• Beekman

    Kasparov – Bagirov (1978)

    Mens en computer Robert Beekman In het 46ste kampioenschap van de oude Sovjet-Unie, speelde de toen vijftienjarige Kasparov tegen Bagirov. Met wit kreeg Kasparov de Caro-Kann voorgeschoteld en koerste hij op een offer op e6 af. Hij bereidde het keurig netjes voor, maar toen het er op aankwam, deed-ie het toch niet. Hij twijfelde. Maar waarom toch? Alles was naar dit ene hoogtepunt toe geleid. De Grote Kasparov twijfelde en wikkelde af naar een eindspel. De partij eindigde daarop snel in remise. Maar dan komt de post-mortem analyse. Al gauw krijgt de partij flink wat belangstelling van collega grootmeesters. Kasparov legde uit dat hij Pxe6 wilde spelen, maar dat hij…

  • Beekman

    Karpov – Roshal (1962)

    De kleine Karpov Karpov is altijd al klein van stuk geweest, maar toen hij elf jaar oud was, was hij nog kleiner dan klein. Zo klein dat de ogen op de grond gericht moesten zijn om hem te ontdekken. Als elfjarige kreeg hij les van IM Alexander Roshal. De zaal was gevuld met leergierige jongens en Alexander gaf zo hier en daar instructie en uitleg. Hem viel gelijk al op dat dit ene kleine jongetje anders was dan de andere, veel grotere jongens. Het verschil was gelegen in de speelstijl. De oudere jongens offerden de hele tijd, links en rechts, overal waar maar kon. Karpov, daarentegen, gaf geen enkele pion…

  • Beekman

    Karpov – Kortsnoi (1978)

    Subtiliteiten in de openingsvolgorde Robert Beekman Nog altijd kan ik binnenpret niet onderdrukken als ik denk aan het verhaal van Kortsnoi, links in beeld, toen hij zich voorbereidde op zijn match om het wereldkampioenschap tegen Karpov. Met zwart zou hij ongetwijfeld geconfronteerd worden met de Tarrasch in het Frans. Dat wil zeggen: 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2. Kortsnoi, hoewel alom geroemd als een groot kenner van het Frans, had daar toch wel een hard hoofd in. Zelf speelde hij 3… c5, waarop hij vervolgens ongetwijfeld opgezadeld zou blijven met een geïsoleerde pion. En aangezien Karpov bekend stond als iemand met groot manoeuvreervermogen en gevoel voor kleine details, zou dit betekenen…

  • Beekman

    Karpov – Kasparov (1984)

    De dag der schande De eerste keer dat Kasparov en Karpov tegen elkaar speelden: een simultaan 1975. Karpov is wereldkampioen en Kasparov 12 jaar oud. Karpov won, maar Kasparov stond op een gegeven moment heel goed. In 1984 werd een wereldkampioenschap gespeeld waar vele schakers halsreikend naar uitkeken. Karpov – Kasparov. De eerste was onbetwist wereldkampioen van het afgelopen decennium en de laatste was een onwaarschijnlijk jong talent van 22 jaar die met wervelend combinatiespel de toeschouwers op de banken kreeg. Dat moest nog eens wat worden! Hoe anders was de werkelijkheid. Karpov had na negen partijen een voorsprong verkregen van 4-0. Met dank aan zijn positioneel talent. Vervolgens groef…

  • Beekman

    Topalov – Kamsky (2009)

    Robert Beekman Midden in het hol van de leeuw vecht Gata Kamsky voor wat hij waard is. Zijn tegenstander Veselin Topalov speelt in zijn geboorteland Bulgarije en schotelt hem elke dag weer een zwaar voorbereid nieuwtje voor, waarop Gata diep aan het nadenken slaat. Telkens weer loert het gevaar van tijdnood om de hoek, terwijl Veselin na 17 zetten bijvoorbeeld nog maar een minuut nagedacht heeft. Links een stand uit ronde 2. Kamsky wit, Topalov zwart. Wit heeft een pion geofferd maar heeft het loperpaar en een ontwikkelingsvoorsprong. In het vervolg bleek het lastig om deze twee elementen in een ander voordeel om te zetten. Gata denken en denken, maar…

