in memoriam

Bert Kieboom 1935-2025

75 jaar geleden, op 1 september 1950 meldde de 15-jarige Bert Kieboom zich aan als lid van de Schaakclub Utrecht. Gegrepen door de wedstrijd tegen het team van Argentinië dat zojuist 4e was geworden op de Olympiade van Dubrovnik, gespeeld in het gebouw van Kunst en Wetenschappen aan de Mariaplaats, wist hij het zeker: ‘Van deze club wil ik lid worden’ Bert is altijd lid gebleven, tot aan zijn overlijden op 13 september 2025.

Zijn moeder vond het destijds maar hinderlijk dat Bert en zijn vriendjes thuis de hele tafel nodig hadden om te schaken. ‘Hóu nou toch eens op met al dat geschaak’ zei ze venijnig… Deze woorden hebben niet geholpen. Bert is zijn hele leven lang blijven schaken en is er ook nog eens over gaan schrijven.

Bert maakte snel vorderingen. In 1954 won hij al in een simultaan van Paul Keres en in 1956 debuteerde hij in het eerste tiental van de club. Tegelijkertijd werd hij één van de redacteuren van het clubblad.

Onder de vleugels van Spanjaard groeide hij uit tot een vaste speler van het eerste team met als hoogtepunt het kampioenschap van Nederland in 1971. Van 1982 tot 1989 was hij voorzitter.

CAP-Gemini toernooi 1986

In de jaren zestig werkte hij samen met Bouwmeester aan de 11-delige serie Prisma schaakboeken. In 1984 verscheen een boek met 300 schaakproblemen van de componist Jacobus Haring. Probleemschaak was al vanaf jonge leeftijd één van zijn hobby’s. Onder zijn eindredactie verscheen in 1986 het jubileumboek ‘Eeuwig schaak – Honderd jaar Schaakclub Utrecht 1886-1986’.

Na het overlijden van Spanjaard in 1981 nam Bert de schaakrubriek op zaterdag over in het Utrechts Nieuwsblad. Dit bracht hem in contact met vele beroepsschakers. In 1990 verscheen een bundeling van een aantal van deze schaakrubrieken onder de titel ‘Al dat geschaak’ – een referentie naar de eerdere uitspraak van zijn moeder.

De club ging over op sponsoring en trok sterke spelers aan maar ook toen deze een aantal jaren later weer verdwenen, namen jongere- en sterkere spelers het eerste team over en belandde Bert in het tweede en later in het derde. Hij verhuisde naar Bussum maar bleef tot 1999 voor de club spelen. Daarna zette hij bij B.S.G. voort waar hij in Utrecht was mee gestopt, een probleemrubriek in het clubblad en de redactie van het jubileumboek ‘100 jaar denkwerk 1911-2011’.

Ik heb zelf een aantal jaren met veel plezier in hetzelfde team gespeeld als Bert. Eén van de laatste keren was in november 1996 in de wedstrijd Oegstgeest-Utrecht 3 in de 3e klasse van de K.N.S.B.

Oegstgeest stond bekend als het Koningsclub Bergen van de jaren 90. Het trad aan met Genna Sosonko, Predrag Nikolic, Jan Smeets, Jeroen Willemse en de minder sterke broer van Predrag, Nebosja Nikolic, maar toch internationaal meester en de vader van Jeroen Piket, Joop. Ik citeer het clubblad van januari 1997.

‘Bert was nerveus voor de wedstrijd. Dit bleek al in de auto toen hij meende als eerste bordspeler zich te mogen bemoeien met de rijstijl van Henk-Jan Prins en was er na nog één zo’n foute opmerking er in Overvecht al uitgezet. Er waren echter verzachtende omstandigheden. Hij moest namelijk tegen Nikolic met een rating van 2665 … Ik vroeg Bert hoe hij zich op deze wedstrijd had voorbereid en kreeg hierop een verrassend antwoord. ‘Nikolic is een landgenoot van Sokolov en die heeft onlangs in een match met Timman een aantal partijen Slavisch gespeeld en dus is de kans groot dat Nikolic dat ook gaat spelen’ was zijn redenering. Helaas … na het spelen van 1. … Pf6 moest Bert concluderen dat zijn voorbereiding volledig was mislukt’.

Maar toch vertoonde Bert in deze partij een staaltje van ongekende taaiheid. Pas na 90 zetten moest hij opgeven nadat hij in de diagramstelling 90. Ke4?? speelde in plaats van 90. Pe7+ Kb7 91. Pg6 Kxa7 92. Pf8 e5 93. Kd5 Kb6 94. Pg6 en de partij remise was geworden. Na 90. Ke4 Kd7 kon hij meteen opgeven.

Kieboom – Nikolic, 1996

Over grootmeesters gesproken … Het was Vlastimil Hort die Bert had geadviseerd eens mee te spelen in het toernooi van San Bernardino in het zuiden van Zwitserland. In drie edities trof hij meerdere grootmeesters en ook die hadden het niet gemakkelijk. In 1992 was dit de IJslandse grootmeester Margeir Petursson (2565) die waarschijnlijk een gat in de lucht sprong toen Bert in de diagramstelling 25. Lxe7 een remise aanbood, terwijl 25. Pxe6 Lxe6 26. Dh7+ Kf7 27. Lb2! snel had gewonnen.

Kieboom-Petursson

Een hoogtepunt zal toch altijd blijven een partij tegen de wereldkampioen in 1977. Omdat ik de partij nergens tegen ben gekomen in een partijenverzameling en mij afvraag of deze ooit is gepubliceerd, hieronder de volledige partij en een foto van een nadenkende Karpov aan het bord van Bert. Naast Bert zit Jaap van der Tuuk.

De laatste keer dat ik Bert tegen kwam en sprak, was op 25 november 2023 tijdens de K.N.S.B. wedstrijd tussen Oud Zuylen III en B.S.G. III. Apart om hem tegen zijn ‘eigen club’ te zien spelen. Bert verloor van Daniël Kuiper en weinigen zullen op die middag er van bewust zijn geweest wat Bert allemaal voor de club heeft betekend. Bert, bedankt hiervoor!

Peter de Jong