Op 25 mei is Pieter Popken overleden, 84 jaar oud. De laatste twaalf maanden van zijn leven bracht hij door in een verzorgingstehuis, vanwege voortschrijdende Alzheimer.
Piet – later Pieter – Popken bracht zijn diensttijd in Suriname door en was daarna bijna vijftig jaar lang een markant lid van onze vereniging.
Huib Olij herinnert zich:
‘Pieter is getrouwd met Ada Bregman, zus van Paul, onze veelvoudige oud-clubkampioen. Ik kwam vroeger vaak bij de Breggies op bezoek om naar schaken te kijken wanneer mijn vader, Cor Olij, zat te schaken met Paul en/of zijn vader Anton Bregman. Ook andere Oud-Zuylenaren kwamen regelmatig in huize Bregman bijeen na afloop van een voetbalwedstrijd bij Elinkwijk. Op een gegeven moment liep ook Pieter daar rond. Ik dacht dat-ie daar ook kwam om te schaken … Tja dat deed ie ook wel, maar dus niet op het schaakbord ….
Ik raakte met hem bevriend. Nadat hij met Ada getrouwd was en op de Elbedreef ging wonen, ging ik bijna elke woensdagavond met hem schaken. Hij werkte toen bij Tjadens (een groothandel in tandartsapparatuur), als filiaalmanager in Den Haag.
In die tijd bracht hij me vaak via de Franciscusdreef met de auto naar huis. Zo ook op die ene fatale avond in de nacht van 2 op 3 februari 1973, toen we op een voorrangskruispunt werden aangereden door een idioot, die met gedoofde lichten overstak en onze auto vol raakte. Pieter kon er niets aan doen. Toen er een ziekenauto bij was gekomen heeft Pieter ervoor gezorgd dat ik niet naar het Overvecht Ziekenhuis werd gebracht, maar naar het AZU. Dat heeft mijn leven gered.
We zijn daarna altijd vrienden gebleven. Ik heb nog achter de kinderwagen van zijn twee jongste dochters gelopen! Toen ik na die bijna fatale crash weer uit het ziekhuis werd ontslagen, ben ik samen met de familie Popken op vakantie geweest naar Ameland. Daar heb ik toen weer echt leren lopen in de duinen.
Na zijn carrière bij Tjadens is hij tandartsvertegenwoordiger geworden voor een Amerikaans bedrijf en reisde hij het hele land af om tandartsen te bezoeken.
Pieter was geen groot schaker, maar hij speelde toch graag, vooral met Theo Ruygrok. Op de clubavonden van Oud Zuylen gingen ze altijd om klokslag 22.00 uur samen snelschaken: zonder klok, maar met een borreltje en een hapje.’
Pieter maakte deel uit van het legendarische vriendenteam dat meer dan een decennium bij elkaar is gebleven – in variërende samenstellingen, maar met onder meer Patrick Langendoen, Dick ‘Plato’ Platenkamp, Bas Jubels, Leta Tumba en Hans Scheeringa als vaste leden. Ze begonnen als Oud Zuylen 5 en bleven maar promoveren, zodat ze op hun hoogtepunt feitelijk Oud Zuylen 2 werden. Al bleven ze wel ‘Het Vijfde’ heten: dat stond ook op hun teamshirts.
Patrick, Plato, Leta en Hans herinneren zich:
‘Pieter Popken, mooie kerel en ijdel was hij ook best wel, maar niet teveel. Schakers die niet durfden in een stelling noemde hij steevast Broekenpoepers en die betichtte hij van Broekenpoeperij. Dat was vaak raak getypeerd, daar had hij een feilloos gevoel voor. Zelf liet hij nooit blijken dat hij bang was, of misschien was hij het wel nooit. Ondanks zijn warme persoonlijkheid en enthousiasme schuwde hij de mentale confrontatie nooit als hij vond dat dit nodig was. Hij had een gulle lach en was altijd in voor gekkigheid of kwajongensstreken.
Uitwedstrijden met Het Vijfde in kleine gehuchten vond hij zichtbaar het mooiste. Dat was iets wat we als team deelden. Een schuine mop of een gekke anekdote, Pieter was de man. Van vertegenwoordiger in tandartsbenodigdheden in een Saab tot motortochtjes maken op een Harley Davidson: hij was van alle markten thuis en overal voor in. Elke dag sporten of actief, naar een sauna, klassieke muziek luisteren… was er iets te beleven? Hij draaide daar zijn hand nooit voor om.
Pieter Popken, je was een prachtvent!’
‘In Pieter konden mensen zich behoorlijk vergissen. Hij zat bedachtzaam en relaxt achter het bord, wist bijna iedere partij naar remise te spelen, zelfs tegen veel betere tegenstanders. Sterker nog: vaak won hij volledig verloren partijen nog. Zo heeft hij veel punten binnengehaald voor Het Vijfde.
Maar hij had ook wel eens een kort lontje, met name bij uitwedstrijden. Als je zijn wangen rood zag opgloeien, wist je dat hij zijn tegenstander wat minder sympathiek vond. Als zo iemand het dan te bont maakte, weigerde Pieter soms zelfs om verder te spelen. Ook heeft hij wel eens een schaker uitgenodigd om mee naar buiten te gaan.
Dat was het leuke aan Pieter: zijn zen-momenten die overgingen in een gebrek aan impulscontrole. Een fijne man en een geweldige teamspeler.’
‘Pieter zat altijd aan de sigaartjes met een glas port (of was het sherry?) erbij en is dus toch nog 84 geworden. Opmerkelijk!’
‘Ik noemde hem altijd Popk. Hij was altijd punctueel bij afspraken, nooit te laat en nam dan zijn schaakbord ook mee. Ik zal hem missen.’
Zo heeft iedereen zijn eigen beeld van deze vrolijke levensgenieter, met zijn eigenzinnige karakter. Schaken was een van zijn passies, en voor zijn team zette hij zich werkelijk in. Maar na afloop van een partij voor de interne competitie liet hij direct zien hoe onbelangrijk het resultaat daarvan voor hem was door demonstratief zijn notatieformulier te verscheuren en weg te gooien.

Jarenlang genoot hij van de kameraadschap in Het Vijfde en de vaste afsluiting van zijn clubavonden: de ongedwongen potjes tegen Ruijgrok.
Maar toen het Vijfde uiteenviel en Theo wegens gezondheidsproblemen niet meer naar de club kon komen, had Pieter er acuut genoeg van. In 2020, het jaar voordat hij zijn halve-eeuwfeest bij onze club zou vieren, zegde hij zijn lidmaatschap op. Voortaan speelde hij bij Trio in De Meern, vlak om de hoek bij zijn huis.
Want zo kon de warme en vriendelijke clubman Pieter soms ook zijn: laconiek en compromisloos.
Daarboven zit Theo Ruijgrok al ongeduldig op hem te wachten achter het bord. Hij heeft vast al wel een glaasje en een sigaartje voor Pieter laten aanrukken. Waarschijnlijk zullen er ook bitterballen zijn. Eeuwig plezier!
Ed van Eeden
(met medewerking van Huib Olij en Het Vijfde)