• Ronde 3: de Draak

    Posted on maart 12, 2016 by in CAP 1986

    De draak

    Robert Beekman

    capr3startIn de derde ronde kwam een stelling uit de draak in het Siciliaans op het bord. Het gaat om de stelling na de zetten 1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 0-0 8.Dd2 Pc6 9.Lc4 Ld7 10.0-0-0 Tc8 11.Lb3 Pe5 12.h4 h5 13.Lg5 Tc5 14.f4 Pc4 15.Dd3 b5, links in beeld.

    In het toernooiboek en het clubblad werd over deze stelling het volgende geschreven:

    “In deze ronde kwam waarschijnlijk de scherpste stelling op het bord. De stelling deed vooral de grootmeesters de wenkbrauwen fronsen. De stand ‘stonk’ voor wit, vonden ze, en eigenlijk had deze stelling niet ingezonden mogen worden. Het was de schuld van de Engelse grootmeester John Nunn, die de witte stukken kreeg en daarmee een koekje van eigen deeg. Overigens hadden alle grootmeesters wit.
    Wat de cracks er vooral op tegen hadden, was het ‘gat’ op g4 en de werkzaamheid van de zwarte loper op g7, die vroeg of laat de witspelers zou kunnen opbreken.
    Doch wat gebeurde? Toen na veel verwikkelingen en tijdnoodduels de mist boven de borden opgetrokken was, was de einduitslag 8 – 1 voor wit! Eigenlijk een net zo wonderbaarlijke uitslag als in de vorige ronde. Kan men nu concluderen dat de stelling goed speelbaar is voor wit? Waarschijnlijk toch niet, want de witspelers waren veelal erg fortuinlijk.”

    Echter, hoezeer ook alle grootmeesters wit hadden, en hoeveel geluk hen wel niet toebedicht kan worden, anno 2000 wordt deze stelling als beter voor wit getaxeerd! Zwarts laatste zet, 15… b5, is niet goed en kan beter vervangen worden door 15… Pg4. Het paard op c4 staat dan inderdaad in, maar de verwikkelingen die daarna komen leiden tot een stelling met gelijke kansen: 15… Pg4 16.Lxc4 Pf2 17.De2 (Df1 Pxd1) Pxh1 18.Lb3 a5 19.f5 a4 20.Ld5 De8.

    Waarom 15… b5 tot voordeel voor wit leidt, zal aan het einde van dit hoofdstuk duidelijk worden. Voor dit moment telt de constatering dat de einduitslag van 8 – 1 voor wit dus kennelijk niet zo vreemd is, net zomin als 7,5 – 1,5 voor zwart in de vorige ronde (aangezien alle witspelers de beste variant misten). Nunn, die overigens ook de startstelling van de tweede ronde ingediend had, had het helemaal niet zo slecht gezien.

    captimmanmiles

    Boven de grootmeesters bij de post mortem analyse de stelling van de derde ronde nog eens doornemend. Links Timman, rechts Miles, op de voorgrond Polgar.

    De juiste aanpak van de draak

    capr3preMaar laten we vanuit de startstelling een paar zetten teruggaan. In de linkerdiagram speelde wit 15.f4. Inderdaad, een hoogst antipositionele zet. Het is interessant om te weten dat in de jaren na het thematoernooi van 1986 steeds duidelijker werd dat vanuit de linkerdiagram 14.Kb1 b5 15.g4 tot duidelijk voordeel voor wit leidt. De hoofdvarianten volgens NCO vervolgen met A) 15… hxg4 16.h5 Txc3 17.h6 Pxf3 18.Pxf3 Txf3 19.hxg7 Kxg7 20.Lh6, of B) 15… a5 16.Lxf6 Lxf6 17.gxh5 a4 18.Ld5 e6 19.hxg6 exd5 20.h5. Zwart wordt ofwel hardhandig overspeeld, ofwel komt in een slecht eindspel terecht.

    Het zijn deze en vergelijkbare manoeuvres geweest die de draak onder de wereldtop uit de gratie hebben doen geraken. Het heeft enige tijd geduurd, maar in de negentiger jaren van de twintigste eeuw vervulde zich de impliciete voorspelling van Fischer eind zestiger jaren. Fischer dacht zoiets als “Aha, de zelfmoordvariant!” als hij de draak voorgeschoteld kreeg, en legde in zijn My 60 most memorable games uit hoe je ertegen moest spelen: Sac, sac, sac … and mate!

