• Ronde 9

    Posted on maart 11, 2016 by in PAM 1961

    De zeeslang van Langeweg

    Eduard Spanjaard

    Het nieuws van de slotronde, boeiend schakersnieuws, is geweest, dat de Nederlanders Langeweg en Van de Pol een partij hebben uitgevochten van 105 zetten, die 11 uur en een kwartier duurde; remise.

    Toen de eerste “frivolitées Parisiennes” werden opgediend zaten ze ongeveer bij de zestigste zet. Het internationale PAM-schaaktoernooi was al lang en breed achter de rug, acht van de tien deelnemers hadden aangenaam koutend in hotel Smits de tijd achter ’n borrel weggefuifd, maar de Amsterdamse student Kick Langeweg en de jonge Utrechtse ingenieur Van de Pol schaakten nog steeds in het SHV-gebouw. Ze zagen er wit van, maar ze schaakten dóór.

    Tijdens de consommé en de camelot aux sérises vorderde de partij, ginds in dat andere gebouw, gestadig. “De tijd vliegt vandaag”, zei Langeweg. “Er is een zeeslang in ons midden geslopen”, zei mr. Spanjaard, tafelpreaeses, en hij liet zich een nieuw glas wijn inschenken.

    Bij het nagerecht was de partij schaak tot de 98ste zet gevorderd. Wedstrijdleider Withuis berichtte dat het waarschijnlijk wel … remise zou worden. Er zaten nog altijd zo’n twintig toeschouwers te kijken! Die hadden van ’s middags één uur tot laat in de avond de moed niet verloren.

    Even later: telefoon. Langeweg en Van de Pol hadden remise gespeeld. Na een partij die aan één stuk door elf uur duurde. Nog tien minuten later kwamen ze binnen, samen met O’Kelly, die na het diner was weggeslopen om … ook te gaan kijken.

    Witjes stil dronken ze een kopje koffie. Ze zagen er heel moe uit.

    De zeeslang, om de geijkte term te gebruiken, was begrijpelijk indien men weet, dat Langeweg – indien hij zou hebben kunnen winnen – zelfs een grootmeesterresultaat had kunnen boeken. Het “mocht niet zo zijn”; we vinden drie meesterresultaten binnen een jaar (lBM ’61 en Peter Stuyvesant ’61) al zeer de complimenten waard.

    Onze gelukwensen.

    Terug naar de ronde die niet zo’n eenvoudig te omschrijven karakter heeft gehad. Overigens is dit met alle slotronden van alle toernooien aller tijden zo. Men moet winnen (daardoor soms verliezen), mag remise-maken (maar dat wil de ander soms niet); “het kan niets meer schelen maar toch zit er misschien nog net een prijsje in”, enzovoorts, enzovoorts.

    pamrobatschkellyRobatsch had toernooiwinnaar O’Kelly nog kunnen achterhalen. Moest hij winnen en O’Kelly verliezen. Rechts ziet u hoe Kelly de partij van Robatsch volgt.

    Voorafgaand van het toernooi zei de 32-jarige Karl Robatsch dat hij het heel moeilijk vindt om zich om te schakelen wanneer hij tegen een sterke en daarna tegen een zwakkere tegenstander uitkomt. Dat zouden zijn tegenstanders in het PAM-toernooi wel ondervinden. Maar is daar sprake van geweest? Robatsch leerde al heel vroeg schaken. Dat was in de oorlog, toen er praktisch niets te doen viel op zijn onderduikadres. Uit verveling ging Karl oude kranten doorbladeren. Daarbij werd hij getroffen door de schaakrubrieken. Hij bestudeerde ze ijverig en het misten zijn uitwerking niet. We herkennen die fascinatie allemaal.

    .

    Uitslagen 9e ronde

    Bouwmeester – Perez ½ – ½
    Donner – Bisguier ½ – ½
    Matanovic – Robatsch ½ – ½
    Van Geet – O’Kelly ½ – ½
    Van de Pol – Langeweg ½ – ½

