• WK 1997

    Posted on maart 10, 2016 by in Diep

    Diep in Parijs

    Vincent Diepeveen

    In oktober 1997 werd het WK computerschaak gespeeld te Parijs. Het computerprogramma van Vincent Diepeveen, Diep, deed daar voor het eerst aan een WK mee.

    In Parijs deden slechts enkele Nederlandse programma’s (de auteur van de engine telt) mee: Arthur, Fritz, Kallisto en Diep.

    Voor Diep was dit wereldkampioenschap het eerste wereldkampioenschap, dus de verwachtingen waren niet hoog gespannen. Wel hoopte ik in de middenmoot te eindigen. Voor het snelschaakkampioenschap was de verwachting nog veel minder: Diep nog niet veel ervaring had met snelschaken en dus was een logische verwachting dat Diep laatste zou worden, vooral ook omdat Diep niet bepaald een snel programma is; ongeveer 10 tot 20 keer langzamer dan Fritz.

    De meegebrachte hardware

    Diep mocht niet klagen in Parijs over de hardware. Jan Louwman had van Intel een PII-300 losgekregen, weliswaar uitgerust met edoram in plaats van sdram en met een intel moederbord, maar nog steeds een lieve 40% sneller dan de AMD-K6 200Mhz die ter beschikking gesteld werd aan de helft van de deelnemers (de rest sneller).

    De openings problematiek

    Aan het openingsboek van Diep is de laatste jaren niets gedaan. Bij een jong programma als Diep waarin geprobeerd wordt uitgebreid te evalueren, is zoveel te verbeteren, dat je aan bijvoorbeeld boek nauwelijks toekomt. Wel waren er wat partijtjes geautoplayed (twee computers aan elkaar vastbinden met een draadje en dan kunnen twee programma’s zonder tussenkomst van de mens spelen), wat een aantal grove fouten uit Diep gehaald heeft.

    Grove misrekening in Parijs was het belang van het boek. De programma’s waartegen Diep gespeeld heeft, waren nogal ‘zweedse-ranglijst’ georiënteerd. Nu weet ik wat dat betekent: rebel boek georiënteerd. Dat betekent: één (saai) openingssysteem dat gespeeld wordt. Elk uitstapje naar een ander soort opzet of ander soort opening betekent meteen dat je uit het boek bent.

    Uit boek is bij het autoplayen niet zo belangrijk, want dan ben je zeer waarschijnlijk beide snel uit boek als één van de beide programma’s een andere zet speelt. In Parijs echter deden een veelheid van programma’s mee, dus ook een veelheid aan openingsboeken en systemen. Diep werd meestal outbooked, dat is meestal niet zo erg, maar het drukt wel een stempel op het spel.

    Zo speelde Diep tegen Arthur bijvoorbeeld een variant waarmee Arthur vrij vlot gewonnen had tegen Nimzo. Nimzo liet zijn dame opsluiten. Na meer dan een minuut nagedacht te hebben over dezelfde blunder die Nimzo beging tegen Arthur zag Diep de problemen, dacht nog iets na en speelde een betere zet (maar nog steeds niet de beste).

    In snelschaak was dit dus mis gegaan, vanwege de kortere denktijd. In het snelschaak is het effect van een goed ‘boek’ veel groter. Zo kwam ik tegen Nimzo in het snelschaak net na het boek al op de -2 pionnen te staan (Nimzo nog in boek). Daarop besloot ik bij het snelschaak maar te openen met op de eerste zet 1.d4 en op de 2e zet 2.a3.

    Daarmee geef je je openingsvoordeel weg, maar beide programma’s moeten het dan wel zelf verzinnen. Dit bleek een gouden greep te zijn. Tegen het Internet programma Crafty (in de newsgroup waren de verwachtingen hooggespannen omdat het programma ook nog eens op een superieure DEC-alpha machine draaide; de auteur Robert Hyatt noemt zijn programma zelfs het best geteste programma ter wereld) speelde Diep een van de kortste snelschaakpartijen ooit: 1.d4 Pf6 2.a3 e6 3.Lf4 en opgegeven, want het als best geteste programma hing. Had die alpha toch aan iemand anders gegeven!

