Hij die een plusscore had tegen Fischer Robert Beekman Efim Geller is een speler met zeer diepzinnige en mooie stijl, die als enige een positieve score tegen Fischer heeft. + 2 om precies te zijn. Van Geller is gemeend dat hij het enigma Fischer ontcijferd had. In 1967 wint Geller twee keer van Fischer. Met zwart. In respectievelijk 23 en 25 zetten! Naar aanleiding hiervan schrijft: It was clear to me that the vulnerable point of the American grandmaster was in double-edged, irrational positions. When play was of this nature, Fischer often failed to find a win even in a winning position. It was this that led me to the…
-
-
Fischer – Kovacevic (1970)
Welhaast ondoorgrondelijk Robert Beekman Er zijn van die partijen die later nog veel discussie opleveren. Objectief gesproken is elke schaakstelling nog wel uit te analyseren, maar wat er achter het bord zelf gebeurde, is welhaast ondoorgrondelijk. Links is zo’n voorbeeld daarvan. Zwart is hier aan zet, en wat zou u zelf gespeeld hebben? Om deze stelling te begrijpen, zullen we terug moeten keren naar 1970. Fischer rules the world. Hij wint zowat alles in de aanloop naar de strijd om de wereldtitel tegen Spassky. Zijn overmacht was zelfs zo sterk dat Kasparov hem later tot grootste speler aller tijden zou uitroepen. Tenminste, als we het verschil tussen een speler en…
-
Fischer – Bolbochan (1962)
Fischer en de loperdiagonaal Robert Beekman De loperdiagonaal is lastiger om te zien dan de torenlijn. Voor de schaker kan het handig zijn zich daarvan bewust te zijn. Tc8xc1 ziet iedereen in een flits, maar La2xg8 wordt minder snel gezien. Soms moet de schaker de diagonaal zelf volgen, wat bij Tc8xc1 niet hoeft. De toren maakt in de hersens van de schaker automatisch een sprong. Nu zijn de schakers die wel gewend en als de loper bijvoorbeeld gericht is op de koningsvleugel waar een aanval ingezet wordt, zijn alle schakers zich de hele tijd bewust van de aanwezigheid en macht van de loper. Maar onverwachtse diagonalen worden nog wel eens…
-
Fischer – Reshevsky (1961)
Tijdnood Robert Beekman Eén van de lastigste onderdelen in schaken is het omgaan met tijd. Telkens weer taxeren of het nog zin heeft om een bepaalde variant wel of niet goed door te rekenen. Het middenspel is bij uitstek de fase waar de meeste tijd aan gespendeerd wordt bij schaken. Het eindspel moet dan maar wat sneller gespeeld worden. Reshevsky was één van die notoire tijdnoodschakers. En hij was daar tamelijk optimistisch over. Volgens Sammy was het helemaal niet zo ongunstig dat hij altijd in tijdnood zat. Hij had de stelling dan juist bijzonder goed doorgrond en wist precies wat hij in de laatste fase voor de tijdcontrole moest spelen.…
-
Botwinnik – Fischer (1962
Drie legendarische wereldkampioenen Robert Beekman Eén van de legendarische partijen van de moderne geschiedenis is die tussen Mikhail Botwinnik en Bobby Fischer, gespeeld in de Olympiade te Varna (Bulgarije) in 1962. De enige keer dat ze elkaar achter het bord zouden ontmoeten. Fischer was toen 18 jaar oud; Botwinnik 51 en het jaar ervoor voor de derde keer wereldkampioen geworden door de rematch tegen Tal te winnen. Een foto van die ene keer dat Fischer en Botwinnik de strijd tussen Rusland en Amerika vorm gaven. Tevoren was er al een heleboel stennis ontstaan. Fischer had namelijk tegen de pers gezegd: “Ik denk dat ik Botwinnik kan verslaan.” Hij zei niet:…
-
Fischer – Taimanov (1971)
