• Smyslov – Euwe (1948)

    Posted on februari 23, 2016 by in Beekman

    Het pilletje van Euwe

    Robert Beekman

    polu1Het gesloten Spaans moet je liggen. Als je zwart speelt, althans. Polugajevsky had er een gruwelijke hekel aan. Meer dan twintig zetten lang kon wit volgens hem allerlei sjablone zetten doen zonder dat dit invloed had op het kleine plusje van de witte stelling. Kennelijk ontging hem de nuance van de subtiele verschillen in zetvolgorden, hoewel deze verschillen soms te subtiel zijn om onder woorden te brengen.

    Poloegajevski (links in beeld) in zijn boek Grandmaster preparation:

    … het heeft mij altijd al geërgerd dat in de Ruy Lopez van het Spaans, die oorspronkelijk mijn favoriete verdediging was, mijn tegenstander zonder nadenken zo ongeveer 17 tot 20 ‘correcte’ zetten uit het boek kon uitvoeren zonder het risico te lopen ook maar de kleinste significante fout te maken. In het Siciliaans, daarentegen, is de waarde van elke zet zeer vergroot, en in de naar mij genoemde Poloegajevski variant kan elke zet werkelijk zijn gewicht in goud gewogen worden. Ten slotte, bij tijd en wijle kon een kleine onnauwkeurigheid op de zevende(!) zet reeds tot rampspoed leiden voor beide partijen. (…) Ik zou willen toevoegen dat in het Siciliaans de zetvolgorde van het hoogste, doorgaans zelfs belissend belang is. In het gesloten Spaans, daarentegen kun je je permitteren om de zetvolgorde te verwisselen of zelfs per ongeluk de zetten door elkaar te halen; maakt het uit, komt toch grotendeels op hetzelfde neer. In het Siciliaans kan een transpositie het oordeel over de stelling radicaal doen veranderen, alsook het karakter van de strijd.

    Sosonko besprak ooit met Geller de mogelijkheid om van repertoire te veranderen. Misschien was het gesloten Spaans wat. Waarop Geller repliceerde: “Jij? Dat kost je ongeveer een jaar.” Sosonko moest beschimpend lachen, omdat hij in de tijd dat deze opmerking gemaakt werd tot de wereldtop behoorde. Maar Geller zei er niet bij hoelang het hèm zou kosten om het gesloten Spaans eigen te maken. Misschien was dat wel 11 maanden.

    ruylopez2Dat zal de Spanjaard Ruy Lopez (zoals de verdediging in het Engels genoemd wordt) in de Renaissance niet gerealiseerd hebben. Van 1530 tot 1580 leefde Ruy Lopez de Segura. Hij was een priester van de Fransiscaanse orde en stond bekend als één van de beste spelers van zijn tijd. Links een afbeelding aan het hof van Philips II, de man tegen wie Nederland de tachtigjarige bevrijdingsoorlog begon. Helemaal links zit Ruy Lopez aan een schaakbord. Phillips II zit op de stoel tegenover hem, maar het is niet duidelijk of hij schaakt (hoewel Philips II wel degelijk enthousiasme voor het schaken gekend zou hebben); vier mannen scheiden Ruy Lopez en Philips II.

    Er zijn zelfs een paar partijen van Ruy Lopez bekend. Vrij saai. De eerste begint met 1.e4 e5 2.Pf3 f5 3.Pxe5. En wit hakt zwart in de pan. In een andere wint Ruy Lopez na 1.e4 e5 2.f4 d6 3.Lc4 c6 4.Pf3 Lg4 5.fxe5 dxe5 6.Lxf7. Maar in 1575 waren zijn tegenstanders ongetwijfeld niet op de hoogte van de elementaire trucjes. Ruy Lopez schuwde daarbij zelf geen enkel middel. Hij beval in zijn boek aan om de tegenstander tégen de laagstaande zon in te laten spelen. Ook was het volgens hem aanbevelenswaard om vooral een tegenstander uit te dagen die zeer vermoeid is.

    ruylopez1

    Hierboven een afbeelding waarop Ruy Lopez duidelijker in beeld is.

