Eduard Douwes Dekker (1820 – 1887) Robert Beekman De relatie tussen Schaakclub Utrecht en Multatuli is broos. Op Wikipedia werd beweerd dat Multatuli lid is geweest van SCU. Die bewering was hoogst discutabel: hij is niet terug te vinden op één of andere ledenlijst. Multatuli was daarom hoogstwaarschijnlijk geen lid van SCU of de Utrechtsche Schaakvereeniging; twee lieden waarmee hij correspondeerde wel. Toch een artikel over Multatuli: omdat zijn naam iets zegt over de tijdgeest waarin Schaakclub Utrecht ontstaan is. Hoe broos de relatie ook moge zijn; de invloed van Multatuli op het Schaakclub Utrecht van de negentiende eeuw is des te sterker. Multatuli, links in beeld, is een icoon…
-
-
Ontstaan van SCU, visie Olland
Olland vs Olof Robert Beekman In het vorige jubileumboek Eeuwig Schaak (100 jaar Schaakclub Utrecht) poneert Erik Olof de volgende stelling. De conclusie ligt voor de hand en kan bij deze getrokken worden: de ‘Utrechtsche Schaakvereeniging’ is de werkelijke oorsprong van Schaakclub Utrecht en vloeit als vanzelf over in de SC. Utrecht, na een aardig intermezzo als afdeling van de schaakbond. Wat mag nu het voorstel zijn, bij de viering van het eeuwfeest van de Schaakclub Utrecht? Gewoon doen alsof de club honderd jaar bestaat en als alle festiviteiten achter de rug zijn, maken we laconiek bekend dat het eigenlijk 115 jaar is. De kern van Olofs betoog is dat…
-
Ontstaan van SCU, visie Olof
Op zoek naar de oorsprong van Schaakclub Utrecht. Wanneer was precies de oprichtingsdatum? Wat was de aanleiding van de oprichting? Wat gebeurde er rond die tijd? Het was niet eenvoudig een antwoord op deze vragen te vinden! Uiteindelijk is het Erik Olof toch gelukt. Hieronder een verslag van een reis door de geschiedenis. Dit artikel komt uit het jubileumboek 100 jaar SCU. Het artikel dat hierna komt is de visie van Olland, een reactie op dit artikel van Robert Beekman. Die komt uit het jubileumboek 125 jaar SCU. Speurtocht naar de oorsprong Erik Olof Wanneer is het nu allemaal begonnen bij de Schaakclub Utrecht? Er is een formele, statutair vastgelegde…
-
Fischer – Kovacevic (1970)
Welhaast ondoorgrondelijk Robert Beekman Er zijn van die partijen die later nog veel discussie opleveren. Objectief gesproken is elke schaakstelling nog wel uit te analyseren, maar wat er achter het bord zelf gebeurde, is welhaast ondoorgrondelijk. Links is zo’n voorbeeld daarvan. Zwart is hier aan zet, en wat zou u zelf gespeeld hebben? Om deze stelling te begrijpen, zullen we terug moeten keren naar 1970. Fischer rules the world. Hij wint zowat alles in de aanloop naar de strijd om de wereldtitel tegen Spassky. Zijn overmacht was zelfs zo sterk dat Kasparov hem later tot grootste speler aller tijden zou uitroepen. Tenminste, als we het verschil tussen een speler en…
-
Fischer – Bolbochan (1962)
Fischer en de loperdiagonaal Robert Beekman De loperdiagonaal is lastiger om te zien dan de torenlijn. Voor de schaker kan het handig zijn zich daarvan bewust te zijn. Tc8xc1 ziet iedereen in een flits, maar La2xg8 wordt minder snel gezien. Soms moet de schaker de diagonaal zelf volgen, wat bij Tc8xc1 niet hoeft. De toren maakt in de hersens van de schaker automatisch een sprong. Nu zijn de schakers die wel gewend en als de loper bijvoorbeeld gericht is op de koningsvleugel waar een aanval ingezet wordt, zijn alle schakers zich de hele tijd bewust van de aanwezigheid en macht van de loper. Maar onverwachtse diagonalen worden nog wel eens…
