• Steinitz – Pillsbury (1896)

    Posted on maart 4, 2016 by in bouwmeester

    “Het loopt met mijn oude krachten op z’n eind.”

    Hans Bouwmeester

    “Ik ben een oude man, maar als men mij een vinger in de mond steekt dan bijt ik!” Een bekende uitspraak van heren op leeftijd.

    Naarmate een mens ouder wordt heeft hij vaker de neiging terug te denken aan de goede oude tijd, de tijd dat hij met jonge ogen de wereld inkeek. En zo zie ik ze nog vaak voor me, mijn oudere schaakcollega’s met wie ik zo vaak op reis ben geweest voor olympiades, landenwedstrijden, klein vierkampen in de provincie of ontmoetingen voor de nationale clubcompetitie. Max Euwe, Lodewijk Prins, Theo van Scheltinga, Nico Cortlever, Pim Mühring, Haye Kramer, Constant Orbaan, Johan Barendregt, Carel van den Berg, Frans Henneberke en Hein Donner zijn al allang niet meer onder ons. Van de jongere generatie mis ik Bert Enklaar en mijn Haarlemse schaakvrind Klaas Steijn, die al zo vroeg de koning moesten omleggen.

    Hoe goed was die goede oude tijd? Speelden we zoveel beter dan de jonge mensen van nu? Nee, dat was niet het geval. Verdienden we iets aan onze inspanningen voor het Nederlandse schaak? Nee, ook dat niet. Behalve Donner en Van den Berg hadden we een min of meer verantwoordelijke functie in het maatschappelijk bestel en die verzekerde ons van een redelijk welvarend bestaan. Het amateurisme had zijn voordelen, maar als schaker misten we toch vaak de tijd om ons goed te preparerend en het burgerlijk beroep verhinderde dikwijls de deelname aan evenementen die we graag hadden meegemaakt.

    Er is veel veranderd in de schaakwereld. Ik denk dat de Elo-rating veel kwaad heeft losgemaakt. Er gaat veel geld om, corruptie is aan de orde van de dag en de FIDE slaagt er niet in om orde op zaken te stellen. Er lopen meerdere wereldkampioenen rond, maar Kasparov, volgens velen nog altijd de sterkste speler, hoort daar niet meer bij. “Ist das heutige hohe Schach krank?” Vidmar, een Sloweense wereldtopspeler in het begin van de twintigste eeuw, wijdde een hoofdstuk aan deze vraag in zijn boek Goldene Schachzeiten. Hij keerde zich vooral tegen de invloed van secondanten en tegen de vaak saaie remises, die het gevolg waren van scherpzinnige, diepgaande voorbereiding.

    Vidmar heeft de invloed van computers met hun databases niet meer meegemaakt en topspelers die vier secondanten in dienst hadden, zoals Anand voor zijn match met Kasparov, heeft hij niet gekend. Genieten de mensen nog wel van het schaakspel, zo vroeg hij zich af. In Homo ludens merkt Huizinga op dat het spel soms een zaak van dodelijke ernst is geworden, dankzij werksystemen en professionele trainers.

    Onlangs brandde een discussie los over het beroemde toernooi in het Spaanse Linares. Het remisepercentage bedroeg bijna 80 % en sommige partijen waren niet veel meer dan een theoretische schermutseling. Dat er ook enkele partijen waren van topniveau en het bestuderen waard, dat werd meestal niet vermeld. Maar als geheel was het toernooi toch teleurstellend.

    Hastings 1895

    In Sint Petersburg 1895 speelden Lasker, Steinitz, Pillsbury en Tsjigorin achttien rondes, in feite waren het onderlinge matches van zes partijen. Van de 36 partijen werden er slechts elf remise en dat meestal nog na harde gevechten. Bijna alle partijen zijn het naspelen waard; men kan ze als kijkspellen zien, maar ze ook dipegaand genieten als bizonder spannende duels.

    petersburg1895Sint Petersburg 1895. Van links naar rechts: Tsjigorin, Lasker, Pillsbury, Steinitz.

    Objectief gezien is geen van de vier spelers in dit toernooi in topvorm. Tsjigorin is als organisator in belangrijke mate verantwoordelijk voor de gang van zaken en dus duidelijk gehandicapt. Steinitz heeft zijn leeftijd tegen en maakt een paar onmogelijke blunders, maar meer dan de anderen toont hij zich een gedreven vechter. Pillsbury is de grote winnaar van de eerste toernooihelft, maar verliest dan vijf partijen achter elkaar. Lasker is nog niet geheel over zijn teleurstellend resultraat van Hastings heen, maar uiteindelijk is hij de man die tot het eind toe zijn zenuwen de baas blijft. “Het scherpste en ook het koudste verstand, dat ik ooit heb meegemaakt.” Dat zal Vidmar later over Lasker schrijven.

    Wilhelm Steinitz

    SteinitzIncasseren en terugkomen. Het zou het levensmotto geweest kunnen zijn voor Wilhelm Steinitz, rechts in beeld, schaakgeleerde van de eerste orde en koppige dwarsligger als het er om ging de juistheid van zijn theorie te bewijzen. Er is wel van hem gezegd dat hij veel grotere successen had kunnen behalen als hij wat minder star was geweest en meer aandacht had gehad voor de tactische en psychologische facetten van de strijd aan het bord.