    De complexiteit van het Spaans zal Ruy Lopez niet echt begrepen hebben. De Spaanse massage zal hij op de massagetafel misschien wel eens meegemaakt hebben, maar niet achter het schaakbord. Manoeuvreren was toen amper ontwikkeld. En je moet weten wat je doet.

    Na de Tweede Wereldoorlog

    euwe2Na de Tweede Wereldoorlog was er in de schaakwereld even een vacuüm ontstaan. Wereldkampioen Aljechin was een jaar na de oorlog overleden en de FIDE loste dit op door een groots toernooi te organiseren waarvan de winnaar de wereldtitel kreeg. Max Euwe mocht ook meedoen. Hij had op dat moment alles vrijgemaakt voor het schaken en wilde professional worden. Ondanks deze extra inspanning verliep het toernooi desastreus voor hem en gaf hij zijn ambities om professional te worden gelijk weer op. Eén overwinning, zes remises, dertien nederlagen bezorgden hem de laatste plaats.

    Hij begon desastrues met drie nederlagen en hing depressief met zijn secondanten boven het schaakbord. Eén daarvan was met wit tegen Smyslov. Een tijd lang stond hij goed. En Max vóélde zich ook goed. Overmand door zijn feel-good gemoedsgesteldheid zag hij het helemaal zitten. Dan offert Euwe een pion. Het publiek veerde op: “Wat gebeurt er op dát bord?!” En dan nog wel tegen Smyslov! Maar dat was nog niets. Even later offert Euwe zelfs twee paarden. De zwarte koning stond helemaal op de tocht. Maar het publiek zag het nog niet. Dat zal natuurlijk wel komen omdat hier een briljante partij gespeeld wordt. De pointe kwam echter nooit boven water drijven; de partij ging roemloos verloren.

    Euwe werd er depressief van. Drie, ja zelfs vier nederlagen had hij al geleden, maar ineens kon hij zich een advies herinneren van een goede kameraad. Daags voor het WK had Cortlever hem een potje met pilletjes gegeven. Daar moest hij er maar eentje van innemen, want “het zou hem meer energie geven”.

    Hij was het inmiddels al weer helemaal vergeten. Nu ja, slechter kon het niet meer worden en aldus besloot hij doodgemoedereerd om vlak voor de partij het pilletje der wonderen te slikken.

    De wedstrijd erna was opnieuw tegen Smyslov. Dit keer met zwart. Zijn secondanten keken toe en vreesden al snel het ergste. Gesloten Spaans tegen Smyslov! En dan nog wel met zwart! Dat wordt weer een langdurige lijdensweg! Euwe, daarentegen, had hier geen erg in. De partij werd afgebroken en tot ontsteltenis van zijn secondanten zei hij, vrolijk in zijn handen wrijvend, “Ziezo, dat eindspelletje gaan we eens lekker winnen!” Tot hij er achter kwam dat hij helemaal verloren stond. Hij gooide de pilletjes snel weg in de prullenbak.

    Maar het was wel degelijk een moeilijk partij. Manoeuvreren op hoog niveau. Lastig te doorgronden.

