Der oberschwindler Hans Bouwmeester Lang geleden vertelde Euwe mij eens over een gesprek dat hij met Rudolph Spielmann over Lasker had gevoerd. Spielmann (hier links in beeld) had de grote wereldkampioen als ‘Oberschwindler’ betiteld. Nooit heb ik deze benaming in de boeken en tijdschriften kunnen terugvinden, maar Euwe was een betrouwbare informant, dus ik heb geen reden om aan zijn woorden te twijfelen. Nu Lasker al zestig jaar dood is en in Duitsland op meerdere manieren uitvoerig is herdacht, mag er ook in onze schaakpers wel iets worden gezegd over een van de allergrootste schaakmeesters die de wereld heeft gekend. Over Lasker zijn meerdere boeken geschreven en daarvan is Biographie…
-
-
Flohr – Fine (1935)
Mijn grote voorgangers, deel 2 Hans Bouwmeester Het kolossale werk dat Kasparov en zijn medewerkers op zich hebben genomen, vindt voortgang. Voor mij is deze uitgave nog belangwekkender dan de eerste omdat nu een periode wordt behandeld, die ik zeer intensief heb beleefd. Met Euwe, Botwinnik, Smyslov heb ik gespeeld en geanalyseerd, evenzo met Keres en Bronstein. Dat zijn prachtige herinneringen, al was het soms een tortuur om je urenlang te verdedigen tegen zulke formidabele krachten. Je werd er bescheiden van. Tal en Geller, die ook veel aandacht krijgen in het boek, heb ik altijd zeer bewonderd om hun grote creativiteit en hun fabelachtig vermogen om diep en nauwkeurig te…
-
Flohr – Noteboom (1932)
Jonge meesters van de jaren dertig Hans Bouwmeester Wie het schaakspel ziet als een cultureel bezit van de mensheid heeft in het algemeen ook historisch besef. Nu leven schaakspelers sterk bij de actualiteit en soms heb ik de indruk dat Max Euwe zelfs in ons land een onbekende meester is geworden. Onlangs zag ik in het ochtendblad een overlijdensbericht van Hans Wertheim, die in Den Haag 1928 deel uitmaakte van onze Olympische ploeg, samen met zijn broer Wim en verder met Weenink, Kroone, Van den Bosch en Schelfhout. Met uitzondering van Weenink heb ik met hen allen wel eens gespeeld. Het is lang geleden en vrijwel niemand herinnert zich deze…
-
Réti – Euwe (1928)
De bibliotheek van het Max Euwe-centrum Hans Bouwmeester Wie van het Rijksmuseum naar het Max Euweplein wandelt komt onvermijdelijk over de Hein Donnerbrug. Die naamgeving heeft voor mij iets paradoxaals, want nergens heeft Donner, als voorganger in de eredienst van De Professionele Schaakkunstenaars, zo geschitterd als in de omgeving van dit plein. Die club van de jaren zeventig is helaas nooit goed van de grond gekomen. En juist Euwe was de man die, zoals dat heet, vaak over de brug moest komen, want in zijn tijd waren ook de grote schaakmeesters arm. Aljechin – Euwe, WK 1935 Om het MEC te bereiken moet je een paar trappen op, maar dan…
-
Capablanca – Aljechin (1927)
Het analyseren van een tegenstander Hans Bouwmeester “Der sportliche Erfolg Capablancas was in New York bekanntlich ein glänzender.” “Das New Yorker Turnier 1927 wird jedenfalls in die Schachgeschichte als der Ausgangspunkt zu jenem Schauspiel eingeschrieben sein, welches die für unsere Kunst schädliche legende von der menschlichen Schachmaschine endgültig zerstörte.” Tussen deze beide zinnen schrijft Alexander Aljechin in het toernooiboek van New York 1927 een analyse van de schaakmeester Capablanca en van diens partijen in het genoemde toernooi. Na New York stond Aljechin, links een opvallende foto van hem, aan de vooravond van zijn match om de wereldtitel met Capablanca, die te Buenos Aires ging plaatsvinden. De Cubaan, die het New…
-
