Piet, Bram en Han Robert Beekman Hij groeit op in Haarlem. Piet Verhoeff. Daar kent hij nog een ander lid van Schaakclub Utrecht van: Hans Bouwmeester. Piet is van het jaar 1930, Hans van het jaar 1929. Samen met Hans vertrekt hij later naar Amsterdam, maar Piet blijft nog bij Haarlem spelen. Daar helpt hij in het seizoen 1951/1952 het eerste team terugpromoveren naar de hoofdklasse. Samen met zijn broers: Bram en Han. De oudste is Bram, hoogleraar Engels. Piet is de middelste: universitair docent Engels, gespecialiseerd in onder andere Middeleeuwse literatuur. De jongste is Han, die zich in de Franse taal specialiseert en ook de beste schaker is van…
-
-
Voorzitters
Erik Olof De lijst van voorzitters in de geschiedenis van Schaakclub Utrecht: 1886 H.H. Baudet 1886-1911 G.H.B. Hogewind 1911-1916 Jhr. A.E. van Foreest 1916-1922 Dr. A.G. Olland 1922-1927 Mr. L.J.M. van der Eerden 1927-1945 A.H. van Wijngaarden 1945-1950 G.J.M. Hofsommer 1950-1954 Mr. Ed. Spanjaard 1954-1961 P.J.G. Stuiver 1961-1964 Dr. J.R.B. Polee 1964-1970 Prof. dr. P.G. de Haan 1970-1973 Drs. M.D. Etmans 1973-1978 Mr. Ed. Spanjaard 1978-1982 Ir. H. Versnel 1982-1989 B. Kieboom 1989-1993 P. Nieuwenhuis 1993-1996 W. Bor 1996-1999 R. Meijer 1999-2012 P. Nieuwenhuis 2012-2016 E. de Graaf Met zuinige hand zijn in de loop der jaren enkele leden tot erelid en soms zelfs tot erevoorzitter gebombardeerd. Zuinig, want zulke…
-
Hall of fame
Kampioenen van de Schaakclub Utrecht Erik Olof In de loop der tijden heeft de interne competitie om het clubkampioenschap veel benamingen gekend: onderlinge wedstrijd, huishoudelijke wedstrijd (of mooier: huishoudelijk concours), handicap-toernooi, winterwedstrijd … Tegenwoordig is het kortweg: de interne. Het gaat er natuurlijk steeds om wie de sterkste is van de club. Vroeger zijn er echter, door voorgiften, interessante pogingen gedaan het krachtsverschil te elimineren en daardoor – uiterst democratisch – gelijke kansen te scheppen voor iedereen. Bij de Schaakclub Utrecht is weinig met zekerheid vast te stellen over het prille begin. Van Lennep geeft enige informatie, waaruit blijkt dat A.G. Olland in de jaren 1885-1889, 1892 en 1893 ‘eerste…
-
De grafzet van het jaar 1990
Robert Beekman Kijk eens naar de stelling links. Wit aan zet wint. Laat die slome grijze hersencelletjes eens ratelen en lees dan hieronder verder. Zoals je gelijk ziet: dit is nu echt een ouderwetse oefenstelling. Zwart dreigt met Dh3 en Dg2 wit mat te zetten, dus wit moet daar geforceerd iets tegenover zetten. Bij toeval stuitte ik op deze stelling. Ik vond ‘m in ons clubblad van oktober 1990. Titel: de grafzet van de maand. De grafzet wordt zo overtuigend genoemd dat hij meedingt naar de grafzet van het jaar 1990. Volgens de auteur van het artikel, althans. Tegenwoordig zou ik het niet accepteren dat mensen zo te kijk gezet…
-
De tachtiger jaren
De geest van de club Erik Olof De jaren zeventig geven voor het clubschaak een wezenlijke verandering te zien, voornamelijk als gevolg van de opkomst van het professionalisme in de externe clubcompetitie en het ratingsysteem. Voor talentvolle jonge schakers komt het accent steeds meer te liggen op de talrijke toernooien en snelschaakwedstrijden, waar niet meer als vroeger twee huishoudelijke artikelen per vierkamp, maar slechts enkele grote geldprijzen voor het hele toernooi te bemachtigen vallen. De prestatiedrang is daardoor enorm gestimuleerd. Wat merk je daarvan op de club? De Schaakclub Utrecht neemt hier ter stede een bijzondere plaats in, omdat van oudsher de schaaktop van de provincie zich hier toch wel…
-
