• Utrecht – Wenen (1950)

    Posted on maart 12, 2016 by in 1918 - 1960

    Robert Beekman

    In 1950 zaait de Weense Schaakclub Hietzing de sporen van een overwinningstocht door Nederland. Philidor Leeuwarden wordt verslagen met 6,5 – 1,5 en 6 – 2. Eindhoven wordt verslagen met 7 – 1 en 4,5 – 3,5. ASC wordt verslagen met 4 – 4 en 4,5 – 3,5. Op zich niet vreemd. Hietzing bestaat uit bijna allemaal spelers uit het Oostenrijkse nationale team. In Nederland zijn de schaakkrachten nu eenmaal niet zo gebundeld als in het Oostenrijk van dat moment.

    In Utrecht is weinig hoop, ook al omdat van Oosterwijk Bruyn niet mee kan doen. De match zelf verloopt evenmin voorspoedig. Al snel staat Utrecht op die elfde juni 1950 met 2 – 0 achter. En tóch wordt gewonnen! De eer van Nederland gered!

    Uit het Utrechts Nieuwsblad:

    “Het begin was weinig hoopvol: Aarts moest al snel het loodje leggen voor een zeer knappe aanval van Gragger (0-1). Maar na nog een nederlaag van Van Steenis was het met de nederlagen afgelopen. Mr. Spanjaard, van Vloten en Visser zorgden in fraaie partijen voor drie winstpunten, en daar de andere partijen remise werden, zegevierden onze stadgenoten, die hiermee weer eens bewezen tot de sterkste schakers van ons land te behoren.

    Vermelding verdient nog de aanbieding van een fraai vaantje door de Weense wedstrijdleider aan de voorzitter van S.C. “Utrecht”.

    De persoonlijke resultaten waren:
    Utrecht – Wenen 4½ – 3½
    Mr. Ed Spanjaard – A. Beni 1 – 0
    Ir. H.J. v. Steenis – H. Muller 0 – 1
    G.W. v. Vloten – K. Kopetzky 1 – 0
    J. Visser – Ing. E. Stokl 1 – 0
    D.J.S. de Lange – A. Lounek ½ – ½
    W.A.A. Aarts – F. Grager 0 – 1
    A. den Hertog – dr. J. Toniser ½ – ½
    F. Stegeman – Dr. W. Dorazil ½ – ½”

    alfredbeniEen belangrijk aandeel van de Utrechtse overwinning wordt geleverd door Eduard Spanjaard, die knap van Alfred Beni (links in beeld) wint. Alfred Beni heeft als Internationaal Meester vele malen Oostenrijk op de olympiades vertegenwoordigd. Het notatiebiljet van die partij is nog wel gevonden, maar de zetten zijn onleesbaar. “Het is net alsof het notatiebiljet door de muizen opgevreten is”, vertelt Jan Visser me in 2002. Dat zou ook heel goed gekund hebben, want Spanjaard heeft zijn archief in een tuinhuisje bewaard waar de muizen vrij toegang toe hebben.

    In plaats daarvan de memorabele overwinning van Jan Visser.
    .

    E. Stokl – Jan Visser
    Utrecht – Wenen, 1950

    1.e4 e5 2.Pf3 d6 Philidor.
    3.d4 Pd7 4.Lc4 h6 5.dxe5 Na korte rochade heeft wit een klein plusje.
    5…dxe5
    diastoklvisser16.Lxf7+
    Het bewuste offer waarvan Jan Visser vond dat het voor zwart goed verdedigbaar was.
    6…Kxf7 7.Pxe5+ Kf6 De enige zet. Na Ke6 Dd5 gaat zwart al mat.
    8.Dd4 c5 Opnieuw de enige verdediging. Wit moet nu slaan op d7, omdat na Dc3 natuurlijk Pxe5 volgt (f4 Kf7).
    9.Pxd7+ Ke7 10.De5+ Kxd7 11.O-O
    .

    .

    .

    .

    diastoklvisser211…Kc6 12.Pc3 Pf6 13.Dg3 Houdt de zwarte loper nog even op f8. Wit heeft twee pionnen voor het stuk, alsook een initiatief op lange termijn. Maar als het initiatief uitgeblust raakt, wint zwart. De zwarte koning staat nog niet eens zo onveilig op c6.
    13…Le6 14.Td1 De8 15.e5 Wits initiatief dooft langzaam uit. Een alternatief was hier Dd3, dreigend Db5: 15.Dd3 a6 16.e5 Pd7 17.f4 Df7 18.Pe4 Hoewel ook dit objectief gezien niet voldoende compensatie lijkt.
    15…Pd5 16.Df3 Df7 17.De4 a6 18.Le3 Td8 19.Pxd5 Lxd5 20.Da4+ Kc7 21.Da5+ b6 22.Dxa6 Ja! Een derde pion voor het stuk! Maar zwart neemt geleidelijk aan het initiatief over:
    22…Le7 23.a4 Lb7 24.De2 Dg6 25.f4 Txd1+ 26.Txd1 De4
    diastoklvisser3Wie valt nu wie aan? Wit mist de witveldige loper en dat laat zich voelen langs de h1-a8 diagonaal.
    27.Tf1 Ta8 28.b3 Df5 29.Td1 g5 30.fxg5 hxg5 31.Lf2 De4 32.Dxe4 Lxe4 33.Lg3 Td8 34.Tf1 Td2 35.Tf7 Kd7 36.c3 Txg2+ 37.Kf1 Tb2 38.b4 cxb4 39.cxb4 Txb4 40.a5 bxa5 41.Le1 Tb5 42.Lg3 Ke6 43.Tg7 Tb3 44.Tg8 Tf3+ 45.Ke2 Tf8 46.Tg7 a4 47.Ke3 Lf5 48.Le1 a3 49.Lc3 Lc5+ 50.Kd2 Td8+ 51.Kc1 Le3+ Wit geeft op nu hij een tweede stuk verliest. Dat had hij ook eerder kunnen doen, maar in een teamwedstrijd wordt – in het belang van het team – wel vaker lang doorgespeeld.

    1-0

    De Utrechtse schakers schudden nog steeds hun hoofd, maar de Weense schakers wuiven Jan Visser veel lof toe!

    utrechtwenen1950

    Utrecht – Wenen, 1950. Zittend: Müller (Wenen), Beni (Wenen), Van Steenis (Utrecht), Dr. Dorazil (leider van de Weense gasten). Rechtsachter Beni, in licht kostuum, staat Eduard Spanjaard.

    In 1950 ligt de tweede wereldoorlog nog vers in het geheugen. De toer van de Oostenrijkers is dan ook een vredestoer. Na de overwinning spreekt Spanjaard zijn vreugde uit over het schaakspel als middel om twee volkeren te verbroederen, die door het noodlot in vijandelijke kampen zijn terechtgekomen.

    Dr. Dorazil, captain van de Weense schakers, is het helemaal met hem eens, bedankt Spanjaard met een speech die minstens zo lovend en charmant is en biedt Schaakclub Utrecht een fraai vaantje aan.

Comments are closed.