• bouwmeester

    Reshevsky – Stahlberg (1952)

    Herinnering aan een schurkenstreek Hans Bouwmeester In 1976 schreef ik Schaken als vak; dit boek was bedoeld als geschenk aan Euwe, die in dat jaar 75 werd. Hij had het manuscript kritisch bekeken en vond het leuk dat ik het boek aan hem opdroeg. Het had de pretentie een aanvulling te zijn op het beste werk van Euwe en een brug te slaan naar het professionalisme, zoals dat zich in de laatste dertig jaar heeft gemanifesteerd. Het volgende stuk is aan dit boek ontleend. Tijdnood Bijna geen schaakspeler ontkomt altijd aan een tijdnoodfase. Binnen kort tijdsbestek moet hij een groot, althans te groot aantal zetten doen, die meer op intuïtie…

  • bouwmeester

    Botwinnik – Levenfish (1937)

    De bespreker besproken Hans Bouwmeester Edward Winter is een Amerikaanse schaakhistoricus die in Lausanne woont. Hij schrijft regelmatig in New in Chess en heeft enkele mooie boeken op zijn naam staan. Ik beschouw hem als een autoriteit en zijn Capablanca-boek vind ik een meesterwerk. Onlangs ging Winter in het helaas ter ziele gegane Inside Chess eens in op een aantal recensies van zijn laatste boeken. Eén daarvan was van Hans Ree, toch een man met kennis van zaken waar het ons schaakspel betreft en tevens een stilist van klasse. In het verleden heb ik niettemin Ree meermalen kunnen betrappen op onjuist citeren en ook wel eens op het maken van…

  • bouwmeester

    Aljechin – Euwe (1935)

    Het wereldkampioenschap van 1935 Hans Bouwmeester Er leven niet veel schakers meer die dit grote schaakgebeuren bewust hebben meegemaakt. Het is bijna 75 jaar geleden dat op 15 december 1935 een Nederlander wereldkampioen werd. Max Euwe had de legendarische Aljechin verslagen met 15,5-14,5!! Destijds was ik een kleine jongen van zes jaar. Ik kon nog niet schaken, maar ik volgde het spel als mijn vader met een collega aan het schaakbord bezig was. Zij spraken over de grote match en noteerden soms een positie, als die door de radio tijdens het spel werd doorgegeven. Er ontstond een ware schaakgekte in Nederland en overal werden clubs opgericht, waarvan er ook nu…

  • bouwmeester

    Spielmann – Lasker (1935)

    Der oberschwindler Hans Bouwmeester Lang geleden vertelde Euwe mij eens over een gesprek dat hij met Rudolph Spielmann over Lasker had gevoerd. Spielmann (hier links in beeld) had de grote wereldkampioen als ‘Oberschwindler’ betiteld. Nooit heb ik deze benaming in de boeken en tijdschriften kunnen terugvinden, maar Euwe was een betrouwbare informant, dus ik heb geen reden om aan zijn woorden te twijfelen. Nu Lasker al zestig jaar dood is en in Duitsland op meerdere manieren uitvoerig is herdacht, mag er ook in onze schaakpers wel iets worden gezegd over een van de allergrootste schaakmeesters die de wereld heeft gekend. Over Lasker zijn meerdere boeken geschreven en daarvan is Biographie…

  • bouwmeester

    Flohr – Fine (1935)

    Mijn grote voorgangers, deel 2 Hans Bouwmeester Het kolossale werk dat Kasparov en zijn medewerkers op zich hebben genomen, vindt voortgang. Voor mij is deze uitgave nog belangwekkender dan de eerste omdat nu een periode wordt behandeld, die ik zeer intensief heb beleefd. Met Euwe, Botwinnik, Smyslov heb ik gespeeld en geanalyseerd, evenzo met Keres en Bronstein. Dat zijn prachtige herinneringen, al was het soms een tortuur om je urenlang te verdedigen tegen zulke formidabele krachten. Je werd er bescheiden van. Tal en Geller, die ook veel aandacht krijgen in het boek, heb ik altijd zeer bewonderd om hun grote creativiteit en hun fabelachtig vermogen om diep en nauwkeurig te…