    Partijverslagen

    Grootmeester O’Kelly had zwart tegen Van Geet. Het was a) totaal onduidelijk of de toernooiwinnaar moest winnen, b) of hij tot een dergelijke krachtsinspanning nog reserves zou kunnen aanboren. Van Geet, met wit zijn geliefde 1.Pc3 spelende, bleek namelijk van plan zijn huid heel duur aan de man te brengen. Reeds op de dertiende zet bood O’Kelly, onder het motto “zeker is zeker”, van Geet remise aan. Onze stadgenoot voor wien dit op zichzelf een zeer eervol resultaat zou zijn geweest, kende echter zijn sportieve plicht en sloeg het aanbod af. Enkele zetten later echter aanvaardde hij toch de deling van het punt, omdat hij, om verder te komen, zich had moeten inlaten op een weliswaar kansrijk, maar onduidelijk stukoffer. Daarmede was O’Kelly niet meer voorbij te streven. De remise had misschien een plus aan wits kant. Maar dit te bewijzen had een partij gevergd, en hoe die zou zijn afgelopen?

    Bouwmeester – Perez mocht volgens de score-tabel remise lopen. Maar de heren startten met kwade bedoelingen. Wit ontwierp een verstrekkende actie op de damevleugel; zwart avanceerde – zonder te rocheren – tegen de witte rochade-kant. Toen schoven plotseling de stellingen als loopgraven in elkaar en kon men toch tijdig huistoe keren.

    pambisguierbrei2Donner en Bisguier vochten tot het bord vrijwel leeg was. Onze landgenoot tobde lange tijd enigszins met een slechte loper tegen een paard, doch wist door verdienstelijk spel de balans weer in evenwicht te brengen. Het bleef in overzichtelijke positionele banen; dit te schrijven is gemakkelijker dan te spelen, doch de grootmeesters losten de wederzijdse problemen correct op. Links ziet u de beide grootmeesters op de achtergrond tegen elkaar spelen, terwijl op de voorgrond de vrouw van Bisguier onverstoorbaar verderbreit.

    Donner had het moeilijk. Na afloop meende hij zelfs dat de Amerikaan een nog gunstiger voortzetting over het hoofd had gezien. Maar Bisguier merkte fijn psychologisch op: “Ik dacht al dat je blij was toen ik die zet niet speelde, maar het kon echt niet.” En de steeds wat bekommerd kijkende kleine Amerikaan liet de nogal pluksgewijs gebaarde Nederlander ook nog zien waarom.

    Matanovic – Robatsch werd een Pirc-verdediging; deze opening heeft in dit toernooi nogal een rol gespeeld. Weliswaar geen al te opmerkelijke rol, doch de roep van deze speelwijze rechtvaardigt een dergelijk optimisme ook maar ten dele. Ditmaal belandden we min of meer in bekende Siciliaanse vaarwateren, die voor beiden redelijk aanvaardbaar bleken. Robatsch had nog met O’Kelly gelijk kunnen komen als hij van Matanovic won, maar blijkbaar vond hij het toch te riskant tegen de crack Matanovic op winst te spelen en daarmede de ongedeelde tweede prijs in gevaar te brengen. Na 4,5 uur spelen besloten de twee grootmeesters tot remise, hoewel de stelling nog tal van strijdmogelijkheden bood.

    pammatarobaIn de linkerdiagram speelde Robatsch het ogenschijnlijk antipositionele 14… e7-e5. Er volgde 15.Pd4-b5 Lc4xb5 16.Pc3xb5 Dc7-c6, en 17.Pb5xd6 kan niet vanwege 17… Tf8-d8 18.f4xe5 Pf6-d7 en het witte paard komt in problemen. De zet 17.Pb5-a3 levert zwart na 17… Tfe8 druk tegen e4 op, en daarom17.f4xe5 d6xe5 18.Pb5-a3 Pb6-a4 19.Ta1-b1 b7-b5. Er werd nog wat gespeeld om het veld d5 en goede loper versus slechte loper, en toen dat probleem ook was opgelost was remise snel een feit.

    .

    .

    pampollangeweg

    Uiteraard verliep de strijd Van de Pol – Langeweg, beiden boven in beeld, uiterst nerveus. Men kan met zwart niet “maar zo” op winst spelen; zelfs het nemen van enig risico is “op niveau” een waagstuk. Dat ondervond Langeweg vrij spoedig na de opening en in het zich ontwikkelende middenspel scheen het af en toe erg duister te worden.

