Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout (2) Hans Bouwmeester …. maar tegelijk een vijfje op het blaadje leggende; want zo was hij. Hildebrand Nurks zat die ochtend weer op zijn bekende plaats. Hij keek nog somberder dan anders. “Gaat het soms niet goed met Pratend Nederland“, vroeg ik beleefd. “Dat valt mee,” zo antwoordde hij, “ik heb al meer dan 30.000 klanten. Nee, ik heb een afgebroken partij. Ik heb er niet van kunnen slapen. Je komt als geroepen!” Nurks toonde mij op zijn zakschaakspel de volgende positie: “Je begrijpt, dat ik met wit aan zet ben en dat ik die a-pion moet tegenhouden. Maar wat doe ik tegen ……
-
-
Nurks (1)
Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout Hans Bouwmeester Er verschijnen tegenwoordig schaaktijdschriften waar je niet vrolijker van wordt. En zo gebeurt het mij nog al eens dat ik een sombere bui probeer te verdrijven met een wandeling door de Haarlemmerhout. Steevast tref ik bij het standbeeld van Hildebrand mijn oude vriend Nurks aan. Hij is een verre nazaat van zijn beroemde naamgenoot die in de even befaamde Camera Obscura is vereeuwigd. Ook deze Nurks is een kankerpit van de eerste orde en ik kan hem dus als een geestverwant zien. Onlangs trof ik hem daar op een bank bij de mooie beeldjes van Bronner. Die beelden moeten eigenlijk dag en…
-
Emilian Dobrescu
Schoonheid en titulatuur Hans Bouwmeester Wie wel eens van Emilian Dobrescu (links in beeld) gehoord heeft, mag een vinger opsteken. Volgens mijn gegevens is hij een gepromoveerd macro-econoom en sinds 1967 hoogleraar in Boekarest. Volgens een Roemeense schaakcollega was hij tevens economisch adviseur van een regering die in onze gematigde streken als dubieus bekend stond. En, alsof dat alles nog niet genoeg is: hij is grootmeester van de schaakcompositie. Onlangs verscheen bij Arves een boek waarin ruim 150 studies van Dobrescu zijn verzameld. De oplossingen zijn alle in telegramstijl beschreven en die methode zal zeker niet aantrekkelijk zijn voor de gemiddelde schaakspeler, die in het algemeen pas voor een mooie…
-
John Nunn
Eindspelen, correctors en computers Hans Bouwmeester Wie zijn analytische vermogens op het schaakbord eens wil testen moet het laatste boek van John Nunn (links in beeld) kopen, dat hij onder de titel Endgame Challence heeft laten verschijnen. Er staan 250 studies in als uitdaging aan de oplosser en het tweede deel van het boek geeft uitvoerige beschouwingen en analyses. Nunn heeft met behulp van de database van Harold van der Heijden ongeveer 20.000 eindspelen onderzocht, heeft in ruim 1000 studies fouten ontdekt met behulp van Deep Fritz en de Nalimov tablebases en merkte dat zelfs hoog bekroonde werken niet feilloos waren. Zo kwam hij, aldus zijn inleiding, tot een selectie…
-
Zweig en Schachnovelle
Robert Beekman Wereldberoemd. Wereldberoemd is dit boek van Stefan Zweig: Schachnovelle. Niet alleen omdat het briljant geschreven is. Het komt omdat Stefan Zweig in de twintiger en dertiger jaren zelf wereldberoemd schrijver was en in 1942 samen met zijn vrouw zelfmoord pleegde uit protest tegen de waanzin die de wereld overkomen was. Hij wilde niet meemaken en kon het niet verdragen dat zijn geliefde Europa en de inwoners die hem dierbaar waren door de Nazi’s kapot gemaakt werden. Want hij was joods. In 1934 vluchtte Stefan Zweig al naar Engeland. De Nazi’s hadden toen net de macht gegrepen. In 1936 zouden alle romans van Stefan Zweig verboden worden. Later verdwenen…
-
Botwinnik – Tal (1960)
