Robert Beekman Als het derde team in 1989 promoveert, maakt zich de bekende promotie-euforie van hen meester. Vrolijke stukjes worden in het clubblad geplaatst en Erik Olof schrijft zelfs een heus sprookje, waarbij aangekondigd wordt dat ten tijde van de milleniumwisseling het derde team zelfs het eerste team voorbijgestreefd is. Het tweede team kan het leedvermaak van het derde team niet over zijn kant laten gaan en schrijft in reactie op de publicaties dat het tweede team minstens net zoveel lol gehad heeft als het derde team, als zij op een zonnig terrasje midden in Maastricht gezellig na afloop van de KNSB naborrelen. Het laatste woord Het derde team heeft…
-
-
Eduard Spanjaard – Jaap van der Tuuk (1978)
Dolkstoot contra speldeprik Eduard Spanjaard De ‘speldeprik’ van onze opperscribent Michel Hoetmer is nu drie maanden geleden (december 1977) en komt aan! Ik schrik me een Hoetje, want gelijk heeft-ie. Pal na mijn gewichtig geschrijf in ’t U.N. ga ik immers met wit in een dozijn zetten onderuit tegen Bertus-Kieboom-in-grootse-vorm. Al die tijd ben ik als bezwijmd, totdat Hoetje ’t bevrijdend woord spreekt: “U mag wat in ’t clubblad schrijven dat laat zien dat u beter kunt” deelt hij minzaam en opbouwend mede. De slimmerd Maar de slimmerd zorgt er wèl voor in de Keizer-competitie uit m’n buurt te blijven en me aldus niet de dolk voor een contra-stoot in…
-
Meindert van der Linde
Een groentje in de grote stad Robert Beekman Hij komt september 1972 bij SC Utrecht schaken. Meindert van der Linde. “Als groentje in de grote stad”, schrijft hij mij. En hij vervolgt: “De keuze tussen Paul Keres en Utrecht is snel gemaakt: alleen Utrecht speelt hoofdklasse, en daar ga ik voor. De klinkende namen van toen: Arend van Oosten, Floris Schoute, maar ook Maarten Etmans, Gerard Verholt en, in zijn nadagen maar nog altijd een sterk schaker, Eduard Spanjaard. Met allen heb ik heel wat leuke potten gespeeld.” “In 1973 word ik – voor iedereen verrassend, ook voor mij – Nederlands jeugdkampioen. Omdat er bij Schaakclub Utrecht in groepen op…
-
Maarten Etmans
Impressies uit een verbleekt verleden Maarten Etmans Als ik in het najaar van 1963 als leraar klassieke talen in Utrecht wordt aangesteld, heb ik mij aangemeld als lid van Schaakclub Utrecht. Ik ben tegelijkertijd nog aan het afstuderen in Leiden, waar ik lid ben van Philidor, op dat moment een sterke vereniging die hard aan de weg timmert en waarvan het eerste tiental in 1968 onder andere door mijn falen het landskampioenschap misloopt. De eerste jaren speel ik namelijk extern nog voor mijn oude club; pas in 1970 ben ik voor Utrecht gaan spelen. Boven Maarten Etmans eind vijftiger jaren. Etmans in de strijd om het kampioenschap van LSG (1962).…
-
Arend van Oosten
Schaken, go en shogi Robert Beekman In 1946 – hij is dan drie jaar oud – verhuist Arend van Oosten met zijn ouders naar Nederlands-Indië. Gelukkig wonen ze in een relatief veilig deel van Nederlands-Indië, zodat de politionele acties grotendeels langs hen heengaan. In dat verre Indonesië leert zijn vader hem schaken – op zesjarige leeftijd, dus in 1949. In datzelfde jaar geeft Nederland de aanspraak op Nederlands-Indië op en wordt Indonesië onafhankelijk. In 1950 komt het gezin dus weer terug naar Nederland en meldt Arend zich bij de jeugdafdeling van ASC te Amsterdam. Via Den Haag (DD) en studie in Leiden (LSG) gaat hij in 1967 werken in Utrecht…
-
De verloedering