    Wat zal hij het moeilijk hebben gehad in de strijd met begaafde mensen als Lasker en Pillsbury, die meer dan dertig jaar jongere waren en met Tsjigorin, die voor eigen publiek speelde en zeer bedreven was in het gewaagde gambietspel.

    In de derde ronde is de grote held Steinitz! Twee nullen had de veteraan moeten incasseren en wederom raakt hij met wit door gewaagd openingssspel tegen Pillsbury in grote moeilijkheden. Maar Steinitz had in zijn leven al zo vaak voor hete vuren gestaan en als verdediger had hij dikwijls zijn grote klasse bewezen. Als de Amerikaan zijn aanvalskansen iets te optimistisch inschat, weet de ex-wereldkampioen zijn vesting tijdig te beveiligen en af te wikkelen naar een eindspel, waarin zijn stukken voortreffelijk samenwerken. Bij de tijdcontrole is het duidelijk dat Pillsbury verloren staat en de oude leeuw laat zich de buit niet meer ontgaan. Een onvergetelijk kijkspel, dat ook zoveel jaren later nog bewondering afdwingt.

    W. Steinitz – H.N. Pillsbury
    Sint Petersburg, 3e ronde, 17 december 1896

    1.e4 e5 2.Pf3 Pf6 3.d4 Dit wordt tegenwoordig de Steinitz-variant genoemd. In de jaren negentig boekte Anand er een paar mooi overwinningen mee.
    3…exd4 Een alternatief is: 3…Pxe4 4.Ld3 d5
    4.e5 Pe4 5.De2 Met 5.Dxd4 kan wit een licht initiatief handhaven: 5.Dxd4 d5 6.exd6 Pxd6 7.Ld3
    5…Lb4+ Een analyse van Jusupov gaat verder met 5…Pc5 6.Pxd4 Pc6 7.Le3 Pxd4 8.Lxd4 Pe6 9.Lc3 d5 10.exd6 Dxd6 11.Pd2 Ld7 12.O-O-O O-O-O met ongeveer gelijk spel.
    6.Kd1!? De inleiding tot grote verwikkelingen. Volgens kenners heeft wit na 6.Pbd2 enig voordeel.
    6…d5 7.exd6 f5 8.Pg5!? Dit experiment heeft Steinitz bij een volgende gelegenheid niet herhaald. In een latere partij zette hij voort met 8.dxc7 Dxc7 9.Pxd4
    8…O-O! Vrijwel gedwongen, maar ook kansrijk, zoals het vervolg leert.
    9.Dc4+ Kh8
    diabouwsteipill1De aan mij bekende bronnen geven slechts zeer summiere analyses van deze partij. In “A Memorial to Wilhelm Steinitz”, in 1901 geschreen door de Amerikaan Charles Devidé, staat slechts 10.dxc7 Pxf2+ 11.Ke2 De7+ 12.Kxf2 De1+ 13.Kf3 Dxc1 met voordeel voor zwart.
    Een andere mogelijkheid is 10.Pxe4 fxe4 11.dxc7 Lg4+ 12.Le2 Lxe2+ 13.Kxe2 d3+ dit lijkt gunstig voor zwart.
    Of 10.Pxe4 11.Dxb4 Pc6 12.dxc7 De8 13.Dd2 Lg4+ 14.Ke1 Df7 met sterke aanval voor zwart. Er dreigt 15… e3+. Overigens is dit slechts een greep uit de vele varianten. Kan de computer hier uitkomst brengen?
    10.Dxb4 Pc6 11.Da3 Pxf2+ 12.Ke1 Pxh1 13.dxc7 De8+ 14.Le2 f4 15.Kf1 Ld7 Ook 15… Lf5 zag er goed uit.
    16.Pd2 Pe5 17.Pdf3 Pg4 18.Ld3 Phf2? Het ligt voor de hand dat Pillsbury zeer tevreden was met de bevrijding van zijn paard. Toch was 18… h6! vermoedelijk sterker. Ludwig Bachmann, Steinitz’ biograaf, geeft deze zet zonder commentaar. Er kan volgen:
    18…h6 19.Pe4 Pxh2+! 20.Pxh2 Pg3+ 21.Pxg3 fxg3+ 22.Pf3 Txf3+! en wint.
    18…h6 19.Ph3 Pe3+ 20.Kg1 Lxh3 21.gxh3 Dh5 en wint.
    18…h6 19.Ph7 Tf5 20.Lxf5 Lxf5 21.Lxf4 De4 met groot voordeel voor zwart.
    diabouwsteipill219.Lxh7 Het is vooral belangrijk dat Pg5 op zijn post kan blijven.
    19…Lb5+ Het ziet er inderdaad indrukwekkend uit. Devidé geeft 19… Pf6 aan.
    20.Kg1 De2 21.Ld2 Pd1 22.Ld3 Wit doet voortdurend gedwongen zetten, maar zijn vesting staat nog.

