Tijdnood Robert Beekman Eén van de lastigste onderdelen in schaken is het omgaan met tijd. Telkens weer taxeren of het nog zin heeft om een bepaalde variant wel of niet goed door te rekenen. Het middenspel is bij uitstek de fase waar de meeste tijd aan gespendeerd wordt bij schaken. Het eindspel moet dan maar wat sneller gespeeld worden. Reshevsky was één van die notoire tijdnoodschakers. En hij was daar tamelijk optimistisch over. Volgens Sammy was het helemaal niet zo ongunstig dat hij altijd in tijdnood zat. Hij had de stelling dan juist bijzonder goed doorgrond en wist precies wat hij in de laatste fase voor de tijdcontrole moest spelen.…
-
-
Botwinnik – Fischer (1962
Drie legendarische wereldkampioenen Robert Beekman Eén van de legendarische partijen van de moderne geschiedenis is die tussen Mikhail Botwinnik en Bobby Fischer, gespeeld in de Olympiade te Varna (Bulgarije) in 1962. De enige keer dat ze elkaar achter het bord zouden ontmoeten. Fischer was toen 18 jaar oud; Botwinnik 51 en het jaar ervoor voor de derde keer wereldkampioen geworden door de rematch tegen Tal te winnen. Een foto van die ene keer dat Fischer en Botwinnik de strijd tussen Rusland en Amerika vorm gaven. Tevoren was er al een heleboel stennis ontstaan. Fischer had namelijk tegen de pers gezegd: “Ik denk dat ik Botwinnik kan verslaan.” Hij zei niet:…
-
Fischer – Taimanov (1971)
Het Fischer eindspel Robert Beekman Een algemeen gedachtengoed in de schaakwereld is het principe dat een toren plus loper in het eindspel beter is dan toren plus paard. De theorie luidt dat bij een eindspel van loper tegen paard de eerstgenoemde weliswaar een breder bereik heeft, maar slechts de helft van het aantal velden kan bestrijken. Met een toren erbij is dat nadeel gecompenseerd, en dan brengt het voordeel van de loper een groter gewicht in de schaal. Dat principe is deelgenoot van ons geworden sinds de Fischer – Taimanov match van 1971, die deel is van Fischers triomftocht naar de wereldtitel. Fischer zou heel goed begrepen hebben hoe gunstig…
-
Barcza – Fischer (1959)
Tot het bittere einde toe Robert Beekman Legendarisch zijn die partijen die tot het bittere einde uitgespeeld worden. De twee verbitterde kemphanen kónden elkaar al niet luchten of zien, bieden dus ook niet voortijdig remise aan en pas als er alleen maar twee koningen op het bord staan, is het onvermijdelijke echt onvermijdelijk: ze schudden zwijgzaam elkaars hand. En anders grijpt de wedstrijdleider in met de mededeling dat het toch echt niet meer mogelijk is om te winnen. Of loopt één van beiden naar de wedstrijdleider om remise te claimen. Nimzowitsch en Tarrasch, bijvoorbeeld. Tarrasch vond zijn tegenstander niets meer of minder dan een onbeschaamde vlegel die het lef had…
-
Fischer – Tal (1961)
Een fout komt nooit alleen Robert Beekman Tal: “Een oud Russische spreekwoord luidt: de vader sloeg zijn zoon, niet omdat hij gokte, maar omdat hij het verloren materiaal probeerde terug te winnen.” Fischer: “Als je materiaal kunt pakken, doe dat dan. Tenzij je een goede reden ziet om dat niet te doen.” Hierboven Tal en Fischer in opperbest humeur. Het schijnt dat Fischer ooit bij Tal zijn hand ging lezen: “Ik zie dat je binnenkort je titel van wereldkampioen gaat verliezen van een jonge Amerikaan…” Tal draaide zich gelijk om naar Lombardy, die naast hem stond, en zei: “Gefeliciteerd, Bill!” Tussen Tal en Fischer is een bijzondere band. In het…
-
Euwe – Prins (1946)
