Adolf Georg Olland (één van de vier oprichters van SCU) schreef, toen hij het clubblad van Schaakclub Utrecht voor het eerst uitbracht in 1923, een serie artikelen waarin hij de geschiedenis van Schaakclub Utrecht beschreef. Hieronder staan deze artikelen. Het eerste artikel dateert van 8 maart 1923 en in datzelfde jaar schrijft hij ook de andere vijf artikelen. De historie van Schaakclub Utrecht Adolf Georg Olland I Nu de Schaakclub Utrecht zich in een voortdurende bloei mag verheugen en nu als nieuw bewijs hiervan dit blaadje verschijnt, zal het den leden der club en allen, die belangstellen in het schaakleven in de oude bisschopsstad, naar wij meenen welkom zijn iets…
-
-
A.J.A. Prange
A.J.A. Prange (1863 – 1916) Prange is één van de vier oprichters van Schaakclub Utrecht geweest – volgens Olland de belangrijkste. Hij woonde in Utrecht en haalde de Schaakvereeniging Utrecht over om lid te worden van de landelijke schaakbond. Ter gelegenheid daarvan is de naam veranderd in Schaakclub Utrecht. Dat was zeggen en schrijven oktober 1886. Bij zijn dood heeft Olland een In Memoriam geschreven het tijdschrift De Amsterdammer. Dit In Memoriam verscheen op 2 september 1916 en is hieronder overgenomen, mede omdat het een belangrijk document is over de geschiedenis van Schaakclub Utrecht. Daaronder een artikel van Erik Olof uit ons clubblad; daaronder nog twee latere artikelen van Robert…
-
Vrouwen en arbeiders
Hoe elitair is de Schaakclub Utrecht? Erik Olof Zeker in de negentiende eeuw is het schaken een bezigheid geweest van de elite, een smalle bovenlaag in de samenleving, die het zich kon veroorloven enige uren per week aan dit spel te wijden. De schaaksociëteit was bedoeld voor de oudere, deftige heren, notabelen, burgers met aanzien en jongeren die in de wieg gelegd leken om dat te worden. Tot op heden is iets van deze reuk aan het schaken blijven hangen, in tegenstelling tot de dammers. Een beeld van Schaakclub Utrecht, ergens begin twintigste eeuw. Ofschoon ‘Utrecht’ geen uitzondering vormt op deze regel, heeft het verenigingsleven altijd vrijzinnige trekjes vertoond. De…
-
Multatuli
Eduard Douwes Dekker (1820 – 1887) Robert Beekman De relatie tussen Schaakclub Utrecht en Multatuli is broos. Op Wikipedia werd beweerd dat Multatuli lid is geweest van SCU. Die bewering was hoogst discutabel: hij is niet terug te vinden op één of andere ledenlijst. Multatuli was daarom hoogstwaarschijnlijk geen lid van SCU of de Utrechtsche Schaakvereeniging; twee lieden waarmee hij correspondeerde wel. Toch een artikel over Multatuli: omdat zijn naam iets zegt over de tijdgeest waarin Schaakclub Utrecht ontstaan is. Hoe broos de relatie ook moge zijn; de invloed van Multatuli op het Schaakclub Utrecht van de negentiende eeuw is des te sterker. Multatuli, links in beeld, is een icoon…
-
Ontstaan van SCU, visie Olland
Olland vs Olof Robert Beekman In het vorige jubileumboek Eeuwig Schaak (100 jaar Schaakclub Utrecht) poneert Erik Olof de volgende stelling. De conclusie ligt voor de hand en kan bij deze getrokken worden: de ‘Utrechtsche Schaakvereeniging’ is de werkelijke oorsprong van Schaakclub Utrecht en vloeit als vanzelf over in de SC. Utrecht, na een aardig intermezzo als afdeling van de schaakbond. Wat mag nu het voorstel zijn, bij de viering van het eeuwfeest van de Schaakclub Utrecht? Gewoon doen alsof de club honderd jaar bestaat en als alle festiviteiten achter de rug zijn, maken we laconiek bekend dat het eigenlijk 115 jaar is. De kern van Olofs betoog is dat…