Robert Beekman Heel graag had Erik Olof in het vorige jubileumboek meer foto’s willen plaatsen. Helaas, helaas. Olof schrijft er later over in het clubblad van Schaakclub Utrecht. Eén opvallend fragment hieruit. Begin citaat Olof. “Een andere foto, die ik had willen plaatsen, valt in een andere categorie. Het zijn eigenlijk twee foto’s, van het eerste team. De eerste foto is in de jaren 50 gemaakt en u ziet ons vlaggenschip, het eerste team, bestaande uit keurige heerschappen, correct overhemd, met dito das, colbert, geknipt en geschoren, zoals het hoort. En dan de tweede foto er naast: het eerste team, maar dan midden jaren 70. Nimmer is de verloedering, het…
-
Piet Verhoeff
Piet, Bram en Han Robert Beekman Hij groeit op in Haarlem. Piet Verhoeff. Daar kent hij nog een ander lid van Schaakclub Utrecht van: Hans Bouwmeester. Piet is van het jaar 1930, Hans van het jaar 1929. Samen met Hans vertrekt hij later naar Amsterdam, maar Piet blijft nog bij Haarlem spelen. Daar helpt hij in het seizoen 1951/1952 het eerste team terugpromoveren naar de hoofdklasse. Samen met zijn broers: Bram en Han. De oudste is Bram, hoogleraar Engels. Piet is de middelste: universitair docent Engels, gespecialiseerd in onder andere Middeleeuwse literatuur. De jongste is Han, die zich in de Franse taal specialiseert en ook de beste schaker is van…
-
Voorzitters
Erik Olof De lijst van voorzitters in de geschiedenis van Schaakclub Utrecht: 1886 H.H. Baudet 1886-1911 G.H.B. Hogewind 1911-1916 Jhr. A.E. van Foreest 1916-1922 Dr. A.G. Olland 1922-1927 Mr. L.J.M. van der Eerden 1927-1945 A.H. van Wijngaarden 1945-1950 G.J.M. Hofsommer 1950-1954 Mr. Ed. Spanjaard 1954-1961 P.J.G. Stuiver 1961-1964 Dr. J.R.B. Polee 1964-1970 Prof. dr. P.G. de Haan 1970-1973 Drs. M.D. Etmans 1973-1978 Mr. Ed. Spanjaard 1978-1982 Ir. H. Versnel 1982-1989 B. Kieboom 1989-1993 P. Nieuwenhuis 1993-1996 W. Bor 1996-1999 R. Meijer 1999-2012 P. Nieuwenhuis 2012-2016 E. de Graaf Met zuinige hand zijn in de loop der jaren enkele leden tot erelid en soms zelfs tot erevoorzitter gebombardeerd. Zuinig, want zulke…
-
Hall of fame
Kampioenen van de Schaakclub Utrecht Erik Olof In de loop der tijden heeft de interne competitie om het clubkampioenschap veel benamingen gekend: onderlinge wedstrijd, huishoudelijke wedstrijd (of mooier: huishoudelijk concours), handicap-toernooi, winterwedstrijd … Tegenwoordig is het kortweg: de interne. Het gaat er natuurlijk steeds om wie de sterkste is van de club. Vroeger zijn er echter, door voorgiften, interessante pogingen gedaan het krachtsverschil te elimineren en daardoor – uiterst democratisch – gelijke kansen te scheppen voor iedereen. Bij de Schaakclub Utrecht is weinig met zekerheid vast te stellen over het prille begin. Van Lennep geeft enige informatie, waaruit blijkt dat A.G. Olland in de jaren 1885-1889, 1892 en 1893 ‘eerste…
-
De grafzet van het jaar 1990
Robert Beekman Kijk eens naar de stelling links. Wit aan zet wint. Laat die slome grijze hersencelletjes eens ratelen en lees dan hieronder verder. Zoals je gelijk ziet: dit is nu echt een ouderwetse oefenstelling. Zwart dreigt met Dh3 en Dg2 wit mat te zetten, dus wit moet daar geforceerd iets tegenover zetten. Bij toeval stuitte ik op deze stelling. Ik vond ‘m in ons clubblad van oktober 1990. Titel: de grafzet van de maand. De grafzet wordt zo overtuigend genoemd dat hij meedingt naar de grafzet van het jaar 1990. Volgens de auteur van het artikel, althans. Tegenwoordig zou ik het niet accepteren dat mensen zo te kijk gezet…