Groot ego en klein ego Robert Beekman Maart 1941. Schaaksponsor Johan Hollander kondigt aan dat hij na de Tweede Wereldoorlog een groot schaaktoernooi van wereldklasse organiseert. Niemand neemt de man serieus. Bovendien heeft men veel te veel zorgen door de bezetting. Na de Tweede Wereldoorlog ligt bovendien hele wereld in puin. Ook het schaken komt maar moeizaam op gang. Augustus 1946 is het dan zover. Het eerste grote schaaktoernooi van na de oorlog. En Johan Hollander doet wel degelijk wat hij eerder beloofd had. Schaakclub Staunton viert op dat moment z’n 75-jarige bestaan en organiseert daartoe een grootmeestertoernooi van wereldklasse, getiteld: Groningen, 1946. Het Staunton wereldschaaktoernooi. Bijna alle toppers van…
-
Euwe – Aljechin (1935: 2)
De vermeende dronkenschap van Aljechin Robert Beekman Euwe won van Aljechin in 1935, maar heeft zijn hele leven lang de schijn van onwaardig wereldkampioen tegen zich gehad. “Een eendagsvlieg” werd hij genoemd. Won in 1935 de wereldtitel met één schamel punt voorsprong omdat de grote Aljechin meerdere malen dronken achter het bord verscheen. In 1937 zou Aljechin alcohol afgezworen hebben, waarna hij simpel met zes punten voorsprong won. Zó groot zou het reële verschil tussen beide spelers geweest zijn. Een paar jaar geleden maakte Schaakclub De Rode Loper (direct na de wereldtitel van Euwe opgericht) een leuk filmpje over de match. Aljechin zien we daar lallend achter het schaakbord, terwijl…
-
Euwe – Aljechin (1935: 1)
Lang leve het volk Robert Beekman Gelukkig Nieuwjaar? Nederland gaat in 2012 weer een recessie in! Reden om nog eens terug te blikken naar het wonder van vroeger tijden. Donderdag 24 oktober 1929. Dit is de dag waarop de crisis van de dertiger jaren ingeleid werd. Hij wordt Zwarte Donderdag genoemd. Direct na Zwarte Donderdag komt Zwarte Vrijdag. Iedereen raakt op deze twee dagen in paniek en probeert al z’n aandelen te verkopen. Vooral veel kleine beleggers hadden hun geld op de beurs uitstaan en raakten in twee dagen al hun bezittingen kwijt. Maar ook de banken en rijke beleggers konden in een paar dagen tijd aan de bedelstaf geraken.…
-
Euwe – NN (1949)
De tevreden clubschaker Robert Beekman Voor velen een vraag, voor velen een weet. Hoe houden we de clubschaker tevreden? Het definitieve antwoord durf ik daarop nog niet te geven. Regelmatig wordt ik geconfronteerd met bezwaarschriften in de trant van “daar heb ik al tegen gespeeld” tot “die is te sterk” tot “die is te zwak” tot “mijn tegenstander is er nog niet”. Ik heb er geen probleem mee; het hoort bij de functie van intern wedstrijdleider. Maar het roept wel altijd filosofische vragen op. Wat is handelen dat tot tevredenheid leidt?! Het doet me aan die ene keer in 1949 dat Euwe, links in beeld, een keertje langskwam bij de…
-
Smyslov – Euwe (1948)
Het pilletje van Euwe Robert Beekman Het gesloten Spaans moet je liggen. Als je zwart speelt, althans. Polugajevsky had er een gruwelijke hekel aan. Meer dan twintig zetten lang kon wit volgens hem allerlei sjablone zetten doen zonder dat dit invloed had op het kleine plusje van de witte stelling. Kennelijk ontging hem de nuance van de subtiele verschillen in zetvolgorden, hoewel deze verschillen soms te subtiel zijn om onder woorden te brengen. Poloegajevski (links in beeld) in zijn boek Grandmaster preparation: … het heeft mij altijd al geërgerd dat in de Ruy Lopez van het Spaans, die oorspronkelijk mijn favoriete verdediging was, mijn tegenstander zonder nadenken zo ongeveer 17…