• Beekman

    Capablanca – Bernstein (1911); Bernstein – Najdorf (1954)

    Het einde der tijden Robert Beekman Montevideo, 1954. Miguel Najdorf doet mee in de strijd om de wereldtitel en bevindt zich op het hoogtepunt van zijn roem. In de hoofdstad van zijn nieuwe vaderland loopt hij de lijst met deelnemers langs. Zijn concurrenten worden daarbij onderverdeeld in drie groepen. A. Spelers die sterk genoeg zijn om misschien remise tegen hem te houden. B. Spelers tegen wie hij meer moeite moet doen om van te winnen. C. Spelers die blij mogen zijn als ze niet voor zet 30 matgezet zijn. En terwijl zijn ogen de deelnemerslijst afdalen, constateert hij met tevredenheid nog geen enkele speler categorie A te zijn tegengekomen. Maar…

  • Beekman

    Gelfand – Anand (2012)

    Het zal dan toch niet zo zijn dat Gelfand wereldkampioen wordt?!? Robert Beekman Toen Gelfand de zevende partij van Anand won, was er toch even geroezemoes. Hans Böhm werd geïnterviewd door Nos Nieuws en riep uit: “Het zal dan toch niet zo zijn dat Gelfand wereldkampioen wordt?!?” De interviewer begreep het niet. “Waarom zou dat zo erg zijn?” “Omdat Gelfand nummer 22 van de wereld is en niemand hem als echte wereldkampioen zal zien.” De interviewer begreep het nog steeds niet. “Maar waarom speelt deze Gelfand dan om het wereldkampioenschap?” Hans Böhm, meegesleept door zijn eigen logica: “Omdat hij zich natuurlijk geplaatst heeft!!” De interviewer durfde geen vraag meer te…

  • Beekman

    Kramnik – Anand (2008)

    Het plafond Robert Beekman De strijd om het wereldkampioenschap heeft niet de internationale bekendheid gekregen die het vorig jaar had, toen Toiletgate de gehele schaakwereld verlamde maar de pers smulde. Anand en Kramnik spelen dit jaar (2008) in goede verstandhouding hun partijtjes uit. En Anand gaat winnen. Heel hard. Anand en Kramnik. Dat hadden niet veel verwacht. Natuurlijk weten we allemaal dat Anand een ongelooflijk getalenteerd speler is, maar Kasparov had er al op gewezen dat hij in zijn hoofd minder weerbaar wordt als de spanning opgevoerd wordt. Kramnik daarentegen staat bekend als de matchspeler bij uitstek. Sinds hij van Kasparov de wereldtitel overgenomen had, bleek hij in matches onverslaanbaar.…

  • Beekman

    Anand – Shirov (2010)

    Aliquando dormitat bonus Homerus! Robert Beekman In 1907 was Siegbert Tarrasch één van de sterkste grootmeesters van de wereld. Als een aristocraat liep hij tussen de borden door. “Der Doctor”, noemde men hem vol ontzag. En zo voelde hij zich ook. Ver verheven boven andere schakers. Nu hielden gewone schakers uiteraard wijselijk hun mond. Zij zouden immers meedogenloos verpletterd worden. Maar collega-grootmeesters waren uiteraard minder onder de indruk. Tussen Nimzowitsch en Tarrasch ontstond een eeuwigdurende controverse. Inzet: wie heeft het Grootste Ego van de Wereld? En dat begon allemaal in hun eerste partij, toen Tarrasch geconfronteerd werd met Nimzowitsch onconventionele openingsaanpak en zo ongeveer na 12 zetten opstond, de armen…

  • Beekman

    De constructie van de denkfout

    Robert Beekman Uit het jaar 2000 een artikel over denkfouten in het hoofd van de schaker. Een aantal schakers van de club komen hier aan bod. Verder zegt het meer over mijn eigen ijdelheid (dat ik een artikel van mezelf op de website plaats) dan over de geest van de club. Het onbewuste kan geen ‘nee’ denken. Dat laat zich het best illustreren aan de hand van een skiër die op een open sneeuwvlakte de berg afskiet. Onze skiër is niet bijster bedreven in het beheersen van zijn twee latten, maar ach, beneden komt hij wel. Voorlopig geniet hij van de open vlakte met alleen maar sneeuw. Of nee! Er…

  • Beekman

    Aljechin / Frank – Bogoljubow / Pfaffenroth (1941)

    Robert Beekman Aljechin (hierboven in beeld) kan absoluut politieke incorrectheid toegeschreven worden, maar was hij een Nazi of antisemiet? Eén van de moeilijkste vragen voor schaakhistorici. Niemand durft een antwoord op deze vraag te geven. In 1941 schreef Aljechin antisemitische artikelen. Arisch en Joods Schaak, was één van de titels. In die artikelen zou staan dat zijn overwinning op Euwe in 1937 “een overwinning op het Joodse complot” was. Verder schrijft hij dat Joods schaak laf en defensief is, waar Arisch schaak juist gedurfd en aanvallend is. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er al snel stemmen binnen de schaakwereld en FIDE op om hem zijn titels te ontnemen en zijn…