-
Ontstaan van SCU, visie Olof
Op zoek naar de oorsprong van Schaakclub Utrecht. Wanneer was precies de oprichtingsdatum? Wat was de aanleiding van de oprichting? Wat gebeurde er rond die tijd? Het was niet eenvoudig een antwoord op deze vragen te vinden! Uiteindelijk is het Erik Olof toch gelukt. Hieronder een verslag van een reis door de geschiedenis. Dit artikel komt uit het jubileumboek 100 jaar SCU. Het artikel dat hierna komt is de visie van Olland, een reactie op dit artikel van Robert Beekman. Die komt uit het jubileumboek 125 jaar SCU. Speurtocht naar de oorsprong Erik Olof Wanneer is het nu allemaal begonnen bij de Schaakclub Utrecht? Er is een formele, statutair vastgelegde…
-
Fischer – Kovacevic (1970)
Welhaast ondoorgrondelijk Robert Beekman Er zijn van die partijen die later nog veel discussie opleveren. Objectief gesproken is elke schaakstelling nog wel uit te analyseren, maar wat er achter het bord zelf gebeurde, is welhaast ondoorgrondelijk. Links is zo’n voorbeeld daarvan. Zwart is hier aan zet, en wat zou u zelf gespeeld hebben? Om deze stelling te begrijpen, zullen we terug moeten keren naar 1970. Fischer rules the world. Hij wint zowat alles in de aanloop naar de strijd om de wereldtitel tegen Spassky. Zijn overmacht was zelfs zo sterk dat Kasparov hem later tot grootste speler aller tijden zou uitroepen. Tenminste, als we het verschil tussen een speler en…
-
Fischer – Bolbochan (1962)
Fischer en de loperdiagonaal Robert Beekman De loperdiagonaal is lastiger om te zien dan de torenlijn. Voor de schaker kan het handig zijn zich daarvan bewust te zijn. Tc8xc1 ziet iedereen in een flits, maar La2xg8 wordt minder snel gezien. Soms moet de schaker de diagonaal zelf volgen, wat bij Tc8xc1 niet hoeft. De toren maakt in de hersens van de schaker automatisch een sprong. Nu zijn de schakers die wel gewend en als de loper bijvoorbeeld gericht is op de koningsvleugel waar een aanval ingezet wordt, zijn alle schakers zich de hele tijd bewust van de aanwezigheid en macht van de loper. Maar onverwachtse diagonalen worden nog wel eens…
-
Fischer – Reshevsky (1961)
Tijdnood Robert Beekman Eén van de lastigste onderdelen in schaken is het omgaan met tijd. Telkens weer taxeren of het nog zin heeft om een bepaalde variant wel of niet goed door te rekenen. Het middenspel is bij uitstek de fase waar de meeste tijd aan gespendeerd wordt bij schaken. Het eindspel moet dan maar wat sneller gespeeld worden. Reshevsky was één van die notoire tijdnoodschakers. En hij was daar tamelijk optimistisch over. Volgens Sammy was het helemaal niet zo ongunstig dat hij altijd in tijdnood zat. Hij had de stelling dan juist bijzonder goed doorgrond en wist precies wat hij in de laatste fase voor de tijdcontrole moest spelen.…
-
Botwinnik – Fischer (1962
Drie legendarische wereldkampioenen Robert Beekman Eén van de legendarische partijen van de moderne geschiedenis is die tussen Mikhail Botwinnik en Bobby Fischer, gespeeld in de Olympiade te Varna (Bulgarije) in 1962. De enige keer dat ze elkaar achter het bord zouden ontmoeten. Fischer was toen 18 jaar oud; Botwinnik 51 en het jaar ervoor voor de derde keer wereldkampioen geworden door de rematch tegen Tal te winnen. Een foto van die ene keer dat Fischer en Botwinnik de strijd tussen Rusland en Amerika vorm gaven. Tevoren was er al een heleboel stennis ontstaan. Fischer had namelijk tegen de pers gezegd: “Ik denk dat ik Botwinnik kan verslaan.” Hij zei niet:…