e6 af. Hij bereidde het keurig netjes voor, maar toen het er op aankwam, deed-ie het toch niet. Hij twijfelde. Maar waarom toch? Alles was naar dit ene hoogtepunt toe geleid. De Grote Kasparov twijfelde en wikkelde af naar een eindspel. De partij eindigde daarop snel in remise. Maar dan komt de post-mortem analyse. Al gauw krijgt de partij flink wat belangstelling van collega grootmeesters. Kasparov legde uit dat hij Pxe6 wilde spelen, maar dat hij…
-
Karpov – Roshal (1962)
De kleine Karpov Karpov is altijd al klein van stuk geweest, maar toen hij elf jaar oud was, was hij nog kleiner dan klein. Zo klein dat de ogen op de grond gericht moesten zijn om hem te ontdekken. Als elfjarige kreeg hij les van IM Alexander Roshal. De zaal was gevuld met leergierige jongens en Alexander gaf zo hier en daar instructie en uitleg. Hem viel gelijk al op dat dit ene kleine jongetje anders was dan de andere, veel grotere jongens. Het verschil was gelegen in de speelstijl. De oudere jongens offerden de hele tijd, links en rechts, overal waar maar kon. Karpov, daarentegen, gaf geen enkele pion…
-
Karpov – Kortsnoi (1978)
Subtiliteiten in de openingsvolgorde Robert Beekman Nog altijd kan ik binnenpret niet onderdrukken als ik denk aan het verhaal van Kortsnoi, links in beeld, toen hij zich voorbereidde op zijn match om het wereldkampioenschap tegen Karpov. Met zwart zou hij ongetwijfeld geconfronteerd worden met de Tarrasch in het Frans. Dat wil zeggen: 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2. Kortsnoi, hoewel alom geroemd als een groot kenner van het Frans, had daar toch wel een hard hoofd in. Zelf speelde hij 3… c5, waarop hij vervolgens ongetwijfeld opgezadeld zou blijven met een geïsoleerde pion. En aangezien Karpov bekend stond als iemand met groot manoeuvreervermogen en gevoel voor kleine details, zou dit betekenen…
-
Karpov – Kasparov (1984)
De dag der schande De eerste keer dat Kasparov en Karpov tegen elkaar speelden: een simultaan 1975. Karpov is wereldkampioen en Kasparov 12 jaar oud. Karpov won, maar Kasparov stond op een gegeven moment heel goed. In 1984 werd een wereldkampioenschap gespeeld waar vele schakers halsreikend naar uitkeken. Karpov – Kasparov. De eerste was onbetwist wereldkampioen van het afgelopen decennium en de laatste was een onwaarschijnlijk jong talent van 22 jaar die met wervelend combinatiespel de toeschouwers op de banken kreeg. Dat moest nog eens wat worden! Hoe anders was de werkelijkheid. Karpov had na negen partijen een voorsprong verkregen van 4-0. Met dank aan zijn positioneel talent. Vervolgens groef…
-
Leo Nardus
Leo Nardus (1868 – 1955) Robert Beekman 5 mei 1868 ziet hij het levenslicht. Leonardus Salomon. Geboren en getogen in Utrecht. Eenmaal volwassen wordt hij globetrotter. Hij is goudzoeker in Argentinië, kunsthandelaar in New York, schilder in Parijs, trouwt in Londen, woont letterlijk overal en nergens – Egypte, Barcelona, Blaricum, Algerije -, voordat hij zijn nadagen slijt in Tunesië, waar hij in 1955 sterft. Als schilder en portrettekenaar verkoopt hij een aantal van zijn producten en die van anderen als meesterwerken van oude meesters. De kunsthandel maakt hem schatrijk. In het boek van El-Kateb Narriman staat dat hij l’homme aux cinquante millions genoemd wordt: de man van vijftig miljoen. Leonardus…
-
Esser en Leussen
In 1899 kwamen Esser en Leussen, twee studenten uit Leiden, naar Utrecht. Olland schrijft in het clubblad van SCU dat de belangrijkste reden was dat de Utrechtse competitie in die tijd onvergelijkbaar sterk was. Zowel Esser als Leussen hadden toen al naam gemaakt als veelbelovend schaker, en zouden die beloften ook deels inlossen. Esser als Nederlands kampioen, Leussen bijna Nederlands kampioen, beiden bekroond tot meester, beiden konden internationaal nog een beetje bijbenen. Beiden kozen overigens ook voor een maatschappelijke carrière. Esser en Leussen zijn, met enige onderbrekingen, jarenlang lid geweest van ‘Utrecht’. Al die tijd bleek Olland toch de sterkste en in vele gespeelde matches kon Esser eerst in 1910…
-
Dirk van Foreest
Dirk van Foreest (1862 – 1956) Robert Beekman De broers Van Foreest zijn een begrip geweest in het Nederlandse schaakleven. Eind vorige eeuw behoorden de gebroeders Van Foreest tot de vaderlandse top. Arnold van Foreest (1863-1954) zou een fractie minder sterk zijn geweest dan Dirk, die driemaal in successie het toen nog officieuze kampioenschap van Nederland won, in 1885, 1886 en 1887 en daarna terug trad vanwege zijn drukke dokterspraktijk. Dirk van Foreest speelde eigenlijk niet bij Schaakclub Utrecht. Hij speelde eerst bij VAS, en later bij BSG. Hij kwam wel regelmatig bij Schaakclub Utrecht langs, voornamelijk omdat zijn broer bij SCU speelde. Soms speelde Dirk tegen Olland, vaker voelde…