• Tarrasch – Tsjigorin (1895)

    Posted on februari 29, 2016 by in bouwmeester

    Maat en kwaliteit

    Hans Bouwmeester

    In de grijze oudheid demonstreerde de grote Steinitz eens een schaakpartij aan de problemist Samuel Loyd en vroeg hem toen of hij iets kon zeggen over de kwaliteiten van de beide spelers. Het bleek een uiterst moeilijke opgave want Loyd, een bijzonder intelligent man en een goede schaakspeler, zat er wel erg ver naast.

    Onlangs nam ik zelf eens een proef met één van mijn schaakvrienden, een goede clubschaker met een redelijke kennis van schaakliteratuur. Ik toonde hem de volgende partij:

    1.e4 e5 2.Pc3 Pf6 3.d3 d5 4.exd5 Pxd5 5.De2 Pc6 6.Ld2 Le7 7.0-0-0 0-0 8.Df3 Le6 9.Pge2 f5 10.Dh3 Dd6 11.Pxd5 Dxd5 12.Pc3 Da5 13.a3

    diaTsjigorin13… Lxa3 14.Pb1 Lxb2+ 15.Kxb2 Da2+ 16.Kc1 Pb4 0-1

    “Op het spel van de zwartspeler is niet veel aan te merken”, zo meende mijn vriend, “maar de witspeler is vermoedelijk een beginnend amateur die nog weinig praktische ervaring heeft opgedaan”.

    Mijn antwoord zou hem verbazen. De witspeler heeft bij het begin van deze partij de leiding in het belangrijkste toernooi van de 19e eeuw, Hastings 1895. Zijn score is dan 15 uit 19 en er zijn nog twee ronden te gaan. Hij heeft Pillsbury in de eerste ronde grandioos verslagen en niet minder indrukwekkend is zijn zege in de tweede ronde op wereldkampioen Lasker. Lang geleden heb ik deze partijen wel eens beschreven en er kwamen vele commentaren op van schakers die onder de indruk waren van deze bloedstollende gevechten uit het verre verleden.

    De man waarover het hier gaat is Michael Ivanovich Tsjigorin, geboren op 12 november 1850 in Gatschina, een stadje in de buurt van St Petersburg. Hij leerde het schaakspel op 16-jarige leeftijd(!) en was ongeveer vijf jaar later een speler van meestersterkte. Tijdens het genoemde toernooi in Hastings was hij dus 44 jaar en op het toppunt van zijn carrière als grootmeester.

    hastings1895

    De deelnemers aan het legendarische toernooi Hastings 1895. Staand: Albin, Schlechter, Janowski, Marco, Blackburne, Maroczy, Schiffers, Gunsberg, Burn, Tinsley. Zittend: Vergani, Steinitz, Tsjigorin, Lasker, Pillsbury, Tarrasch, Mieses, Teichmann.

    chigorin1Michail Ivanovitsj Tsjigorin (1850-1908), de grote held van Hastings 1895.

    In de bovenstaande partij tegen David Janowsky speelt hij inderdaad als een beginnend amateur. Hoe komt zoiets? Is het de spanning van een positie aan de top? “Bij een eerste prijs horen zenuwen”, zo heeft Maroczy eens geschreven. En deze grote meester was voor mijn gevoel de kalmte in persoon. Ik heb hem oppervlakkig gekend. Kan het ook zijn dat Tsjigorin op die dag – het was op 31 augustus 1895 – ziek was of dat hij misschien teveel had gedronken? We weten het niet; wat we wel weten is dat hij het soms met de wodka te kwaad had. Zijn laatste portret van het jaar 1907, kort voor zijn dood gemaakt en opgenomen in het Russische boek van Grekov, spreekt duidelijke taal.

    pillsbury01Door zijn dramatische nederlaag in de voorlaatste ronde wordt Tsjigorin gepasseerd door Pillsbury, links in beeld. Dan moet hij in de laatste ronde proberen om de jonge Carl Schlechter met zwart te verslaan om de tweede plaats te behouden, want Lasker zit hem vlak op de hielen. Dat lukt dankzij fijn tempospel in het verre eindspel met de torens.

