• bouwmeester

    Olympiade 1962

    De Olympiade van Warna 1962 Hans Bouwmeester Het beloofde een prachtige Olympiade te worden aan de gouden kust van de Zwarte Zee in Bulgarije. Varna (links het logo van deze olympiade). We gingen met Euwe, Donner, Bouwmeester, Langeweg, Prins en Kramer en Waling Dijkstra zou als captain meegaan. Het liep allemaal anders. Waling, een welgestelde zakenman uit Leeuwarden, belandde na een auto-ongeluk in het ziekenhuis, Euwe, in die tijd directeur van een centrum voor automatisering, kon pas een week na aanvang aan de start komen en van Donner was het allerminst zeker dat hij op tijd zou zijn. Bij de loting wierp Prins zich op als kapitein en hij zou…

  • bouwmeester

    Bronstein – Keres (1956)

    Film van een dramatische schaakpartij Hans Bouwmeester In het voorjaar van 1956 werd het zogenaamde Kandidatentoernooi in Nederland verspeeld. Dit toernooi moest de uitdager aanwijzen, die het in 1957 tegen wereldkampioen Michael Botwinnik zou gaan opnemen. Het Amsterdamse Minerva-paviljoen was het belangrijkste strijdtoneel, maar voor de tiende ronde ging men, bij wijze van uitzondering, naar de Korenbeurs in Leeuwarden, waar de Friezen voor een fantastische organisatie zorgden. Op het moment dat deze ronde van start ging, stond de Rus Efim Geller aan de leiding met 6 punten. Daarachter volgden David Bronstein en Paul Keres, links in beeld, met 5,5. De twee laatstgenoemde moesten tegen elkaar en het werd al spoedig…

  • bouwmeester

    Olympiade 1956

    Ter Olympiade Hans Bouwmeester De Nederlandse ploeg voor de komende olympiade is samengesteld. De contracten zijn getekend en de voorwaarden zijn voor mijn gevoel zeer riant te noemen. Er gaat behalve een team van zes spelers ook een non-playing captain mee. De laatste is nog wel een kersvers erelid van onze Koninklijke bond. In mijn tijd heb ik altijd gepleit voor een captain met een stevige schaaktechnische bagage, maar de inzichten zijn op dit gebied gewijzigd en als iedereen tevreden is, is er geen vuiltje aan de lucht. Men kan zich hoogstens afvragen of er ook nog gezamenlijk iets aan de voorbereiding is gedaan; vroeger kwam zoiets wel eens lang…

  • bouwmeester

    Euwe – Najdorf (1953)

    Schaken is de kunst der analyse Hans Bouwmeester Het schaakspel en de wiskunde vertonen verwantschappen, maar zijn niet identiek. De analyse vormt in beide een belangrijk onderdeel, maar het artistieke element, het onverwacht doorbréken van het alledaagse is in het schaakspel sterker vertegenwoordigd. De wiskunde is veelzijdiger; het werk van de grote wiskundige is niet aan tijd gebonden. Het maken van foute berekeningen heeft meestal geen ernstige gevolgen zolang een assistent de dingen kan narekenen en corrigeren. Een schaakmeester moet zijn uitwerkingen met meedogenloze nauwkeurigheid en binnen een bepaalde tijdlimiet doorvoeren. Zijn spel is wreed, want in een fractie van een seconde kan hij het werk van vele uren teniet…

  • bouwmeester

    Reshevsky – Stahlberg (1952)

    Herinnering aan een schurkenstreek Hans Bouwmeester In 1976 schreef ik Schaken als vak; dit boek was bedoeld als geschenk aan Euwe, die in dat jaar 75 werd. Hij had het manuscript kritisch bekeken en vond het leuk dat ik het boek aan hem opdroeg. Het had de pretentie een aanvulling te zijn op het beste werk van Euwe en een brug te slaan naar het professionalisme, zoals dat zich in de laatste dertig jaar heeft gemanifesteerd. Het volgende stuk is aan dit boek ontleend. Tijdnood Bijna geen schaakspeler ontkomt altijd aan een tijdnoodfase. Binnen kort tijdsbestek moet hij een groot, althans te groot aantal zetten doen, die meer op intuïtie…

