• Mejuffrouw Jansen

    Posted on februari 25, 2016 by in 1800 - 1918

    Mejuffrouw Jansen (1856 – 1929)

    Peter de Jong

    In het fotoboek van Schaakclub Utrecht, te vinden in de Koninklijke Bibliotheek en waarschijnlijk ooit gemaakt door Smeekes, staat een foto ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan in 1906. Herkenbaar zijn onder andere de broers Olland, Smeekes, Hogewind, Van Foreest, Weijers, Fick en van Wijngaarden. Zittend, derde van links zit de enige dame, die bekend is onder de naam mejuffrouw Jansen.

    scu1906

    Zittend van links naar rechts: Ramkema, Roeseling, Mej. Jansen, Smeekes, Weyers, A.G. Olland, Hogewind, Van Foreest, E.L. Olland, Bouvé, Jonker. Staand: Overhagen, Grondijs, ?, Hoogestraaten, ?, Wijngaarden, Fick, ?, Wetter, Ring, ? Altena, ?, Blokzijl, Den Daas, ?, ?, Feit.

    Wie is mejuffrouw Jansen en is zij inderdaad de vrouw van Olland, zoals in het vorige jubileumboek wordt geschreven? Wat is haar voornaam, leeftijd, waar komt zij vandaan en is zij een sterke schaakster geweest?

    Onwillekeurig leg ik bij ‘mejuffrouw’ de link met haar leeftijd. Zoals de foto hierboven al een beetje aangeeft, is dat bij mejuffrouw Jansen niet het geval. Hendrica Jansen is op 1 april 1856 geboren in Gendringen in Gelderland en heeft zich waarschijnlijk pas aan het eind van de 19e eeuw in Utrecht gevestigd. Zij is huishoudster van beroep en woont in de Zadelstraat. Als zij in 1897 lid wordt van de Dames Schaakvereniging is zij 41 jaar. Adolf George Olland, op de foto zittend als 6e van links, is geboren in 1867.

    Olland trouwt op 2 mei 1905 met de 21 jarige Carolina Adriana Lameris en zij is nog steeds de vrouw van Olland, als hij op 22 juli 1933 in Den Haag overlijdt. Hendrica Jansen is dan ook niet de vrouw van Olland geweest. De verwarring is waarschijnlijk ontstaan omdat ook Olland’s vrouw later een bestuursfunctie bekleedt bij de Dames Schaakclub. In 1899 is Hendrica Jansen de penningmeesteresse en van 1901 tot 1905 de presidente. Mevrouw Olland-Lameris is van 1911 tot 1913 secretaresse van de Dames Schaakclub.

    De opkomst van het vrouwenschaak

    Mevrouw L.T.A. Muller Thijm uit Zutphen is de drijvende kracht achter de opkomst van het vrouwenschaak in Nederland. Tijdens het internationale toernooi van Hastings in 1895 worden reeds twee damesgroepen geformeerd, maar het 1e International Ladies Chess Congress vindt plaats in London in 1897.

    Nadat in Engeland in 1897 een Dames toernooi tot stand is gekomen, moet ook Nederland door het Dames Schaak worden veroverd. In haar woonplaats Zutphen komen de leden van de club “Door Oefening Vooruit” wekelijks bij haar thuis bij elkaar en zij maakt dankbaar gebruik van de ruimte die in diverse dagbladen en in het bondsblad wordt aangeboden, om het damesschaak te propageren. Binnen korte tijd ontstaan er ook Damesschaakverenigingen in Utrecht, Groningen en Den Haag.

    ladieschesscongress1897

    Deelnemers 1e International Ladies Chess Congress Londen 1897

    Eén en ander leidt ertoe dat van 25 juli tot en met 27 juli 1898 in Den Haag de 1e nationale Dames-Schaakwedstrijd wordt gehouden. Onder de deelnemers ook twee speelsters uit Utrecht, Hendrica Jansen en mevrouw A.J. Witteveen-De Groot, de 1e presidente van de club. Jansen wint de B-groep met 4½ uit 6. Mevrouw Muller-Thijm wint de A-groep en de play-off om de 1e plaats.

    Een jaar later in 1899 wint Hendrica Jansen de 2e Nationale Dames-Schaakwedstrijd te Amsterdam overtuigend met een score van 6 uit 7. Omdat er voor dit toernooi voor het eerste een notatieverplichting was, krijgen wij inzicht in het niveau van de dames.