    Men zou Tsjigorin als de morele winnaar van het toernooi kunnen zien. Hij sluit het toernooi af met 14 overwinningen; behalve Pillsbury en Lasker verslaat hij ook mensen als Tarrasch, Bardeleben, Teichmann, Blackburne en vele anderen. Alleen Steinitz is hem met zwart in het Evansgambiet nog de baas en dat is opmerkelijk voor de 59-jarige ex-wereldkampioen, de titaan die zich op krukken voortsleepte en slechts één oog ter beschikking had, omdat juist Tsjigorin in het gambietspel zeer bedreven was. En dan was er een ongelukkige nederlaag tegen zijn stadgenoot Schiffers, die hij in meerdere matches soms met grote cijfers had verslagen. Ondanks alles menen kenners dat Hastings 1895 het hoogtepunt was in de carrière van de eerste Russische grootmeester!

    Over Tsjigorin hebben verschillende Russische auteurs geschreven. Die boeken zijn bij ons weinig bekend geworden. Dat is ook het geval met de Wildhagenserie, goede naslagwerken waarin ook een T-boek voorkomt. Nu hebben Khalifman en Soloviov een nieuw boek gemaakt en de uitgeverij “Semko” in Sofia (Bulgarije) heeft het gepubliceerd in de serie “Chess Stars” Ik ontleen daaraan de volgende partij en maak dankbaar gebruik van de aantekeningen, in code, van Löwenfisch en Bogoljubow.

    S. Tarrasch – M.I. Tsjigorin
    Hastings 1895

    1.d4 d5 2.e3 Tarrasch kende zijn tegenstander goed. Hij had twee jaar eerder een prachtige match met hem uitgevochten die in een gelijk spel was geëindigd. (+9 -9 = 4) Deze staat in “300 Schachpartien” uitvoerig beschreven. Op 2.c4 placht Tsjigorin 2… Pc6 te antwoorden en op 2.Pf3 ging hij meestal met 2… Lg4 verder. Kennelijk had Tarrasch geen zin om op deze specialiteiten in te gaan.
    2…Pf6 3.Ld3 Of 3.Pf3 Lg4
    3…Pc6 4.f4 Hij wil 4… e5 niet toelaten en ook niet op 4.Pf3 Lg4 ingaan.
    4…Pb4 5.Pf3 Na 5.Le2 Lf5 6.Pa3 c5 heeft zwart geen problemen.
    5…Pxd3+ 6.cxd3 e6 7.O-O Le7 8.Pbd2 O-O 9.Dc2 De dame staat hier niet gelukkig. Meer voor de hand lag 9.Pe5 om op de koningsvleugel actief te worden. Beide spelers hebben alle theoretische paden willen vermijden. Dat is merkwaardig, want beiden waren grote kenners op het terrein van de openingen. Tarrasch wist veel van het Damegambiet en van het Spaans. Tsjigorin bezat een diepgaande kennis van het Italiaans, het Evansgambiet, het Koningsgambiet en het Tweepaardenspel en met zwart kende hij behalve de Tsjigorin-verdediging ook bepaalde opstellingen in het Spaans, die tot op de huidige dag populair zijn.
    9…Ld7 10.Pb3 La4 11.Dc3 b6
    diabouwtarrtsji112.De1
    Dus toch maar naar de koningsvleugel? Zwart heeft inmiddels het initiatief in handen.
    12…c5 13.Ld2 Lb5 14.Pe5 Pd7 15.Pc1 Pxe5 Ook 15… c4 kon misschien wel in aanmerking komen.
    16.dxe5 Op 16.fxe5 geeft Khalifman 16.fxe5 cxd4 (ook c4 valt te overwegen) 17.exd4 Tc8 18.a4 La6 19.a5 Tc2 met wederzijdse kansen. Na 20.axb6 Dxb6 21.Lc3 Lg5 22.Dd1 kan zwart een pion winnen, maar het is de vraag of zijn positie wezenlijke winstkansen biedt.
    16…Tc8 17.Tf2 f6 18.Lc3 d4 19.exd4 cxd4 20.exf6 Txf6 21.Lb4 Lc5 Khalifman geeft deze zet een ?! en beveelt 21…Lxb4 22.Dxb4 Dd5 aan. Zwart is dan ongetwijfeld in het voordeel.
    22.Lxc5 bxc5 23.Dd2 Dd6 24.Pe2 Tcf8 25.Taf1 Dd5 26.Pg3 Tarrasch is weer helemaal in de strijd. Ongetwijfeld heeft hij gezien dat 26.b3 g5! 27.fxg5 Txf2 28.Txf2 Txf2 29.Kxf2 Df5+ in zwarts voordeel gaat uitvallen.
    26…e5 Khalifman geeft de zet een uitroepteken. Het is duidelijk dat 26…Dxa2 27.Pe4 Tf5 28.Pd6 gunstig is voor wit. Misschien heeft Tsjigorin nog 26… c4 overwogen en dat verworpen op grond van
    26…c4 27.Te2! cxd3 28.Te5 met goed tegenspel voor wit. We zijn nu bij de kritieke stelling in de partij beland. Er moeten nog vier zetten worden gespeeld voor de eerste tijdcontrole. Het tempo is 30 in 2 uur. Is Tarrasch in tijdnood geweest? We weten het niet. Zijn volgende zet is zijn eerste echte fout in de partij en deze is gelijk beslissend voor de uitslag.
    diabouwtarrtsji227.f5? Stellen we ons de situatie voor. Tarrasch is 33 jaar; hij heeft een aantal belangrijke toernooien gewonnen en ziet zichzelf als de tegenpaus van de 26-jarige Lasker, die weliswaar de oude Steinitz heeft verslagen, maar nog geen grote toernooisuccessen heeft geboekt. In Duitsland is Tarrasch reeds een levende legende. Men kan er zijn “300 Schachpartien” op nalezen. In Hastings is hij weinig indrukwekkend gestart en er dus geweldig op gebrand om zijn 44-jarige tegenstander uit het zadel te lichten. Onder zulke omstandigheden kan men gemakkelijk de objectiviteit uit het oog verliezen.

