• KNSB OZU 1 doet goede zaken in Haarlem

    Posted on september 16, 2018 by in extern, knsb

    Opmerking: Onderaan het verslag staan de partijen van Vincent Diepeveen en Frank van der Put

    Het eerste heeft in de eerste ronde tegen HWP Haarlem goede zaken gedaan met een 5.5 – 4.5 zege. Al was een passender kopje geweest: “OZU wint door hardheid, mentaliteit en de klok indrukken”. Want tot begin 2e tijdscontrole zag het er niet zo best uit voor OZU. Doordat Rotterdam, de gedoodverfde favoriet, ogenschijnlijk nog geen sponsoring rond heeft en nu elootje 1700-1900 spelers in de basisopstelling heeft staan, kunnen een aantal clubs dromen van promotie naar de meesterklasse. Hieronder OZU.Natuurlijk dienen we op te merken dat sommige teams aan sponsoring doen. Zoals Caissa, die afgelopen ronde Reinderman liet meedoen. Het oproepen van fiks wat getitelde versterkingen is vaak voor OZU een brug te ver. Laten we dus volstaan het optimistische gevoel te uiten dat we leuk bovenin kunnen meedoen dit seizoen, als we zelfs al van dit op papier veel sterkere team weten te winnen!

    De eerste uitslag was er redelijk vlot. Op bord 1 zat Sebastian Halfhide met wit tegen de zeer solide Iranier Babak Tondivar. Al vele jaren vraagt uw reporter zich af waarom Babak niet rond de 2500 elo zit maar ‘slechts’ op 2327, maar misschien dat Sebastian wel antwoord weet op die vraag. Sebastian klooide wat in de opening, waar hij zelf vast geen goed woord voor over heeft – maar wist met paar flexibele zetjes en hard ingrijpen toch snel wat af te ruilen waarna snel tot een halfjes besloten werd. Toont wel de veerkracht van Sebastian aan tegenwoordig, maar is misschien ook wel antwoord op de “Waarom geen 2500” vraag. Babak schuift te makkelijk halfjes als hij dreigt goed te komen te staan. Ondergetekende was in elk geval blij met het halfje van Sebastian gegeven hoe de opening uit de hand dreigde te lopen.

    Niet lang daarna kwam Frank Lommers langs met de vraag of hij remise mocht aannemen. De stelling van Frank had ik nog niet gezien, maar vertelde hem het standaard verhaal dat we in principe fiks doorspelen maar dat een speler altijd zelf zo’n besluit mag nemen. Frank deed nog paar zetjes maar pakte vervolgens remise. Toen ik later de stelling zag was er ook echt niks te beginnen in die stelling.

    Terwijl ik langs de borden liep rond die tijd en goed alles inspecteerde, drong het toch hard door dat Haarlem toch wel opgekomen was met een prima team in de 1e klasse. Eerste 5 borden ver in de 2300 of zo niet nog meer en geen zwakke schakels onderin.

    Een inspectie langs de borden als teamleider deed de wenkbrauwen wel fronsen. Bruno Carlier – Oele Dijkhuis begon als volgt: 1.Pf3,Pf6 2.g3,b5 3.Lg2,Lb7 4.c3,e6 5.a4

    Dat deed me sterk terugdenken aan toen ik 15 was, ondertussen alweer 29 jaar geleden, waarin ik de zet 1.b4 wel eens speelde. De reden om te stoppen met de Oeran-Oetang was eigenlijk tal van redenen. Ondermeer dat na 1.b4,e5 2.Lb2 Lxb4 3.Lxe5 Pf6 dat hier zwart het centrum weet te veroveren en een prachtige aanval krijgt op de koningsvleugel – wat strategisch simpelweg een verloren stelling is voor wit. Zelfs in snelschaak heb ik dat later met zwart wel eens aan Bosboom duidelijk gemaakt! Ook heugt mij nog heel goed de keiharde nul tegen ik meen Barsov wat zo ongeveer ging als 1.b4,d5 2.Lb2 ,Dd6 3.a3,e5 en zwart was heer en meester in het centrum, waarna ondergetekende weggetankt werd op de koningsvleugel alsof ik niet bestond. Wat ik echter vaak tegen me kreeg was een truukvariantje 1.b4,c6 2.Lb2 a5 met als idee Db6 als wit a3 speelt. Wit kan dat dan nog net vermijden een semi-verloren pionnenstructuur op het bord te krijgen (pakken op a5 bijvoorbeeld is hopeloos slecht) , door het

    volgende te spelen: 3.a3,Db6 4.c4! En nu op 4..axb4? 5.c5! En zet erop kan wit terugpakken op b4. Op deze manier kan wit zich hier net redden, ofschoon de structuur die vervolgens ontstaat waarin zwart meestal d5 en e5-e4 weet te spelen – dat speelt dan alsnog strategisch heel simpel voor zwart.

    Als we dan teruggaan naar de stelling van Oele, dan heeft wit dus niet alleen een structuur die op en geslaagde Oeran-Oetang lijkt, maar ook nog een tempo meer.

    Pessimistisch arbitreerde ik dit op een nul in de verwachtingswaarde. Ondanks dat hij ook nog een paard op a6 parkeerde die later weer terugmoest naar b8, wist Oele met hard werken nog ver te komen na wat fouten van de witspeler. Uiteindelijk resulteerde het toch in de verwachtingswaarde.