    pamlangpol1Van de Pol offerde in de opening een pion (16.Pg4-f6) en kreeg goede aanvalskansen. Langeweg offerde later een kwaliteit voor een pion terug (23… Dxe5), hoewel dit niet nodig was en ook minder sterk. Vermoedelijk miste Van de Pol zelfs een winstkans, maar dat hoort nu eenmaal bij een partij-opzet van dit karakter. In de linkerdiagram had Van de Pol 29.gxh6 kunnen spelen. 29… Ph5 kan dan niet wegens 30.Txh5 gxh5 31.Dd4 Kxh6 32.Dxa7. 29… Pf5 30.Txf5 komt op hetzelfde neer. Daarom 29… Pe8, en dan kan wit met 30.h5 de zwarte stelling openbreken. Het moge duidelijk zijn dat wit uitstekend geprepareerd is op de clash aan de koningszijde. Van de Pol speelde echter op dameruil met 29.Ta1-d1 h6-h5 30.Lg2-e4 Dd8-b6 31.Le4-c2 Pg7-e8 32.De3, maar dat eindspel bleek eerder gunstig voor zwart te zijn. Nog altijd was 32.Tdxd5 winnend geweest: 32.Tdxd5 exd5 33.Txe8 en wit vervolgt met De5 en winnende mataanval.

    Op een gegeven ogenblik kreeg Langeweg het gelijk aan zijn zijde; ook dat is niet onlogisch. Doch dit gelijk bleek minder eenvoudig te concretiseren dan de zaal wel vermoedde. Na vele wetenswaardigheden kwam een eindspel op het bord, dat hoge eisen stelde.

    pamlangpol2Meerdere kansrijke mogelijkheden om de winst, en daarmee het begeerde grootmeesterresultaat binnen te halen, werden Langeweg echter aangeboden. Op zet 46 bijvoorbeeld: 46… Pxe5 47.fxe5 d4! 48.cxd4 c3. In de linkerdiagram bijvoorbeeld, waar hij 70… g6-g5 speelde, in plaats van met 70… e6-e5 twee verbonden vrijpionnen te creëren. Hoewel het gespeelde 70… g6-g5 net zo goed voor de winst was. Het was echter niet nodig de d-pion te offeren om vooruitgang te vinden. Doch de vermoeidheid en de ingewikkeldheid van het vraagstuk speelden een te grote rol. Dat vermoeden we althans, hoewel Langeweg, na zo’n tien en en half uur nijver peinzen, de tijd vond op te merken: “de tijd vliegt vandaag”. Het aantal onverdroten toeschouwers was inmiddels geslonken tot nog dertig; elke zet vielen er enkeler af. Van de Pol bleef, zoals in vrijwel alle omstandigheden, totaal onbewogen. Hij zocht de smalle weg tussen de klippen en vallen, vond die en … wel, de hoogste waardering voor dit sportieve verzet.

    De partijen

    D. van Geet – A. O’Kelly
    1.Pc3 d5 2.e4 dxe4 3.Pxe4 Pd7 4.Lc4 e6 5.d3 Pgf6 6.Pf3 Le7 7.O-O O-O 8.De2 b6 9.Te1 Lb7 10.Peg5 Lxf3 11.Dxf3 Ld6 12.Dh3 Pe5 13.Lb3 Pg6 14.g3 c6 15.Te3 Te8 16.Ld2 Pf8 17.Tae1 h6 18.Pe4 Le7 19.Tf3 P8h7 ½ – ½

    H. Bouwmeester – F. Perez
    1.Pf3 g6 2.g3 Lg7 3.c4 e5 4.Pc3 Pc6 5.Lg2 d6 6.d3 Pge7 7.Tb1 f5 8.Lg5 h6 9.Ld2 Le6 10.b4 Dd7 11.b5 Pd8 12.O-O g5 13.Pe1 f4 14.Pd5 h5 15.e3 Pxd5 16.cxd5 Lg4 17.f3 Lf5 18.e4 ½ – ½

    A. Matanovic – K. Robatsch
    1.e4 g6 2.d4 Lg7 3.Pc3 d6 4.f4 Pf6 5.Pf3 O-O 6.Le2 c5 7.dxc5 Da5 8.Pd2 Dxc5 9.Pb3 Dc7 10.O-O Le6 11.Lf3 Pbd7 12.Te1 Pb6 13.Pd4 Lc4 14.Le3 e5 15.Pdb5 Lxb5 16.Pxb5 Dc6 17.fxe5 dxe5 18.Pa3 Pa4 19.Tb1 b5 20.c3 a6 21.De2 De6 22.c4 b4 23.Pc2 a5 24.Lf2 Tfc8 25.Pe3 Lf8 26.Dd1 Pb6 27.b3 Lc5 28.Dd2 Pbd7 29.Pd5 Pxd5 30.exd5 Lxf2+ 31.Dxf2 Dd6 32.Dg3 Te8 ½ – ½