    Misschien heeft hij 27.b3 verworpen op 27.b3 exf4 28.Txf4 Txf4 29.Txf4 Txf4 30.Dxf4 Lxd3 31.Db8+ Kf7 32.Dxa7+ Kg6 en het eindspel staat slecht voor wit. Volgens oude analyses had hij 27. Pe4 moeten doen. Er kan volgen: 27.Pe4 Txf4 28.Txf4 exf4 29.Txf4 Txf4 (Loewenfisch geeft 29… Ta8!? 30.b3 a5, maar dat haalt na 31.Dc2 niets uit) 30.Dxf4 Lxd3 31.Db8+ Kf7 32.Dxa7+ Kg6 33.Db6+ Kf5 34.Pxc5 Lc4 en de situatie is nog altijd niet duidelijk. De zwarte vrijpion is gevaarlijk bijvoorbeeld 35.b3 d3 36.bxc4? Dd4+ 37.Kf1 d2 en wint. Wat zullen de spelers onder druk van de klok van dit alles gezien hebben? Er staat niets over in de boeken.
    27…c4 28.Pe4 De consequentie van de vorige zet. Er is geen goed alternatief, want 28.dxc4 Lxc4 29.Td1 Lxa2 leidt tot een eindspel, dat op de duur verloren moet zijn.
    diabouwtarrtsji328…cxd3! Natuurlijk! Na 28…T6f7 29.f6 g6 30.Te1 (Khalifman suggereert 30.Pg5!?) 30…cxd3 31.Dh6 heeft wit tegenspel, aldus Loewenfisch.
    29.Pxf6+ Txf6 30.Tc1 Er is geen verdediging tegen de opmars van de pionnen. Tarrasch begint een wanhoopsoffensief.
    30…h6 “Was ist der Mensch ohne Ventil?” Een bekende uitspraak van Tarrasch.
    31.Tc8+ Kh7 32.Db4 Lc6! Loewenfisch geeft een ingewikkelde variant waaruit blijkt dat ook 32… a6 33.a4 e4 wint, maar Tsjigorin gaat recht en trefzeker op zijn doel af.
    33.Db8 Na 33.Tf8 geeft Bogoljubow de volgende mooie variant: 33.Tf8 d2 34.Txd2 De4 35.Tf2 Txf8 36.Dxf8 Lb5 en wit heeft geen verdediging meer.
    33…Txf5 34.Th8+ Of 34.Td8 De4 35.Th8+ Kg6 36.Dd6+ Kh5 37.Txf5+ Dxf5 38.Dxc6 d2 39.Da4 Db1+ en wint. (Bogoljubow)
    34…Kg6 35.Tf8 Tg5! Een elegant slot!
    36.T8f3 d2