Tal en Botwinnik Robert Beekman In 1960 en 1961 speelde Tal en Botwinnik twee matches om de wereldtitel. Tal won, zoals bekend, de eerste, Botwinnik won de return-match, waarop de wereldkampioen in die tijd altijd recht had. De matches waren een interessante discussie tussen activiteit versus positiespel. Volgens Sosonko zou in 1958 gedurende de schaakolympiade van München het volgende gebeurd zijn. Botwinnik is al zo’n tien jaar wereldkampioen en loopt als een patriarch langs de Russische borden. Wie is die jonge invaller op bord 4 eigenlijk? Streng spreekt Botwinnik hem toe als hij zich een frivool pionoffer veroorlooft. Waarom offer jij die pion? Tal maakte een achteloos gebaar met zijn…
-
Steinitz – Chessclub Liverpool (1899)
Steinitz en God Robert Beekman Aan het eind van zijn leven gaat het fysiek steeds slechter met Wilhelm Steinitz. Hij liep nog maar moeizaam en je kon aan hem zien dat hij een gebroken man was. Tot het allerlaatst toe bleef hij aan toernooien meedoen waar hij ook de wereldtop tegenkwam. Tot het allerlaatst toe bleef hij tot de laatste pion doorvechten. Want dat was Steinitz: een knokker met eerste klas vechtersmentaliteit. En dat is nog het meest duidelijk te zien in het gambiet dat zijn naam draagt: 1.e4 e5 2.Pc3 Pc6 3.f4 exf4 4.d4 Dh4 5.Ke2. Zie links. Steinitz hierover in 1883: “Het belangrijkste doel van dit gambiet is…
-
Simagin – Chistiakov (1946)
Onbekende Russische schakers Robert Beekman Vorige week citeerde Grigori Kodentsov nog de Russische grootmeester Leonid Stein: “He who risks, may lose, but he who does not risk, loses.” Stein stierf veel te vroeg. Op 38-jarige leeftijd overleed hij in 1973 aan een hartaanval, nog steeds op het hoogtepunt van zijn carrière. Links een foto van hem. Stein was een briljante aanvaller die de hele wereldtop zonder problemen aankon. Het probleem was alleen dat er nog meer Russische kandidaten voor het wereldkampioenschap waren. In 1961 en 1964 kwalificeerde hij zich glansrijk voor de play offs, maar omdat het aantal kandidaten uit één land beperkt was tot drie, mocht hij toch niet…
-
Spassky – Tal (1958)
Langs de poorten van de hel Robert Beekman 1958. Het kampioenschap van de Sovjet-Unie wordt gespeeld in Riga, de geboorteplaats van Mikhail Tal. In de laatste ronde staan Tigran Petrosian en Mikhail Tal bovenaan met 11,5 uit 17 wedstrijden. Op de derde plaats stonden Youri Averbach en Boris Spassky met 10,5 punt. De laatste ronde: Averbach – Petrosian en Spassky – Tal! Drie wereldkampioenen strijden om te titel, maar ze weten dat nog niet. Tal, Petrosian en Spassky moeten namelijk nog wereldkampioen worden, want dit is pas 1958. Boven een foto van Tal tegen Spassky gedurende een vluggertje. Petrosian biedt een volle toren aan, maar Averbach weigert het aanbod en…
-
Johner – Nimzowitsch (1926)
De mysterieuze torenzet Robert Beekman Ook de mysterieuze torenzet is een concept van Aron Nimzowitsch. De toren wordt dan achter de eigen pion gezet, wat op zichzelf hoogst inefficiënt is. Een toren hoort immers op een (half)open lijn thuis. Maar staande achter zijn eigen pion, en wellicht een beetje verveeld, wacht de toren tot de tegenstander het enige of belangrijkste plan uitvoert door een bepaalde pion op te spelen, waarna de toren alsnog de ruimte krijgt die het nodig heeft. De mysterieuze torenzet is daarmee onderdeel van de prophylaxe, die net als het blokkerende paard en de Uberdeckung bij het door Nimzowitsch ontwikkelde “Systeem” horen. Een onvoorstelbare indruk heeft hij…