
Wie clubkampioen wordt, zal dat weten ook. Want bij OZU is het traditie dat de kampioen het tegen de hele club moet opnemen. Eén voor allen, allen tegen één. Dit jaarlijkse circus vond plaats op 22 augustus. Robert Beekman had er duidelijk zin in en in een rap tempo werd een aantal tegenstanders door de deegmachine gedraaid, afgebakken en opgediend. Toch waren het niet allemaal zoete broodjes die er gebakken werden. Sommige hadden een zeer krokante korst en andere bleken ronduit taai, zozeer dat de held van dit verhaal zich enkele malen verslikte.
In totaal moest hij vier remises en drie verliespartijen toelaten tegen 23 tegenstanders, dus een score 18 uit 23, hetgeen neerkomt op een knappe 78%. Remises waren er voor Leo, André, Alwin en Menno. Winst voor Henri, Marcel en Sander.
Frank speelde evenals vorig jaar het Boedapester Gambiet. Het kwam Robert opeens zeer bekend voor. “Dus jij bent die man die altijd van die irritante zetjes doet, nu weet ik het weer!” Tussen Robert en Theo Ruijgrok ontstond de volgende dialoog. Theo: “Is dit een goede zet?” Robert: “Ja, dit is Kortsjnoj – Karpov, een partij uit 1978. Karpov won die partij. Je staat dus goed.” Robert loopt door en Theo zegt: “Waarom geeft hij dan niet op?” Een paar zetten later. Robert: “Dit zou ik niet gespeeld hebben. Je bent afgeweken, dus als je verliest, ligt het aan jezelf.” Zoals hieronder in de uitslagen te zien is, verloren Frank en Theo.
Judith was het laatste slachtoffer. Na een goed opgezette vesting in een toreneindspel had de partij misschien remise kunnen worden, maar in het afsluitende een-op-een-duel was de oude Beek haar toch te slim af.
[table “” not found /]