Herinneringen aan Euwe
Herinneringen aan Euwe Hans Bouwmeester Gerard Kroone: De jonge Euwe kon gemeen aanvallen Gerard Kroone was mijn voorganger als kampioen van Haarlem. Hij had met succes gespeeld in de Olympiades van Londen 1927 en Den Haag 1928. Euwe (hier links een foto van hem uit zijn jonge jaren) vond hem in zijn goede tijd een echte meester. FIDE-titels waren er toen nog niet. Kroone had met Euwe een match gespeeld in de jaren twintig. De heren waren ongeveer even oud. In de Haarlemse kampioenswedstrijd van 1946 kwamen Kroone en ik samen aan de top, gevolgd door Jan Marwitz en Freek Spinhoven, die toen al bekend waren als eindspelcomponisten en als…
-
Aljechin – Spiellmann (1923)
Spielmann in Karlsbad 1923 Hans Bouwmeester Het schamele toernooiboekje ziet er oud en versleten uit. Vele jaren geleden kreeg ik het van Lothar Schmid en sindsdien heeft het, zoals bleek, ongeopend in mijn kast gestaan. Grote delen moesten eerst nog worden opengesneden. Toch was Karlsbad 1923 een belangrijk toernooi, want vrijwel alle groten van die tijd deden mee. Wereldkampioen Capablanca ontbrak; hij zal wel te duur zijn bevonden. Lasker was wel aanwezig, maar speelde niet. Na zijn match met de grote Cubaan in 1921 was hij in retraite gegaan en hij had in Karlsbad zelfs een kuur gedaan om bij te komen van het barre Cubaanse klimaat. Aljechin, Bogoljubow, Réti,…
-
Grünfeld – Aljechin (1923)
Commotie over het laatste boek van Kasparov Hans Bouwmeester “Ik sla er wel eens naast, maar wat ik raak sla dat is dan ook muziek!” Arthur Rubinstein Deze uitspraak van een groot musicus en pianist kwam mij in gedachten bij het lezen van enige kritieken over Kasparovs My great predecessors. Ik heb er enkele gelezen, maar ongetwijfeld zijn er vele aan mij voorbij gegaan. Ons land kent een aantal kundige schaakjournalisten en grofweg zou men ze kunnen indelen in redelijk objectieve schrijvers en azijnspuiters. In die laatste groep wordt beweerd dat het historisch gedeelte van Kasparovs boek niets nieuws bevat. Daarover zouden vriend en vijand het eens zijn. Wie zijn…
-
Lasker – Capablanca (1921)
De grote liefde van Kasparov Hans Bouwmeester Over Kasparov, volgens velen de grootste schaakspeler aller tijden, zijn veel kritische verhalen in omloop. Maar men kan nooit ontkennen dat hij een grote liefde voor het schaakspel ten toon spreidt. In zijn nieuwe boek, My great predecessors, schrijft hij over zijn voorgangers Steinitz, Lasker, Capablanca en Aljechin met een voor hem ongekende eerbied. Links ziet Kasparov hem bij de presentatie van het boek in New York. Hij doet meer dan de titel aangeeft. Ook de grote rivalen van deze schaakreuzen komen uitvoerig aan bod en zelfs de “voorhistorische” kampioenen als Philidor, La Bourdonnais, Staunton, Anderssen en Morphy krijgen tezamen een hoofdstuk in…
-
Janowsky – Bernstein (1914)
De kunst van het verdedigen Hans Bouwmeester Lang, lang geleden toen het leven nog mooi en onbedorven was, deed Utrecht 1 mee voor de koppositie in de hoogste klasse. Het eerste team was ontzettend sterk en werd bevolkt door èchte grootmeesters en èchte meesters. Dit bonte gezelschap broodschakers werd nog een beetje geholpen door enkele autochtonen. Wat was dat een mooie tijd. Zelf speelde ik in die tijd als een jonge god en was gevaarlijk voor iedereen, niet in de laatste plaats voor mijzelf. Er werden heuse trainingskampen georganiseerd. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Die eerste trainingen waren uitsluitend toegankelijk voor de elite van onze club. In het…