    J.H. Donner – A. Bisguier
    1.Pf3 Pf6 2.g3 d5 3.Lg2 e6 4.O-O Le7 5.c4 O-O 6.d4 Pbd7 7.b3 b6 8.Lb2 Lb7 9.Pc3 c5 10.cxd5 Pxd5 11.Pxd5 Lxd5 12.Dd2 Lf6 13.Tfd1 Tc8 14.Tac1 cxd4 15.Pxd4 Lxg2 16.Kxg2 Pc5 17.f3 Dd7 18.e3 Tfd8 19.De2 Db7 20.b4 Pa4 21.La1 Lxd4 22.Lxd4 b5 23.Df2 Td7 24.Txc8+ Dxc8 25.Td2 Dd8 26.e4 e5 27.Le3 Txd2 28.Lxd2 Pb2 29.Lc3 Pd1 30.Dd2 Dxd2+ 31.Lxd2 Pb2 32.f4 Pc4 33.Lc3 f6 34.Kf3 Kf7 35.g4 g5 36.f5 ½ – ½

    J. van de Pol – K. Langeweg
    1.Pf3 c5 2.g3 Pc6 3.Lg2 g6 4.e4 Lg7 5.d3 e6 6.O-O Pge7 7.Te1 d5 8.c3 O-O 9.e5 Dc7 10.Lf4 h6 11.h4 b6 12.Pbd2 a5 13.Pf1 b5 14.P1h2 Kh7 15.Pg4 Pg8 16.Pf6+ Lxf6 17.exf6 Dd8 18.g4 Pxf6 19.g5 Ph5 20.Le3 Dd6 21.d4 c4 22.Pe5 Pxe5 23.dxe5 Dxe5 24.Lc5 Dg7 25.Lxf8 Dxf8 26.Dd4 Dd8 27.Te5 Pg7 28.Df4 Ta7 29.Td1 h5 30.Le4 Db6 31.Lc2 Pe8 32.De3 Tb7 33.Dxb6 Txb6 34.Kh2 Pd6 35.a3 Kg7 36.Kg3 b4 37.axb4 axb4 38.Tb1 b3 39.Ld1 Ta6 40.Lf3 Ta2 41.Kf4 Pb7 42.Le2 Pd8 43.Ke3 Kf8 44.f4 Pc6 45.Lf3 Ke7 46.Kf2 Kd6 47.Te2 Pe7 48.Td2 Pf5 49.Th1 Kc5 50.Thd1 Pxh4 51.Lg2 Pf5 52.Lh3 Pd6 53.Lg2 Lb7 54.Kg3 Kc6 55.Kf2 Kd7 56.Te2 Ke7 57.Tde1 Lc6 58.Kf1 Kf8 59.Lf3 Ld7 60.Td1 Pb7 61.Le4 Pc5 62.Lb1 Ta1 63.Tde1 Lb5 64.Td2 Kg7 65.Kf2 f6 66.gxf6+ Kxf6 67.Tg1 Txb1 68.Txb1 Pe4+ 69.Ke3 Pxd2 70.Kxd2 g5 71.fxg5+ Kxg5 72.Ke3 e5 73.Tg1+ Kf6 74.Tg8 Ld7 75.Tf8+ Ke7 76.Th8 Le8 77.Th6 Lf7 78.Th8 Kf6 79.Th6+ Kg7 80.Td6 Kf8 81.Tf6 Ke7 82.Th6 Le8 83.Tb6 Ld7 84.Th6 Lg4 85.Tg6 Ld1 86.Tb6 Lg4 87.Tg6 Kf7 88.Th6 Kg7 89.Td6 h4 90.Txd5 h3 91.Td2 Kf6 92.Ke4 Lf5+ 93.Kd5 Le6+ 94.Ke4 Lc8 95.Td6+ Le6 96.Td2 Lg4 97.Tf2+ Ke6 98.Tf8 Lh5 99.Th8 Lg6+ 100.Kf3 Lf5 101.Th4 Kd5 102.Ke3 Ld7 103.Th6 Le6 104.Th8 Kd6 105.Th6 ½ – ½

Comments are closed.