  • bouwmeester

    Botwinnik – Levenfish (1937)

    De bespreker besproken Hans Bouwmeester Edward Winter is een Amerikaanse schaakhistoricus die in Lausanne woont. Hij schrijft regelmatig in New in Chess en heeft enkele mooie boeken op zijn naam staan. Ik beschouw hem als een autoriteit en zijn Capablanca-boek vind ik een meesterwerk. Onlangs ging Winter in het helaas ter ziele gegane Inside Chess eens in op een aantal recensies van zijn laatste boeken. Eén daarvan was van Hans Ree, toch een man met kennis van zaken waar het ons schaakspel betreft en tevens een stilist van klasse. In het verleden heb ik niettemin Ree meermalen kunnen betrappen op onjuist citeren en ook wel eens op het maken van…

  • bouwmeester

    Aljechin – Euwe (1935)

    Het wereldkampioenschap van 1935 Hans Bouwmeester Er leven niet veel schakers meer die dit grote schaakgebeuren bewust hebben meegemaakt. Het is bijna 75 jaar geleden dat op 15 december 1935 een Nederlander wereldkampioen werd. Max Euwe had de legendarische Aljechin verslagen met 15,5-14,5!! Destijds was ik een kleine jongen van zes jaar. Ik kon nog niet schaken, maar ik volgde het spel als mijn vader met een collega aan het schaakbord bezig was. Zij spraken over de grote match en noteerden soms een positie, als die door de radio tijdens het spel werd doorgegeven. Er ontstond een ware schaakgekte in Nederland en overal werden clubs opgericht, waarvan er ook nu…

  • bouwmeester

    Spielmann – Lasker (1935)

    Der oberschwindler Hans Bouwmeester Lang geleden vertelde Euwe mij eens over een gesprek dat hij met Rudolph Spielmann over Lasker had gevoerd. Spielmann (hier links in beeld) had de grote wereldkampioen als ‘Oberschwindler’ betiteld. Nooit heb ik deze benaming in de boeken en tijdschriften kunnen terugvinden, maar Euwe was een betrouwbare informant, dus ik heb geen reden om aan zijn woorden te twijfelen. Nu Lasker al zestig jaar dood is en in Duitsland op meerdere manieren uitvoerig is herdacht, mag er ook in onze schaakpers wel iets worden gezegd over een van de allergrootste schaakmeesters die de wereld heeft gekend. Over Lasker zijn meerdere boeken geschreven en daarvan is Biographie…

  • bouwmeester

    Flohr – Fine (1935)

    Mijn grote voorgangers, deel 2 Hans Bouwmeester Het kolossale werk dat Kasparov en zijn medewerkers op zich hebben genomen, vindt voortgang. Voor mij is deze uitgave nog belangwekkender dan de eerste omdat nu een periode wordt behandeld, die ik zeer intensief heb beleefd. Met Euwe, Botwinnik, Smyslov heb ik gespeeld en geanalyseerd, evenzo met Keres en Bronstein. Dat zijn prachtige herinneringen, al was het soms een tortuur om je urenlang te verdedigen tegen zulke formidabele krachten. Je werd er bescheiden van. Tal en Geller, die ook veel aandacht krijgen in het boek, heb ik altijd zeer bewonderd om hun grote creativiteit en hun fabelachtig vermogen om diep en nauwkeurig te…

  • bouwmeester

    Flohr – Noteboom (1932)

    Jonge meesters van de jaren dertig Hans Bouwmeester Wie het schaakspel ziet als een cultureel bezit van de mensheid heeft in het algemeen ook historisch besef. Nu leven schaakspelers sterk bij de actualiteit en soms heb ik de indruk dat Max Euwe zelfs in ons land een onbekende meester is geworden. Onlangs zag ik in het ochtendblad een overlijdensbericht van Hans Wertheim, die in Den Haag 1928 deel uitmaakte van onze Olympische ploeg, samen met zijn broer Wim en verder met Weenink, Kroone, Van den Bosch en Schelfhout. Met uitzondering van Weenink heb ik met hen allen wel eens gespeeld. Het is lang geleden en vrijwel niemand herinnert zich deze…