    Robert’s stelling was ik ook niet zo over te spreken – de vraag is of wij ooit nog die partij geanalyseerd gaan zien. Ik vermoed dat Robert ‘m ondertussen verbrand heeft, want het was brandhout. Robert kwam gelijk gebeukt te staan – verloor eerst een kwaliteit tegen een pion. Vervolgens raakte Robert ook nog de pion nog kwijt en leek hij op een totaal fiasco af te stevenen. Dat is eigenlijk hoe de stelling stond gedurende een uur of 3. Na lang doorrommelen werd het op 1 of andere curieuze manier toch nog remise ver in de 2e tijdscontrole. Een staaltje van veerkracht!

    Frank van der Put stond redelijk ok met wit in een stelling die leek overgegaan te zijn in een soortement van Gruenfeld. Vanuit mij gezien verreweg de beste partij van de dag. Hier is wat Frank na afloop erover zei zonder ‘m nog nauwkeurig met de computer geanalyseerd te hebben.

    “Mijn tegenstander zette de partij naar mijn idee wat te passief op. met 15.a4 begon ik wat druk te zetten. 16.Tad8 begreep ik niet; waarom niet Tfd8. 18.Lc4 (Pc4?!; kreeg ik niet helemaal sluitend na La6. Ik dacht dat ik dan een heel klein beetje voordelig eindspel zou krijgen,maar niet voldoende voor reële winstkansen. 19. Tab1; wellicht kont Tdb1 ook. 19..Dxa4 leek me niet goed na Lb5, omdat dan na Dxd4 Dxd4 Txd4 Lxe8 Pxe8 Pb3 ik de open d lijn zou pakken; zwart moet bijna wel slaan op d1 Mijn toren komt dan binnen op d7-d8. en de a-b pionnen gaan verloren. 22. Tb8 is fout. Ik had La8 verwacht en dan was ik iets als Lb5 en Lxa4 van plan. de druk erop houden, en maar zien wat er komen zou. Na 23.Pc6 kon zwart in principe opgeven. Hij rekt het nog lang, probeert nog wat te rommelen en ik speel het niet optimaal, maar volgens mij is er niets noemenswaardig meer te zeggen.”

    Dirk ging heel voortvarend te werk in de opening en de ontstane stelling schatte ik in als 10x gewonnen voor Dirk. Die leek een Schachminiature te gaan spelen waarin zijn tegenstander enkel en alleen als leidend voorwerp kon dienen. Uiteindelijk zou de partij alsnog heel spannend worden en doorspelen tot ver in de 2e tijdscontrole alvorens Dirk op ingenieuze wijze het punt binnensleepte. We hopen binnen een paar dagen op een bijdrage van Dirk met wat analyses want deze partij is zonder meer het spektakelstuk van de dag geweest.

    Tom de Jong leek goed gestart in de opening maar had een lastig variantje in de caro-kann tegen zich wat ik maar de Henk Vedder variant noem, al heette zijn tegenstander in dit geval Polak. Heel spoedig resulteerde dat in een stelling die verloren leek al probeerde Tom die nog heel dapper door te spelen gedurende vele uren.

    André Bouwmeester leek een soortgelijk probleem te hebben als Robert. Ook met zwart kort gerocheerd en paard heel immobiel geparkeerd op g7. Weliswaar niet zo hopeloos als de stelling van Robert, maar met dezelfde verwachtingswaarde. Pas ver na de 2e tijdscontrole sloeg de tegenstander

    zeer tot mijn verbazing dat paard van het bord met een machtige loper, waarna het snel een remisestelling leek.

    Daar we op dat moment nog helemaal niet zeker waren van een matchpunt, laat staan 2 matchpunten, diende André dit nog geruime tijd door te spelen in het teambelang. Toen uiteindelijk op andere borden de donderwolken optrokken en het zonlicht doorbracht bood André snel remise aan wat direct werd geaccepteerd.

    Menno had ik in begin middenspel ingeschat op een keiharde nul – het zag er niet uit wat hij deed. Maar zo is nu eenmaal Menno’s spel. Lastig in te schatten. Na de partij verklaarde Menno vrolijk dat het allemaal theorie was! We geloven alles natuurlijk, maar zien het wel graag onderbouwd met wat analyses 🙂

    Over mijn eigen bord konden we snel klaar zijn als het ging over de voorbereiding. Aan voorbereiden doe ik niet echt veel, maar ik kijk wel altijd even welke openingen en welke type stellingen mijn tegenstanders beheersen. Het gros van de tegenstanders kon ik hierin skippen wegens bekendheid. Van ene Gijswijt had ik echter in een database met partijen t/m 2010, geen enkele partij gevonden, dus geen flauw benul wat hij speelde. Tja, wat doe je dan?

    HWP Haarlem Oud Zuylen Utrecht 4½-5½
    Tondivar , B. (Babak) 2318 Halfhide , S.A.A. (Sebastian) 2273 ½ – ½
    Carlier , B. (Bruno) 2385 Dijkhuis , O. (Oele) 2148 1 – 0
    Jager de, P.J. (Jaap) 2442 Okkes , M.R. (Menno) 2321 ½ – ½
    Gijswijt , B. (Bart) 2320 Diepeveen , B.V. (Vincent) 2307 0 – 1
    Feher , A. (Adam) 2379 Put van der, F. (Frank) 2239 0 – 1
    Boelhouwer , C. (Collin) 2155 Beekman , R. (Robert) 2253 ½ – ½
    Prooijen van, J.W. (Jan-Willem) 2162 Floor , D. (Dirk) 2180 0 – 1
    Polak , I. (Indra) 2144 Jong de, T.J. (Tom) 2163 1 – 0
    Merbis , M.D. (Max) 2130 Lommers , F.J.M. (Frank) 2169 ½ – ½
    Jager de, P. (Pieter) 2135 Bouwmeester , A. (Andre) 2154 ½ – ½