-
Fischer – Reshevsky (1961)
Tijdnood Robert Beekman Eén van de lastigste onderdelen in schaken is het omgaan met tijd. Telkens weer taxeren of het nog zin heeft om een bepaalde variant wel of niet goed door te rekenen. Het middenspel is bij uitstek de fase waar de meeste tijd aan gespendeerd wordt bij schaken. Het eindspel moet dan maar wat sneller gespeeld worden. Reshevsky was één van die notoire tijdnoodschakers. En hij was daar tamelijk optimistisch over. Volgens Sammy was het helemaal niet zo ongunstig dat hij altijd in tijdnood zat. Hij had de stelling dan juist bijzonder goed doorgrond en wist precies wat hij in de laatste fase voor de tijdcontrole moest spelen.…
-
Botwinnik – Fischer (1962
Drie legendarische wereldkampioenen Robert Beekman Eén van de legendarische partijen van de moderne geschiedenis is die tussen Mikhail Botwinnik en Bobby Fischer, gespeeld in de Olympiade te Varna (Bulgarije) in 1962. De enige keer dat ze elkaar achter het bord zouden ontmoeten. Fischer was toen 18 jaar oud; Botwinnik 51 en het jaar ervoor voor de derde keer wereldkampioen geworden door de rematch tegen Tal te winnen. Een foto van die ene keer dat Fischer en Botwinnik de strijd tussen Rusland en Amerika vorm gaven. Tevoren was er al een heleboel stennis ontstaan. Fischer had namelijk tegen de pers gezegd: “Ik denk dat ik Botwinnik kan verslaan.” Hij zei niet:…
-
Fischer – Taimanov (1971)
Het Fischer eindspel Robert Beekman Een algemeen gedachtengoed in de schaakwereld is het principe dat een toren plus loper in het eindspel beter is dan toren plus paard. De theorie luidt dat bij een eindspel van loper tegen paard de eerstgenoemde weliswaar een breder bereik heeft, maar slechts de helft van het aantal velden kan bestrijken. Met een toren erbij is dat nadeel gecompenseerd, en dan brengt het voordeel van de loper een groter gewicht in de schaal. Dat principe is deelgenoot van ons geworden sinds de Fischer – Taimanov match van 1971, die deel is van Fischers triomftocht naar de wereldtitel. Fischer zou heel goed begrepen hebben hoe gunstig…
-
Barcza – Fischer (1959)
Tot het bittere einde toe Robert Beekman Legendarisch zijn die partijen die tot het bittere einde uitgespeeld worden. De twee verbitterde kemphanen kónden elkaar al niet luchten of zien, bieden dus ook niet voortijdig remise aan en pas als er alleen maar twee koningen op het bord staan, is het onvermijdelijke echt onvermijdelijk: ze schudden zwijgzaam elkaars hand. En anders grijpt de wedstrijdleider in met de mededeling dat het toch echt niet meer mogelijk is om te winnen. Of loopt één van beiden naar de wedstrijdleider om remise te claimen. Nimzowitsch en Tarrasch, bijvoorbeeld. Tarrasch vond zijn tegenstander niets meer of minder dan een onbeschaamde vlegel die het lef had…
-
Fischer – Tal (1961)
Een fout komt nooit alleen Robert Beekman Tal: “Een oud Russische spreekwoord luidt: de vader sloeg zijn zoon, niet omdat hij gokte, maar omdat hij het verloren materiaal probeerde terug te winnen.” Fischer: “Als je materiaal kunt pakken, doe dat dan. Tenzij je een goede reden ziet om dat niet te doen.” Hierboven Tal en Fischer in opperbest humeur. Het schijnt dat Fischer ooit bij Tal zijn hand ging lezen: “Ik zie dat je binnenkort je titel van wereldkampioen gaat verliezen van een jonge Amerikaan…” Tal draaide zich gelijk om naar Lombardy, die naast hem stond, en zei: “Gefeliciteerd, Bill!” Tussen Tal en Fischer is een bijzondere band. In het…