    C.P.J. Koekebakker – Hendrica Jansen
    Amsterdam, 8 augustus 1899

    1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.De2 b5 6.Lb3 Lc5 7.c3 d6 8.h3 O-O 9.O-O h6 10.Ph4 Te8 11.d3 Lb7 12.Pf5 Dd7 13.Le3 Pe7 14.Pxe7+ Dxe7 15.Df3 Tad8 16.Lxc5 dxc5 17.Te1 Dd7 18.Te3 a5 19.a4 b4 20.cxb4 cxb4 21.Pd2 La6 22.Pc4 Lxc4 23.Lxc4 Dd6 24.Tf1 c5 25.Df5 Db6 26.b3 Te7 27.f4 Dd6 28.fxe5 Dxe5 29.Dg6 Tf8 30.Tf5 Dd4
    diamejjansen631.Kf2? Kh8

    [31…Dxc4]
    32.Dg3 Txe4 33.Txf6 Dxf6+ 34.Tf3 Dd4+ 35.Kf1 Da1+ 36.Kf2 De1#

    0-1

    .

    .

    .

    .

    Jansen ontbreekt op de 3e Nationale wedstrijd in 1900 te Groningen en op de 4e te Haarlem. Het niveau is waarschijnlijk dan al te laag en zij wil zich meten met de mannen. De Leidse Suze Splinter wint de wedstrijd in Haarlem. Splinter is evenals Jansen te sterk voor de overige dames. In 1900 verslaat Splinter bijvoorbeeld reeds schaakmeester Mieses in een simultaan te Haarlem. Dezelfde Suze Splinter is in 1900 de eerste vrouw die wordt toegelaten tot een mannenschaakclub. Dit gaat overigens niet zonder slag of stoot. Zij mag dan wel toetreden tot de club, maar mag geen bezwaar maken tegen het roken!

    Het is het begin van het einde van de Dames-Schaakwedstrijden. De dames spelen zo nu en dan mee in de teamwedstrijden en in de diverse toernooien die in het land worden georganiseerd. Tot aansprekende resultaten komt het niet. Als Splinter, een getalenteerd harpspeelster, in oktober 1902 naar Leipzig vertrekt voor een studie aan het conservatorium, is Jansen op dat moment de enige dame die zich nog met de heren kan meten.

    Hendrica Jansen speelt in 1902 mee in de 2e klasse B van de Bondswedstrijd die wordt gehouden in Rotterdam. Met 1 uit 4 eindigt zij onderin de groep. Dat Jansen aanzienlijk aan status heeft gewonnen, bewijst het bericht dat op 29 december 1902 verschijnt in het Leidsch Dagblad.

    “H.N. Pillsbury uit Amerika, de beroemde beroepsschaker, heeft vrijdag j.l. in het gebouw “Pulchri Studio” in Den Haag 48 partijen simultaan gespeeld. Er waren zeer veel toeschouwers, waaronder ook de bekende presidente van de Utrechtsche damesschaakclub. (…) Zaterdag speelde hij 16 partijen blind, won hiervan 8, verloor van de dames Jansen (uit Utrecht) en De Vries (uit Zutphen) in consultatie en maakte er 7 remise, waaronder tegen onze stadgenoot den heer A.C. Splinter.”

    Harry Nelson Pillsbury – Hendrica Jansen, Mejuffrouw M de Vries (Zutphen) & Jan Willem te Kolsté, Den Haag, 27 dec. 1902, Blindsimultaanséance

    1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 4.e5 Pfd7 5.Dg4 c5 6.Pf3 cxd4 7.Pxd4 Pxe5 8.Dg3 Pbc6 9.Lb5 f6 10.f4 Kf7 11.Le3 Pxd4 12.Lxd4 Pc6 13.0–0–0 Pxd4 14.Txd4 Lc5

    diamejjansen7Wit doet hier Td2 en overziet dat zwart na Db6 een dubbele dreiging heeft: … Le3 en … d4.

    15.Td2 Db6 16.Te1 d4 17.Lc4 dxc3 18.bxc3 Td8 19.f5 La3 20.Kd1 Txd2 21.Kxd2 Dd6 22.Dxd6 Lxd6 23.fxe6 Ke7

    0–1

    .

    .

    .

    Het eerste succes wordt geboekt in een toernooi te Amsterdam op 8 maart 1903 waar Jansen de gedeelde 1e prijs wint in een groep waarin onder andere Geus en Reeders meespelen. Ook in de 2e klasse van de Bondswedstrijd te Hilversum in 1903 bewijst zij opnieuw (één van) de sterkste schaakster(s) in het land te zijn.

    Tweezetten

    Vanaf 1903 waagt Jansen zich aan de destijds zeer populaire vorm van schaken: het componeren van problemen. Een aantal van deze problemen, overigens allemaal tweezetten, wordt opgenomen in het Tijdschrift van den Nederlandschen Schaakbond.

    diamejjansen1

    Oplossing: 1.b6

    diamejjansen2

    Oplossing: 1.Dc7

    diamejjansen3

    Oplossing: 1.Pe6

    diamejjansen4

    Oplossing: 1.Dd2

    Uit “Nederlandsche Schaak-problemen”, A. van Eelde 1907.