  • Beekman

    Khadafi – Ilyoemzhinov (2011)

    Ostap Bender Robert Beekman Wie kent hem niet? De onvergetelijke Ostap Bender? Kent ú hem niet? Welnu, dan zal daar na dit artikel zeker verandering in komen, want Ostap Bender is niets minder dan een klassiek begrip. In Rusland, wel te verstaan. Ostap Bender heeft nooit echt bestaan. Hij is hoofdrolspeler in een roman uit 1928, waarin hij als gewiekste oplichter steeds meer de rol van antiheld vervult en daardoor toch de sympathie van de lezer weet te winnen. In één van de hoofdstukken gaat hij naar het dorpje Vasiuki, waar hij de hoofden van alle bestuurders op hol brengt door te beweren dat Vasiuki spoedig het centrum van Rusland…

  • Beekman

    Euwe – Van den Hoek (1942)

    De Nederlandse Capablanca Robert Beekman Als een komeet schoot hij omhoog. Zomaar uit het niets. Eindelijk zou het vacuüm tussen Euwe en de rest van Nederland opgevuld worden. Eindelijk een tweede kanjer die de capaciteiten heeft om de wereldtop te bestormen. Maar alleen degenen die erbij waren weten het. Want gesproken en gejuicht mocht er niet in die dagen. En dan hebben we het over 1941, 1942. Eén keer kwam hij naar het Foreest-toernooi van Schaakclub Utrecht. Of hij kwam, zag en overwon weet ik niet, want het is heel moeilijk te achterhalen wat er in de oorlogsjaren gebeurd is. Ook in Utrecht, waar onze schaakcompetitie regelmatig stopgezet is. Dat…

  • Beekman

    Geller – Panno (1955)

    Een legendarisch verhaal Robert Beekman Daarvoor gaan we terug naar het zwaar bezetten interzonale toernooi van Gothenburg 1955, waarbij de eersten zich plaatsten in de cyclus van het wereldkampioenschap. De Russen hebben inmiddels de macht op het schaakpodium overgenomen. Botwinnik was wereldkampioen geworden en er ging een nieuwe wind door de schaakwereld waaien. Positioneel vertrouwde concepten werden ten grave gedragen omdat de activiteit van stukken zwaarder telde dan een positionele zwakte. Een voorbeeld hiervan is de linkerstelling, die ontstaat na 1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 6.Lg5 e6 7.f4. Vijftig jaar lang is dit de hoofdvariant in de Najdorf geweest, totdat halverwege negentiger jaren 6.Le3 de…

  • Beekman

    Tal – Kasparov (1992)

    Schaken tegen de dood Robert Beekman Een wereldberoemde film is die van Ingmar Bergman uit 1957: The Seventh Seal. Daarin keert een ridder terug van een missie die hem doet twijfelen aan het bestaan van God. Op een verlaten strand komt hij de Dood tegen, die hem vertelt dat zijn tijd gekomen is. Maar de witte ridder blijkt ontdekt te hebben dat de Dood verslaafd aan schaken is. En dus stelt de ridder een schaakpartij voor. Inzet: langer leven dan nu het geval is. De Dood stemt toe. Zeker als de ridder beweert béter te kunnen schaken dan hij. En de schaakpartij begint. Hierboven tossen ze om de kleur. Uiteraard…

  • Beekman

    Flohr – Lasker (1936)

    Een Tsjech in Nederland Robert Beekman Hij was nog maar tien jaar oud toen in 1918 zijn ouders in de Eerste Wereldoorlog vermoord werden. Waarschijnlijk het slachtoffer van een jodenpogrom. Ergens in Oostenrijk-Hongarije; een gebied dat na de Eerste Wereldoorlog onderdeel werd van de nieuw opgerichte staat Oekraïne. Vluchten moest hij, samen met zijn broer. Zoals zoveel mensen in de Eerste Wereldoorlog. In Tsjechoslowakije bouwde hij een nieuw leven op. Het leven van een absolute schaakcoryfee. Want in die dertiger jaren veegde hij de hele wereldtop bij elkaar. Botwinnik: In de jaren dertig sidderde iedereen voor Salo Flohr. In 1937 nomineerde de FIDE hem tot de volgende uitdager om een…