Het Fischer eindspel Robert Beekman Een algemeen gedachtengoed in de schaakwereld is het principe dat een toren plus loper in het eindspel beter is dan toren plus paard. De theorie luidt dat bij een eindspel van loper tegen paard de eerstgenoemde weliswaar een breder bereik heeft, maar slechts de helft van het aantal velden kan bestrijken. Met een toren erbij is dat nadeel gecompenseerd, en dan brengt het voordeel van de loper een groter gewicht in de schaal. Dat principe is deelgenoot van ons geworden sinds de Fischer – Taimanov match van 1971, die deel is van Fischers triomftocht naar de wereldtitel. Fischer zou heel goed begrepen hebben hoe gunstig…
-
Barcza – Fischer (1959)
Tot het bittere einde toe Robert Beekman Legendarisch zijn die partijen die tot het bittere einde uitgespeeld worden. De twee verbitterde kemphanen kónden elkaar al niet luchten of zien, bieden dus ook niet voortijdig remise aan en pas als er alleen maar twee koningen op het bord staan, is het onvermijdelijke echt onvermijdelijk: ze schudden zwijgzaam elkaars hand. En anders grijpt de wedstrijdleider in met de mededeling dat het toch echt niet meer mogelijk is om te winnen. Of loopt één van beiden naar de wedstrijdleider om remise te claimen. Nimzowitsch en Tarrasch, bijvoorbeeld. Tarrasch vond zijn tegenstander niets meer of minder dan een onbeschaamde vlegel die het lef had…
-
Fischer – Tal (1961)
Een fout komt nooit alleen Robert Beekman Tal: “Een oud Russische spreekwoord luidt: de vader sloeg zijn zoon, niet omdat hij gokte, maar omdat hij het verloren materiaal probeerde terug te winnen.” Fischer: “Als je materiaal kunt pakken, doe dat dan. Tenzij je een goede reden ziet om dat niet te doen.” Hierboven Tal en Fischer in opperbest humeur. Het schijnt dat Fischer ooit bij Tal zijn hand ging lezen: “Ik zie dat je binnenkort je titel van wereldkampioen gaat verliezen van een jonge Amerikaan…” Tal draaide zich gelijk om naar Lombardy, die naast hem stond, en zei: “Gefeliciteerd, Bill!” Tussen Tal en Fischer is een bijzondere band. In het…
-
Euwe – Prins (1946)
Groot ego en klein ego Robert Beekman Maart 1941. Schaaksponsor Johan Hollander kondigt aan dat hij na de Tweede Wereldoorlog een groot schaaktoernooi van wereldklasse organiseert. Niemand neemt de man serieus. Bovendien heeft men veel te veel zorgen door de bezetting. Na de Tweede Wereldoorlog ligt bovendien hele wereld in puin. Ook het schaken komt maar moeizaam op gang. Augustus 1946 is het dan zover. Het eerste grote schaaktoernooi van na de oorlog. En Johan Hollander doet wel degelijk wat hij eerder beloofd had. Schaakclub Staunton viert op dat moment z’n 75-jarige bestaan en organiseert daartoe een grootmeestertoernooi van wereldklasse, getiteld: Groningen, 1946. Het Staunton wereldschaaktoernooi. Bijna alle toppers van…
-
Euwe – Aljechin (1935: 2)
De vermeende dronkenschap van Aljechin Robert Beekman Euwe won van Aljechin in 1935, maar heeft zijn hele leven lang de schijn van onwaardig wereldkampioen tegen zich gehad. “Een eendagsvlieg” werd hij genoemd. Won in 1935 de wereldtitel met één schamel punt voorsprong omdat de grote Aljechin meerdere malen dronken achter het bord verscheen. In 1937 zou Aljechin alcohol afgezworen hebben, waarna hij simpel met zes punten voorsprong won. Zó groot zou het reële verschil tussen beide spelers geweest zijn. Een paar jaar geleden maakte Schaakclub De Rode Loper (direct na de wereldtitel van Euwe opgericht) een leuk filmpje over de match. Aljechin zien we daar lallend achter het schaakbord, terwijl…