    .

    .

    .

    .

    diabouwsteipill322…Lxd3 Pillsbury wikkelt af in de hoop dat het voordeel van de kwaliteit hem in het eindspel ten goede zal komen. dat blijkt tegen te vallen. Hooper geeft de tekstzet een vraagteken, maar dat is vermoedelijk onterecht. Zou het zo zijn dat zwart bij de 18e zet zijn voordeel verspeeld heeft? We kunnen het de heren niet meer vragen. Hooper geeft in zijn Steinitzboek: 22…Df2+ 23.Kh1 Pde3 24.Lxe3 Tg1 Dxd2!
    24…Dxe3 Toch is de zaak na Ph3 niet duidelijk, bijvoorbeeld:
    25.Ph3 Lc6 26.Te1 Pf2+ (Ook 26… Lxd3 27.Dxd3 Dxd3 28.cxd3 Tac8 29.Pxd4 is niet overtuigend.) 27.Pxf2 Dxf2 28.Tf1 De3 29.Te1 En het is zeer de vraag of zwart 19… Lxf3 30.Txe3 Lxg2+ 31.Kxg2 dxe3 32.Kf3 mag riskeren.
    23.Dxd3 Dxd3 24.cxd3 Pxb2 25.Tb1 Pxd3 26.Txb7

    diabouwsteipill4Dankzij de geweldige vrijpion staat het eindspel gunstig voor wit. De witte paarden zijn sterk en de zwarte pionnen kwetsbaar.
    26…Pc5 27.Tb5 Pa6 Hier staat het paard slecht, maar 27… Pd7 28.Pe6 was niet beter.
    28.Pe6 Tf6 29.Pfxd4 Te8 29… Tc8 bood nauwelijks betere kansen na 30.Tb7!, bijvoorbeeld
    29…Tc8 30.Tb7 Ta8 31.Txa7
    29…Tc8 30.Tb7 Tf7 31.Lxf4
    30.Th5+ Niet 30.Td5 Kg8 31.Td8 Pxc7 en de kansen zijn gekeerd.
    30…Kg8 De tijdcontrole is gehaald.
    31.Tg5 Wit staat gewonnen, maar er moet nog even gewerkt worden.
    31…Pe3 32.Pxg7 Tc8 33.Pge6+ Kh8 34.La5 Tf7 35.Pe2 Tf5 36.Lc3+ Kh7 37.Tg7+ Kh6 38.P2xf4 Pxc7 39.Tg6+ Kh7 40.Pg5+ Txg5 41.Txg5 De rest had Pillsbury zich kunnen besparen. Er volgde nog:
    41…Pe8 42.Ld4 Pd1 43.Th5+ Kg8 44.Th8+ Kf7 45.Th7+ Kg8 46.Te7 Td8 47.Pe6 Tc8 48.h4 Pc3 49.Lxc3 Txc3 50.Txe8+ Kf7 51.Ta8 Kxe6 52.Txa7 Kf5 53.Ta4 Tc2 54.Kh2 Td2 55.Kh3 Td3+ 56.g3 Tc3 57.Ta5+ Kg6 58.a4 Tc4 59.Ta6+ Kh5 60.g4+

    1-0

     

    steinitzlasker2

    Steinitz – Lasker, het eerste wereldkampioenschap van 1866.

    “Het loopt met mijn oude krachten op z’n eind”, zo schreef Steinitz eens aan zijn biograaf Ludwig Bachmann. In gedachten zie ik hem zitten; met de witte stukken bestrijdt hij de jonge Pillsbury, die met hem een leeftijdsverschil heeft van 36 jaar. Steinitz ziet er kwetsbaar uit. Hij heeft nog slechts één oog ter beschikking en als hij opstaat moeten twee krukken hem steunen bij het voortgaan. Toch straalt er een zekere felheid van hem uit. Soms speelt hij als in zijn beste jaren; hij hoort stelling nog tot de wereldtop en de jonge mensen hebben groot respect voor de enorme inzet, die hij in elke partij toont.

    Steinitz overleed in de zomer van 1900, op 66-jarige leeftijd, zijn gezin in kommervolle omstandigheden achterlatend. Lasker heeft met veel respect over zijn voorganger geschreven. “Ik, die zijn overwinnaar was, moet het onrecht wreken dat hem is aangedaan.”
    Pillsbury, rechts in beeld, stierf jong; hij ging ten onder aan de infectie, die hij in St Petersburg had opgelopen. Hij versloeg Lasker in Neurenberg en in Cambridge Spring 1904 in indrukwekkende partijen. Ook bleek hij een fenomenaal blindspeler. Zijn succes van Hastings 1895 heeft hij helaas nooit kunnen herhalen. Hij stierf in 1906 op 34-jarige leeftijd.

    Eindstand

    1. Lasker, 11
    2. Steinitz, 9,5
    3. Pillsbury, 8
    4. Tsjigorin, 7

    De bronnen vermelden een puntengeld van 80 mark voor een gewonnen partij, 40 voor een remise en 20 voor een verliespartij. Prijzen waren 1000, 600, 400 en 200 mark.

Comments are closed.