    Middenspel

    Er is veel gesleuteld aan het middenspel van Diep, dus dat zat wel goed. Wat bijvoorbeeld tegen Arthur gebeurde: zien dat een dame geen toekomst heeft op b4, daar was ik erg tevreden over. Tegen Toledo2000 ging het iets minder, één keer zocht Diep ondiep, en miste een truc, kwam weer terug, waarna een ingewikkeld toreneindspel ontstond.

    Eindspel

    Het eindspel was ook zo’n ondergeschoven kindje in Diep.

    De grote verrassing in Parijs was dat Diep’s eindspel met veel stukken relatief goed ging. Mobiliteit en ruimteoverwicht bleken erg belangrijk in het eindspel. Zodra een eindspel echter gaat draaien om het hebben van plannen en consequent vrijpionnen creëren, schoot Diep drastisch tekort.

    Anekdotes

    Het enorme verschil tussen mens en machine en de voor sommigen grote belangen bij het halen van de wereldtitel(s); bijvoorbeeld het Virtual Chess team had tegen elk programma een apart openingsboek voorbereid(!), leidde soms tot merkwaardige voorvallen. Daar Walter Ravenek elders in dit blad de voorvallen met betrekking tot de organisatie en het toernooi in het algemeen beschrijft, zal ik mij beperken tot de voorvallen die mij en mijn programma zijn overkomen.

    Een merkwaardige voorval gebeurde tegen Fritz. Tegen Fritz speelde Diep een twintigtal boekzetten en Fritz nog een aantal meer. Het tempo dat gespeeld werd in Parijs was 30 zetten in 1 uur en dan steeds 40 zetten in een uur tot de partij is afgelopen, of tot de 110 zetten zijn bereikt (dan wordt gearbitreerd als de tegenstanders niet tot overeenstemming kunnen komen).

    Nu was het dus zo dat Fritz een pak hem beet 25 boekzetten speelde tegen Diep, dus dat betekent dat Fritz een uur had voor een paar zetten. Fritz gebruikte deze tijd volledig op voor die paar zetten, dat was dus meer dan 10 minuten per zet! Welnu, het grote geluk zat hem voor Diep nu hier in: een van deze zetten plande Diep een rampzalige zet (was toen al eindspel), terwijl Fritz aan zet was. Het is namelijk zo dat een programma gewoon een zet pikt en hierop gaat rekenen in de tijd van de tegenstander. Speel je die zet, dan speelt het programma a tempo wat in jouw tijd is berekend. Enfin, terwijl Fritz over die koningszet nadacht zag Diep na meer dan 8 minuten een betere zet.

    Als Fritz niet zo lang gedacht had over die koningszet en Diep niet toevallig op die zet in de tijd van de tegenstander gerekend had, was die partij niet remise geworden!

    Een tweede merkwaardig voorval gebeurde tijdens het snelschaak. Bij het snelschaken speelde Diep in een van de eerste rondes tegen DarkThought. Dit is een Duits universiteitsprogramma, draaide op loeisnelle hardware; niet alleen op een DEC-alpha, maar ook nog eens sneller gemaakt (overgeklocked naar 767 Mhz), en met meer geheugen voor het opslaan van schaakstellingen (hashtables), dan mijn (ter beschikking gestelde) harddisk groot was, alsmede eindspel databases. Verder had het DarkThought team zich goed voorbereid. Daar zij in de eerste ronde weer eens op tijd verloren, doordat de operator oneindig traag de zetten invoerde, hadden ze voor de daarop volgende rondes een operator ingehuurd; als ik het goed verstaan heb Baumeister, normaal voor het programma Cornet spelend. De Duitse Baumeister had de naam de snelste operator van het toernooi te zijn. Enfin, de partij start en na een eindeloos heen en weer geschuif, krijgt Diep op een gegeven moment een toren eindspel met een pion meer. Echter veel stelde die pion niet voor in die stelling, en met nog beide 2 minuten op de klok, bied ik remise aan.

