schaakboek,  schaakgeschiedenis

Nieuwe schaakbiografie over A.D. de Groot

Binnenkort verschijnt een nieuwe (schaak)biografie over A.D. de Groot, de bekende schaakpsycholoog, van de hand van ons clublid Peter de Jong. Het is een hardcover boek, A4-formaat, 296 pagina’s en volledig in kleur. Een extract uit het boek is hier te vinden. Wanneer je belangstelling hebt voor het boek kun je een mailtje sturen naar Peter de Jong (peterdej [at] kpnmail [dot] nl)

Hieronder volgt de tekst van de cover:

Adrianus Dingeman (A.D.) de Groot maakte in de jaren dertig van de twintigste eeuw deel uit van een talentvolle generatie Nederlandse schakers. Zijn resultaten aan het bord waren wisselend, maar zijn kwaliteiten werden al vroeg herkend. Namens Nederland nam hij deel aan de Schaakolympiades van München (1936), Stockholm (1937) en Buenos Aires (1939). In het Nederlands kampioenschap van 1938 behaalde hij de vierde plaats, en in 1942 kwam hij slechts gering tekort om Max Euwe uit te dagen voor de nationale titelstrijd.

Reeds op jonge leeftijd toonde De Groot belangstelling voor de psychologische dimensie van het schaken. Aanvankelijk noteerde hij zijn bevindingen in persoonlijke schriften, maar al spoedig ontstond de wens zijn inzichten te publiceren. Als schaakjournalist, een functie die hij vervulde naast zijn studie, koos hij nadrukkelijk voor een psychologische benadering van het spel in plaats van een louter technische analyse.

In 1938 leidde deze interesse, tijdens het AVRO-toernooi, tot een wetenschappelijk onderzoek waarin het denkproces van de schaker centraal stond. Dit onderzoek werd later uitgebreid met een studie naar het waarnemingsproces, hetgeen resulteerde in zijn proefschrift ‘Het denken van den schaker’ (1946), waarop hij aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde.

Hoewel er nadien geen ruimte meer was voor een professionele schaakcarrière, verwierf De Groot als wetenschapper internationale bekendheid. Zijn onderzoek vormde de basis voor de eerste computerprogramma’s die in staat waren om te leren schaken en geldt als een fundament in de ontwikkeling van de cognitieve psychologie.

Deze (schaak)biografie richt zich zowel op De Groots eigen prestaties als schaker als op zijn wetenschappelijke bijdragen aan het begrijpen van het denkproces in het schaakspel. Daarbij is uitvoerig gebruikgemaakt van zijn persoonlijk archief, dat na zijn overlijden in 2006 door zijn erfgenamen beschikbaar werd gesteld.

Hierdoor konden tal van bijzondere en niet eerder gepubliceerde details worden opgenomen, die gezamenlijk een uniek en genuanceerd beeld schetsen van de betekenis van het schaakspel in het leven van Adriaan de Groot.

2 reacties