In 1961 overleed hij. P.J.G. Stuiver. Hij was toen voorzitter van Schaakclub Utrecht, zeven jaar al, net op een moment dat de club koortsachtig bezig was met de voorbereiding van het PAM grootmeestertoernooi. Aan alle kanten was hij sterk betrokken bij de club. Onder zijn regie werden de banden met andere Utrechtse schaakclubs aangehaald en het viel de gehele Utrechtse schaakwereld rauw op het dak dat zo’n belangrijke schakel in de onderlinge verbanden wegviel. Dit artikel van Eduard Spanjaard is ter herinnering van hem, P.J.G. Stuiver, en verscheen niet lang voor zijn overlijden in het Utrechts Dagblad. Schaakclub Domtoren vierde in 1959 haar 25-jarig bestaan in het Gebouw voor Kunsten…
-
-
Henk van Steenis
Robert Beekman In 1925 komt Henk van Steenis, 17 jaar oud, naar Schaakclub Utrecht. Samen met nog een aantal andere scholieren, waaronder Eduard Spanjaard. Tot aan zijn dood, 40 jaar later, blijft hij een trouwe speler van onze club, hoewel hij af en toe onze club tijdelijk verlaat. Hij is clubkampioen in het seizoen 1934-1935 en 1955-1956, is lange tijd bestuurslid en een vaste kracht van het eerste tiental waarmee hij het landskampioenschap van 1946-1947 binnenhaalt. In die periode speelt Steenis tevens op z’n sterkst. Hij wint de gedeelde eerste prijs in de winterwedstrijd 1945/46, behaalt te Zaandam een fraaie tweede prijs en wordt derde in de hoofdgroep van het…
-
Drs. J.J. van Oosterwijk Bruyn
Jan Visser Een foto uit het Soester-toernooi van 1944, van de ‘aspirant-meesters’, groep A. Met helemaal links Jan Visser, en direct naast hem J.J. van Oosterwijk Bruyn. Toch even stilstaan bij die ene man die al eerder genoemd is: Jaap van Oosterwijk Bruyn. Drie keer clubkampioen geweest van Schaakclub Utrecht: 1948-1949, 1949-1950 en 1951-1951. Hij kwam van HSG en zou later vertrekken naar BSG. Maar tussentijds bepaalde hij jarenlang mede het gezicht van de Utrechtse vereniging. Direct na de oorlog behoorde Jaap tot de aanstormende jonge generatie. Het eerste grote toernooi na het Hoogovenstoernooi van 1946 werd gespeeld in Maastricht (nog vóór Zaandam en Groningen). Van Oosterwijk Bruyn won het…
-
Achteraf
Nabeschouwingen Slotspeech Hort Ter afsluiting van de sluitingsceremonie nam Hort, links in beeld bij zijn slotrede, namens de spelers het woord. Het werd geen traditioneel dankwoord maar een in zijn bekende steenkolen-Duits voorgedragen sprookje, waarin een aantal bekenden gesignaleerd kon worden. Misschien dat u vreemd opkijkt als straks der böse Timman roodkapje Polgar het leven zuur maakt, maar dit verhaal vergt zoveel inside information, dat nadere uitleg te ver zou voeren. Het verhaal, waarbij Hort volgens geruchten enige hulp heeft gehad van een bekende Utrechtse schaakhistoricus, volgt hieronder. ‘lek war ien ein Boes, im Wald, verstehen Sie. Aber ich probiere Hollandisch zu reden. Viel biesondere Bojme, wie ein broetale Böhm,…
-
Ronde 5: de Draak
De draak Robert Beekman In de vijfde ronde kwam wederom een stelling uit de draak in het Siciliaans op het bord. Het gaat om de stelling na de zetten 1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 0-0 8.Dd2 Pc6 9.g4, links in beeld. Deze stelling wordt door de theorie anno 2000 als onduidelijk beoordeeld, en wellicht verbaast u dat. Hadden we niet in ronde 3 ook een stelling van de draak op het bord waarvan Fischer even uitlegde hoe dat aangepakt moest worden? Sac, sac, sac … and mate! De zet 9.g4 is toch een mooie voorbereiding op de furieuze koningsaanval langs de h-lijn?…
-
George van Vloten