    Vassily Smyslov – Max Euwe
    Wereldkampioenschap 1948, Den Haag / Moskou

    1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.O-O Le7 6.Te1 b5 7.Lb3 d6 8.c3 Pa5 9.Lc2 c5 10.d4 Dc7 Zwart speelt de Tsjigorin, in antwoord op het Gesloten Spaans van wit.
    11.Pbd2 Lb7 12.Pf1 cxd4 13.cxd4 Tc8 14.Te2 O-O 15.Pg3 Tfe8 16.b3 Lf8 17.Lb2 g6 18.Dd2 Lg7 19.Tc1 Pd7 20.Tee1 Pc6 21.Lb1 Db6 Zwart heeft de druk dusdanig opgevoerd dat wit nu uiteindelijk toch d5 speelt. Niet dat dit een concessie van wit is.
    22.d5 Pe7 23.Lc3 La8 24.h4 h5 Het valt mij bijzonder lastig aan te geven waar zwart het anders had moeten doen. Wit kan op twee vleugels spelen en ik heb hier al het gevoel dat zwart in de touwen hangt. Is … h5 een concessie? Met het ruimtevoordeel van wit lijkt het handig om 25.h5 en een later hxg6 te ontmoedigen.
    25.La5 Db8 26.Pf1 Txc1 27.Txc1 Tc8 28.Pe1 Pc5 29.Dg5 Kf8 30.De3 Pg8 31.Dh3 Lh6 32.Tc3 Pe7 33.Lc2 Pb7 Tergend langzaam probeert wit progressie te boeken. De partij mag als een standaard voorbeeld van de Spaanse massage gezien worden. Wit blijkt nu alle zware stukken te willen ruilen. Het was lastig dit plan te verhinderen. Wit kan verdergaan met Pd3.
    34.Txc8+ Dxc8 35.Dxc8+ Pxc8 36.Lc3 Pc5 37.Lb4 Ke7 38.f3 Kd7 39.Pd3 Pxd3 40.Lxd3 Pe7 41.g4
    diasmyseuweDe eerste tijdcontrole en wit wacht niet. Hij had ook eerst even thuis kunnen kijken naar het juiste plan, maar waarschijnlijk wist Smyslov al eerder welke koers de juiste is, en is deze zet onder couvert afgegeven.
    Dit was dus de stelling die Euwe meende te kunnen winnen. Het tegendeel is waar. De Spaanse massage en daarmee zwarte lijdensweg gaat gewoon verder.
    41…hxg4 42.fxg4 Met een potentiële vrijpion op de h-lijn, zo lijkt het. Maar nee, dat is niet wits plan, zo zal straks blijken.
    42…Lc1 43.g5 Lb7 44.Kf2 Pc8 45.Pe3 Ke7 46.La5 La3 47.Kg3 Lc5 48.Ld2 Kf8 49.Pc2 Ke7 50.Le2 Pa7 51.La5 Pc8 52.Lg4 Uiteraard neemt wit alle tijd van de wereld. Zwart staat bijna in zetdwang.
    52…f6 Nu wordt de zwarte pion op g6 zwak, en samen met de zwakte van d6 zal dit beslissend blijken te zijn. Zetdwang was echter aanstaande: 52…Lg1 53.Lc7 Lc5 54.Kg2 De koning kan niet naar de onderste rij wegens b4, Lxc8 en Lxd6. Het paard kan niet spelen wegens b4. De loper op b7 kan niet naar a8 omdat het paard op c8 hangt. De loper op c5 kan niet naar b6 wegens Lxc8. De loper op c5 kan niet naar a7 wegens Pb4 Lc5 Pc6 Lxc6 dxc6 Pa7 Ld7 en het loperpaar wint samen met vrijpion. Resteert dan f6, maar dan gaat na b4 La7 gxf6 Kxf6 Lxc8 Lxc8 Lxd6 de d-pion weer verloren. Dan dus op de 52ste zet maar f6 spelen.
    53.Le6 fxg5 54.hxg5 Pb6 55.b4 Pc4 56.bxc5 Pxa5 57.cxd6+ Kxd6 58.Lf7 Daar valt die sleutelpion. De pion op g5 wordt, ondersteund door loper, paard en koning, gelijk levensgevaarlijk.
    58…Pc4 59.Lxg6 a5 60.Kg4 b4 61.Lf5 Ke7 62.Le6 Pd6 63.Pe3 Pxe4 64.Kf5 Pd6+ 65.Kxe5 Pf7+ 66.Kf4 Pd8 67.Pf5+ Kf8 68.g6 Pxe6+ 69.dxe6 a4 70.Ke5

    1-0

    smyslov1952

    Vasily Smyslov in 1952.

Comments are closed.