    Eerst in het Engels, en nadat ik geen reactie krijg van geen van de team spelers bied ik het vervolgens in het Duits remise aan. Baumeister beukte gewoon snel door. Toen ben ik wat sneller de zetten gaan uitvoeren, want hoewel Diep een pion meer in een toren eindspel heeft, nemen zij de aangeboden remise niet aan, dus ze speelden duidelijk op de vlag!

    Die snelheid die Baumeister op zijn toetsenbord haalt, die benaderde niemand, maar ook ik kan, al enige jaren KNSB spelend, zetten behoorlijk snel uitvoeren. Een aantal zetten later waren er weer een massa pionnen van het bord gebeukt, maar nu ik elke zet duidelijk sneller was dan Baumeister, begonnen ze om remise te smeken bij het DarkThought team. Kwaad speelde ik verder en legde ze het ‘wie kaatst kan de bal verwachten’ principe uit zonder aan snelheid in te boeten.

    Het DarkThought team begreep toen gelukkig dat ik behoorlijk pissig was over hun optreden en werd kansloos door de vlag gebeukt in een gelijke stelling.

    De leerzame kanten van een wereldkampioenschap

    Diep eindigde net als de andere Nederlandse programma’s gedeeld 10e, bij het snelschaken zelfs gedeeld 7e. Dit laatste was wel een verrassing, want vooral als snelschaker had ik Diep erg laag ingeschat. Wel moet er bij dat snelschaken opgemerkt worden dat ik geen enkele partij op tijd verloren heb, wat de meeste (behalve Ferret, die won een paar partijen juist op tijd, al had dat voor de wereldtitel achteraf gezien niet veel uitgemaakt) wel overkwam.

    Overige factoren, zoals: openingsboek, bij het snelschaak de snelheid waarmee je de zetten invoert, operatorfouten, denken in de tijd van de tegenstander, het handig gebruik maken van hashtables (bijvoorbeeld voor een volgend denkproces niet cleanen), eindspel databases, in belangrijke stellingen een fractie dieper kunnen rekenen door snellere hardware, vormen alles bij elkaar zeer zwaar.

    Wat opviel was dat ondanks de grote verschillen in snelheid van de Alpha’s versus PC’s, dat dit toch het normale toernooi niet overdreven veel heeft beïnvloed. De snelheid van de computers is slechts een van de overige factoren, die eigenlijk alleen belangrijk is als je programma langzaam is, of als je tegenstander hetzelfde over de stelling denkt en jij net iets dieper.

    Een van de belangrijkste overige factoren is mijns inziens toch het boek, want als je programma een stelling heeft die het begrijpt, dan kan het programma gewoon niet verliezen. tenzij je programma over een bereslecht eindspel beschikt!

    Kortom, gewoon zorgen dat een programma scoort is iets totaal anders dan op analyse niveau goede zetten doen, of het oplossen van set met trucs. Een paar slechte zetten en je krijgt een enkeltje Eiffeltoren…

    De winnaar Junior won zeer duidelijk het toernooi. De interface oerlelijk, maar de ‘details’ waarmee je scoort waren goed verzorgd. De enige partij die Junior verloor tegen Virtual Chess was mijns inziens een pure ‘bookwin’ van Virtual Chess, wat gewoon pech was voor Junior. Ook het eindspel van Junior was tot in de puntjes verzorgd.

    De variëteit aan programma’s, het praten met vele verschillende mensen is een geweldig positieve ervaring en ik hoop in de toekomst ook zeker meer mee te kunnen doen dit soort evenementen.

Comments are closed.