Jan Visser Als George van Vloten over zichzelf vermeldt dat hij ‘in de verdediging wel eens een uitschieter had’, poneert hij daarmee een schitterend eufemisme, tekenend overigens voor de uiterst bescheiden en sterk relativerende persoonlijkheid die hij is. Gelukkig heeft zijn teamgenoot van vroeger, Jan Visser, in zijn schaakjournalistieke ‘Vissticks’ enkele boekjes over hem open gedaan. Daaruit het volgende. Kent u het gevoel van triomf of neerslachtigheid over een eindstand, als u ontdekt dat u de dans bent ontsprongen of te weinig hebt gekregen? Vooral als dat laatste het geval is, is chagrijn niet van de lucht. Dagen kan het aan je vreten. De hoofdfiguur in dit stukje is Dr.…
-
De oorlog en de tijd van de vijf ‘Musketiers’ (1941 – 1957)
Jan Visser Jan Visser over de ‘vijf musketiers’, oftewel een groep van vijf sterke spelers die de top van het eerste team van Schaakclub Utrecht bezet hebben, en die een onmiskenbare bijdrage hebben geleverd aan het binnenhalen van het Nederlands kampioenschap in 1946. Spanjaard, Visser, Vloten, Steenis en van Oosterwijk Bruyn waren hun namen! Het eindexamen Frans in 1941 eiste voor de HBS-b de vertaling van een beschouwing over de gevolgen van een denkbeeldige aanval van microben op papier. Als al het geschrevene daardoor eens verloren ging, wat dan? Daaraan moest ik denken toen ik toezegde de Schaakclub Utrecht te beschrijven in de periode waarin ik actief lid was, en…
-
Nederlands kampioen in 1946!
Hieronder drie artikelen over het Nederlands kampioenschap van het eerste team in de hoofdklasse / meesterklasse. Ons kampioenschap van Nederland in 1946 Erik Olof Toen de top van het Nederlandse competitieschaak nog niet werd beheerst door ‘huurlingen’ en een clubkampioenschap dus nog echt een clubkampioenschap was, heeft de Schaakclub Utrecht menigmaal haar partijtje om de landstitel mee geblazen. Twee maal is het gelukt de hoogste plaats te behalen, in 1946 en in 1971. Nauwelijks minder imposant is dat het eerste tiental bijna onafgebroken in de hoogste klasse heeft gespeeld van 1920/’21 tot en met 1957/’58. In dit hoofdstuk een verslag van het kampioenschap in 1946. Eén opmerking: het is goedkoop…
-
De opkomst van Spanjaard
Hieronder een artikel van Erik Olof en daaronder van Spanjaard zelf over diens eerste jaren bij Schaakclub Utrecht. Erik Olof Uit clubblad van SC. Utrecht dec. 1978. In het clubblad van 5 november 1925 komen we de naam van onze nestor het eerst tegen, bij de ledenlijst van de junioren-afdeling. Een jaar later debuteert deze junior in het eerste tiental van Utrecht, aan het tiende bord. Het is in de wedstrijd VAS – Utrecht. Tussen Utrecht en VAS zijn vele wedstrijden gespeeld. Hierboven ziet u een foto van beide teams, tijdens een van de vele matches. Aan VAS-zijde komen we illustere namen tegen, als Max Euwe, Davidson, Weenink. Bij Utrecht…
-
Oorlog in Utrecht
Robert Beekman Schrijven over de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen ervan voor Utrechtse schakers bleek geen eenvoudige opgave. In de kranten werd amper achtergrondinformatie gegeven over wat er aan de hand was – de vijand las immers mee. Voor een stad als Utrecht was dat nog lastiger. Mussert, de leider van de NSB, woonde in Utrecht en het Nederlands hoofdkwartier van de nazi’s was dus gevestigd op de Maliebaan. In de hele stad zwermde het permanent van de Duitse soldaten of met de Duitsers collaborerende Nederlandse soldaten. Of de Duitsers hierdoor de stad Utrecht als bondgenoot zagen, weet ik niet. Utrechtse staalfabrieken kregen wel opdrachten van het Duitse leger, wat…