Woordenboek schaaktermen Spaans - Nederlands / Diccionario de ajedrez español - holandés

(schermvullend / en toda la pantalla)
©1997 Alwin van Ee, The Netherlands


ahogado pat; dar mate - pat zetten; rey - pat

ahogar pat zetten

ajedrecista schaker, schaakster

ajedrecístico (bijv. naamwoord) schaak-, het schaakspel betreffend

ajedrez schaakspel, (het) schaken; jugar al - schaken

ala vleugel; - (de) rey/dama konings-/damevleugel

alfil loper => raadsheer; - malo/bueno slechte/goede -

anotación notatie

anotar noteren

apertura opening; - de líneas het openen van lijnen

aplazamiento 1.uitstel (v e partij) 2.het afbreken

apremiado por el reloj in tijdnood

apremio del tiempo tijdnood

 rbitro scheidsrechter

arcidriche (ant.) schaakbord

arfil (arch., Spaansamerikaans) loper

avance opmars

avanzar naar voren zetten

bando speler, kleur

blanca, las -s de witte stukken; wit, de witspeler

caballo paard

calidad kwaliteit

calle open lijn of rij

casa veld, hokje, ruit (op speelbord)

casilla veld, vak (speelbord); - de coronación promotieveld

centralización centralisatie

clavada penning

clavar pennen

columna lijn; - alfil c- of f-lijn

comer slaan, nemen (schaakstuk, damschijf)

compensación compensatie

compensar compenseren

computador de ajedrez schaakcomputer

contraataque tegenaanval

contrajuego tegenspel

coronación promotie, het halen v e dame of ander stuk

coronar laten promoveren; - un peón een pion laten promoveren => een dame halen

cubrir dekken

dama dame, koningin

debilidad de la £ltima fila zwakte van de onderste rij

defensa verdediging; la - siciliana de Siciliaanse verdediging

desarrollo ontwikkeling

desquite revanche

diagonal diagonaal

echar spelen; -- una partidita de ajedrez een partijtje spelen

empatar gelijk eindigen, (bij uitbreiding) remise maken

empate gelijkspel, onbesliste uitkomst

enrocar rokeren

enroque rokade; corto/largo - korte/lange rokade; falso kunstmatige rokade

entablar 1. in remise eindigen 2. opzetten (van (schaak)stukken)

entable stelling, positie (van stukken of schijven op een speelbord)

escaque veld; -s (literair taalgebruik) schaakspel

figura (schaak)stuk

fila rij

final eindspel

flanco vleugel, flank; - (de) rey/dama konings-/damevleugel

gambito gambiet

ganancias winst; - materiales materiaalwinst

gran maestro grootmeester

hueco zwak veld => gat

jaque schaak; estar en - schaak staan; - continuo eeuwig schaak; - mate (schaak)mat; tener en - schaak zetten, bedreigen (ook fig.)

jaquear (intransitief) schaak geven; (transitief) schaak geven, - zetten; 2. (fig.) bestoken, lastig vallen

jugada zet; - clave sleutelzet

lance zet

línea rij; la primera/octava - de onderste rij

maniobra manoeuvre, zet, slimme zet

mate (schaak)mat; dar - mat zetten

medio juego middenspel

mover zetten, een zet doen

movimiento zet

negra, las -s de zwarte stukken; zwart, de zwartspeler

oposición oppositie

pareja de alfiles loperpaar

paso, coger al - en passant slaan; tomar al - en passant slaan

peón pion; - aislado geísoleerde pion; - asado vrijpion; -es pasados ligados verbonden vrijpionnen

profilaxis profylaxe, -is

promoción promotie; - menor minorpromotie

reanudación hervatting/het uitspelen (v e schaakpartij)

reina koningin, dame

rey koning; - ahogado pat

salir beginnen, de eerste zet(ten) doen, openen

sobrecarga overbelasting

tablas 1.remise 2.patselling (fig.); acordarse las - remise overeenkomen; hacer - remise maken; quedar en - remise worden, onbeslist blijven

tablero de ajedrez (schaak)bord

tensión central spanning in het centrum

tiempo 1.tijd 2.tempo (muziek, schaakspel)

torre toren => kasteel (schaakstuk); la - dama de dametoren

trebejo (schaak)stuk

variante variant

ventaja voordeel; con (leve/gran) - de las blancas/negras wit/zwart staat iets/veel) beter; una pieza de - een stuk voor

zugzwang Zugzwang, zetdwang