    0-1

    Deze mooie, spannende partij, die in de vijfde ronde werd gespeeld, bracht Tsjigorin alleen naar de tweede plaats met 4 uit 5. Alleen Steinitz had een halfje meer, maar die had een aanzienlijk lichter programma afgewerkt. Tsjigorin had zijn drie belangrijkste concurrenten een gevoelige nederlaag toegebracht!

    Hoe beoordelen we in onze tijd de kwaliteit van bovenstaande partij. We geloven zo graag dat er in onze tijd veel beter gespeeld wordt dan in het verre verleden. Ik denk dat elke hedendaagse topspeler trots zou zijn geweest als hij het bovenstaande duel gewonnen had.

    tarrasch2Lasker, Tarrasch (links in beeld – de tegenstander van Tsjigorin in de partij hierboven), Steinitz, Pillsbury en Tsjigorin staken zeker boven hun tijdgenoten uit maar ook mensen als Maroczy, Teichmann, Schlechter, Blackburne en Mason waren geweldige schaakmeesters. Hun parate kennis was minder groot dan die van Kasparov, Kramnik, Shirov, Leko, Ivanchuk en Anand, maar van bepaalde openingen hadden ze goed verstand en veel van hun analyses mogen ook nu nog gezien worden. De groep van de tweede categorie is tegenwoordig veel groter dan toen en vrijwel niemand van de hedendaagse profs doet het zonder database en secondant(en). Anand schrijft in zijn partijenboek dat hij bij de voorbereiding van zijn match met Kasparov vier specialisten aantrok: Joesoepov, Ubilava, Speelman en Wolff. Zoiets zou niet tot de verbeelding van een Tarrasch of een Lasker gesproken hebben, zo denk ik dan. “Wie ter wereld zou mij kunnen helpen??” Het was een gedachte die de illustere heren van toen door het hoofd kon hebben gespeeld.

    Het is alweer enige jaren geleden dat Divinsky en Keene met behulp van een bepaalde rekenwijze de rating van de oude meesters vaststelde. Voor mijn gevoel is dat een zinloos bedrijf en voor wie is dat belangrijk? Een clubgenoot vertelde me onlangs dat John Nunn een onderzoek gedaan heeft aan het aantal blunders en op grond daarvan tot de conclusie kwam dat men vroeger minder sterk speelde dan nu. En wie bij voorbeeld het toernooiboek van Rotterdam 1989 bekijkt, komt zeker onder de indruk van het grote aantal concentratiefouten van de grootmeesters. Maar er waren daar ook vele spannende gevechten te zien en dat vind ik in feite het meest belangrijk. Elopunten zijn in ons wereldje niet meer weg te denken. “Het is goed dat er iets is”, placht Euwe te zeggen. Er zitten ook kwalijke kanten aan, daarover hoef ik hier niet uit te weiden. Wie de vele mooie partijen van Tsjigorin naspeelt heeft geen behoefte aan een meetlat, want de kwaliteit is onmiskenbaar.

Comments are closed.