Spanjaard en Olland (2)
Bijna vijftig jaar later Robert Beekman (Uit het jubileumboek 125 jaar SCU.) Juli 1933 meldt Olland zich voor het Nederlands Kampioenschap. De organisatoren reageren verrast. Olland is al een paar jaar niet meer actief als schaker en al 66 jaar oud. Olland zegt dat hij nog één keertje de toernooisfeer wil proeven. Men maakt graag een plaatsje vrij voor hem; het toernooi krijgt zo volgens de bond extra cachet. En zie, zonder enige voorbereiding en met een tekort aan praktische toernooiervaring doet Olland het nog niet eens zo slecht. Na zeven ronden heeft hij 3 punten en in de achtste ronde staat hij tegen Hamming op winst. Een foto voorafgaand…
-
Spanjaard en Olland (1)
Olland en Spanjaard, een vergelijking Erik Olof Een speurtocht naar de overeenkomsten tussen Olland en Spanjaard. Twee van de belangrijkste spelers van Schaakclub Utrecht. Beiden speelden bijzonder lang en trouw op de clubavonden, beiden hebben onnoemelijk veel voor SCU gedaan, beiden waren sterke spelers. (Uit het jubileumboek 100 jaar SCU.) Het is natuurlijk een hachelijke onderneming de twee bekendste voormannen van Schaakclub Utrecht met elkaar te vergelijken. Toch volgt hier een poging, uit nieuwsgierigheid. Het is aardig overeenkomsten tussen beide mannen te zoeken, maar de verschillen liggen voor de hand. In zijn tijd was Olland een belangrijker schaker, een tijdlang primus inter pares, terwijl Spanjaard in Nederland nooit echt tot…
-
Eduard Spanjaard
Eduard Spanjaard, voor Schaakclub Utrecht van onmisbare betekenis geweest. Toen hij als veertienjarige jeugdspeler in 1923 lid werd, had hij amper geld om de contributie te betalen. Hij hóéfde ook niet te betalen, en heeft zijn hele leven niet geweten wie de betaling van zijn contributie toentertijd voor zijn rekening genomen heeft (al heeft hij wel vermoed dat het Olland was). Hij is vervolgens zijn hele leven lid geweest van SCU gebleven en stierf in 1981 op de club achter het schaakbord. Tussendoor dertien keer clubkampioen geweest, twee keer een periode van zes jaar voorzitter geweest, waarnemend voorzitter, clubbladredacteur, meervoudig teamleider, organisator van vele clubevenementen, enzovoorts, enzovoorts. Naar het erelid…
-
Peut – Bunge (1979)
Honderd jaar eenzaamheid Lucas Bunge Lucas Bunge, uitgever van het boek Eeuwig schaak en reeds lange tijd schaker bij Schaakclub Utrecht. Hier boven in beeld, anno april 2003. In dit stukje proza geeft Lucas Bunge een aardig beeld van de kwellingen die de gemiddelde schaker zo ongeveer meemaakt achter het bord! Uuit het jubileumboek 100 jaar SCU. De knoeier, tiende bord, zesde tiental, uitwedstrijd: ‘hij ziet er uit als een slimme wiskundestudent, o jé, en wat schrijft hij precies in z’n notatieboekje. Van dat soort psychastene schakers verlies ik meestal … ja, prettige wedstrijd. Wat zet-ie vastberaden en geroutineerd die e-pion naar voren, echt dat goede-schakersgreepje. Kwam de koffie maar.…
-
Loper en haas
Hans Bouwmeester Lange-afstandlopers kennen een fenomeen, dat zij “de haas” noemen. Het is een atleet, die gelijk met hen van start gaat en het tempo bepaalt. Na korte tijd haakt de haas af en dan moet de meute het maar verder uitvechten. In de eindspelliteratuur zijn een aantal voorbeelden van zo’n haas te vinden. De posities die hier volgen, zien er heel eenvoudig uit, ze bevatten opmerkelijke finesses en tonen de schoonheid van het schaakspel op onovertroffen wijze aan. Wit aan zet wint 1.a7 Niet moeilijk te vinden. 1…Tg2+ De beste verdediging; na 1…Tg8 2.Lg3+! en 3.Lb8! wint wit gemakkelijk. 2.Kb1 Wit mag de toren niet op de a-lijn toelaten.…