    Probleemscherts

    diamejjansen5

    Probleemscherts, 1903. Driezet.

    “Uit de probleemwereld: Probleemscherts No. 1364. Mej. H. Jansen te Utrecht.”

    Zo lees ik bij de toelichting in de editie van 1903. En de toelichting gaat verder:

    “Gegeven:
    a. Dat wit de partij zonder loopers, zwart deze zonder paarden speelde.
    b. Dat de laatste zet aan weerszijden was: 0-0-0, g4.
    Gevraagd:
    Dat wit, aan den zet, zwart in drie zetten mat zet.”

    Met alle wil van de wereld, vind ik in deze stelling geen mat in drie zetten. Ook de computer kan mij hierbij niet helpen, maar wellicht zie ik als leek in deze vorm van schaken een finesse over het hoofd. Het probleem is een onvervalste retrograde met een wel heel verrassende oplossing!

    Als zwart geen paarden heeft gehad en de laatste zet van wit lange rochade is, dan kan de toren op h1 alleen geslagen worden door een gepromoveerd zwart paard. Echter, de pion kan niet langs d2 wegens het schaak en als de koning beweegt dan kan lange rochade niet meer. De zwarte d-pion kan wel via a2 naar b1 tot paard promoveren, maar dan moet er vier keer geslagen worden terwijl wit alleen een pion en dame in de aanbieding heeft. De stelling is dus illegaal. En de oplossing? Die is hilarisch! Maak de stelling legaal door gewoon een witte toren erbij te zetten op h1, g1 of f1 en ga verder met de volgende drie zetten: 1.Td2 2.T1d1 3.Td8 mat!

    Echt hilarisch, maar goed, luidt de titel van dit probleem niet: “Probleemscherts”? Bij de oplossing lees ik van de redacteur het volgende commentaar: “De opinies over de waarde van zulk een scherts zullen altijd wel verdeeld blijven. De een zal zeggen: ‘alleraardigst gevonden’, de ander ‘ronduit gezegd: ik vind haar flauw’. Wij voor ons sluiten ons aan bij het oordeel van de oplossers, die hulde bracht aan de ‘scherpzinninge vergeetachtigheid’ van mej. Jansen! Goede oplossingen ontvingen wij van: Mr. Ch. Enschedé, P.P. Couvret, G. Nobel, H.J. Herckenradt en J. Colpa.”

    Vijf goede oplossers, dus! Helemaal niet slecht.

    De schaaktop der vrouwen

    De schaakcarrière van Jansen gaat verder met redelijke scores in de diverse toernooien. Zij speelt mee voor de Schaakclub Utrecht in de teamwedstrijden en speelt in 1906 ook internationaal. Zij wint twee partijen voor het Nederlandse team dat in augustus in een massakamp met 60-40 wint van het “Niederrheinischer Schachverband” en in juni speelt zij mede in de Damesgroep van het internationale toernooi van Ostende. Met een score van 6½ uit 12 eindigt zij op een gedeelde 5e plaats.

    belindafinnOok is Jansen in 1907 actief in Ostende. Met een score van 6½ uit 10 behaalt zij de 4e plaats in een sterk veld, waaronder de Britse Kate Belinda Finn die op dat moment wordt gerekend tot één van de best schakende dames ter wereld.

    Miss Kate Belinda Finn (1870-1932), foto in Chess Pie, 1922.

    .
    .
    .
    .

    .

    Hendrica Jansen – Mrs. Roe
    Ostende, juli 1907

    1.d4 d5 2.c4 Pf6 3.cxd5 Dxd5 4.Pc3 Da5 5.Ld2 c6 6.e4 Dc7 7.f4 e6 8.Ld3 Lb4 9.Pf3 O-O 10.O-O Le7 11.Pg5 Db6 12.Le3
    diamejjansen812…Dxb2 13.e5 Dxc3 14.exf6 Lxf6 15.Lxh7+ Kh8 16.Dh5 Dxe3+ 17.Kh1 Lxg5 18.fxg5 Dxg5 19.Dxg5 Kxh7 20.Tf4 g6 21.Df6 Pd7 22.Th4+ Kg8 23.Th8#

    1-0

    .

    .

    .

    .

    .

    Na dit hoogtepunt wordt het rustiger. Jansen speelt nog voornamelijk partijen voor Schaakclub Utrecht en zo nu en dan een toernooi. In het Utrechtsch Dagblad verschijnt in 1913 nog een tweetal twee zetten. Wellicht gaat ook haar leeftijd meespelen. Op 21 juli 1926 vertrekt ze uit Utrecht naar een verzorghuis in het Gelderse plaatsje Bergh, waar zij op 6 juli 1929 overlijdt.

Comments are closed.