  • bouwmeester

    Flohr – Noteboom (1932)

    Jonge meesters van de jaren dertig Hans Bouwmeester Wie het schaakspel ziet als een cultureel bezit van de mensheid heeft in het algemeen ook historisch besef. Nu leven schaakspelers sterk bij de actualiteit en soms heb ik de indruk dat Max Euwe zelfs in ons land een onbekende meester is geworden. Onlangs zag ik in het ochtendblad een overlijdensbericht van Hans Wertheim, die in Den Haag 1928 deel uitmaakte van onze Olympische ploeg, samen met zijn broer Wim en verder met Weenink, Kroone, Van den Bosch en Schelfhout. Met uitzondering van Weenink heb ik met hen allen wel eens gespeeld. Het is lang geleden en vrijwel niemand herinnert zich deze…

  • bouwmeester

    Réti – Euwe (1928)

    De bibliotheek van het Max Euwe-centrum Hans Bouwmeester Wie van het Rijksmuseum naar het Max Euweplein wandelt komt onvermijdelijk over de Hein Donnerbrug. Die naamgeving heeft voor mij iets paradoxaals, want nergens heeft Donner, als voorganger in de eredienst van De Professionele Schaakkunstenaars, zo geschitterd als in de omgeving van dit plein. Die club van de jaren zeventig is helaas nooit goed van de grond gekomen. En juist Euwe was de man die, zoals dat heet, vaak over de brug moest komen, want in zijn tijd waren ook de grote schaakmeesters arm. Aljechin – Euwe, WK 1935 Om het MEC te bereiken moet je een paar trappen op, maar dan…

  • bouwmeester

    Capablanca – Aljechin (1927)

    Het analyseren van een tegenstander Hans Bouwmeester “Der sportliche Erfolg Capablancas was in New York bekanntlich ein glänzender.” “Das New Yorker Turnier 1927 wird jedenfalls in die Schachgeschichte als der Ausgangspunkt zu jenem Schauspiel eingeschrieben sein, welches die für unsere Kunst schädliche legende von der menschlichen Schachmaschine endgültig zerstörte.” Tussen deze beide zinnen schrijft Alexander Aljechin in het toernooiboek van New York 1927 een analyse van de schaakmeester Capablanca en van diens partijen in het genoemde toernooi. Na New York stond Aljechin, links een opvallende foto van hem, aan de vooravond van zijn match om de wereldtitel met Capablanca, die te Buenos Aires ging plaatsvinden. De Cubaan, die het New…

  • bouwmeester

    Herinneringen aan Euwe

    Herinneringen aan Euwe Hans Bouwmeester Gerard Kroone: De jonge Euwe kon gemeen aanvallen Gerard Kroone was mijn voorganger als kampioen van Haarlem. Hij had met succes gespeeld in de Olympiades van Londen 1927 en Den Haag 1928. Euwe (hier links een foto van hem uit zijn jonge jaren) vond hem in zijn goede tijd een echte meester. FIDE-titels waren er toen nog niet. Kroone had met Euwe een match gespeeld in de jaren twintig. De heren waren ongeveer even oud. In de Haarlemse kampioenswedstrijd van 1946 kwamen Kroone en ik samen aan de top, gevolgd door Jan Marwitz en Freek Spinhoven, die toen al bekend waren als eindspelcomponisten en als…

  • bouwmeester

    Aljechin – Spiellmann (1923)

    Spielmann in Karlsbad 1923 Hans Bouwmeester Het schamele toernooiboekje ziet er oud en versleten uit. Vele jaren geleden kreeg ik het van Lothar Schmid en sindsdien heeft het, zoals bleek, ongeopend in mijn kast gestaan. Grote delen moesten eerst nog worden opengesneden. Toch was Karlsbad 1923 een belangrijk toernooi, want vrijwel alle groten van die tijd deden mee. Wereldkampioen Capablanca ontbrak; hij zal wel te duur zijn bevonden. Lasker was wel aanwezig, maar speelde niet. Na zijn match met de grote Cubaan in 1921 was hij in retraite gegaan en hij had in Karlsbad zelfs een kuur gedaan om bij te komen van het barre Cubaanse klimaat. Aljechin, Bogoljubow, Réti,…