    Maar van al dat offeren langs de h-lijn komt natuurlijk weinig terecht als wit 14.f4 speelt; plannen met g4 zijn uiteraard voorlopig van de baan. Wat is dan wel de intentie van 14.f4? Welnu, wit wil gebruik maken van de tempowinst van het paard twee keer aanvallen, zowel na 14.f4 als na 14… Pc4 15.Dd3, om zo snel mogelijk e5 te spelen. In tweede instantie kan wit dan verder gaan met exd6 en het centrum openbreken waarbij de loper op g5 vis a vis de dame op d8 gunstig uit de verf komt, of anders met de zwarte pionnenformatie openbreken met e6 en na het slaan op e6 Dxg6. Hoe antipositioneel 14.f4 ook moge zijn (waardoor de startstelling er optisch gunstig voor zwart uitziet), als een antipositionele zet een doel dient, hoeft het helemaal zo slecht nog niet te zijn.

    In de startstelling is wit daarom wel bijna verplicht om 16.e5 te spelen, om te verhinderen dat zwart zich hergroepeert en uiteraard met een sterke tegenaanval zal komen. In het thematoernooi werd twee keer iets anders gespeeld dan 16.e5.

    De partijen

    Vlastimil Hort – Arie Schwartz

    caphort

    Vlastimil Hort

    capr3hortschwVlastimil Hort, die zo z’n eigen ideeën over schaken heeft, speelde tegen Arie Schwartz 16.Thf1, wat de linkerdiagram deed ontstaan. De zet is prophylaxis tegen 16… Pf6-g4-f2, en bereidt ook f5 voor. Arie speelde evengoed 16… Pg4, maar verzwakte hierdoor het veld f6 en ook e7. Beter was 16… Lg4 17.Tde1 Db6 en de witte aanval is lastig vorm te geven, terwijl zwart er al aan begint te komen. De partij ging verder met: 17.f5 Pge5 18.Dg3 a5 19.Pd5 Txd5 Dit is wanhoop. Ook 19… Te8 helpt niet wegens 20.f6 of 20.Pxe7. Wel kwam in aanmerking 19… f6 20.Lf4, maar ook dan blijft wit iets beter staan. 20.exd5 Pxb2 21.Kxb2 a4 22.Kb1 axb3 23.cxb3 Te8 24.fxg6 Pxg6 25.Df2 Tf8 26.Dd2 Kh7 27.Pf5 Le5 28.g4 hxg4 29.h5 Lxf5+ 30.Txf5 Ph8 31.Dd3 Kg8 32.Lh6 f6 33.Tg1 1-0

    Tom de Jong – Pieter Nieuwenhuis

    capr3jongnieuTom de Jong speelde tegen Pieter Nieuwenhuis 16.Lxf6, en na 16… Lxf6 17.e5 Lg7 18.Pe4 ontstond de linkerdiagram. In de partij Pokojowczyk-Mestel, ol. Malta 1980, vervolgde zwart met 18… Tc8 19.e6 Lxe6 20.Pxe6 Lxb2 21.Kb1 fxe6 22.Pg5 Tf6 23.The1 (of 23.Pxe6 Da5) 23… Kh8 24.Txe6 Df8 en won na scherpe verwikkelingen. Nieuwenhuis vreesde dat De Jong een nieuwtje zou hebben klaarliggen en wijkt daarom af. Hij offerde een kwaliteit met 18… Db6, wat er echter niet correct uit ziet.

    Hij won echter wel; er volgde 19.Pxc5 Dxc5 Het alternatief 19… dxc5? wordt beantwoord met 20.Pxb5 Pxe5 21.fxe5 Lxb5 22.De3! (niet 22.Lc4 Lxc4 23.Dxc4 Lxe5 en zwart heeft compensatie) waarna na 22… c4 23.Dxb6 axb6 24.a4 La6 25.La2 Lxe5 26.Td7 wit het initiatief neemt en gewoon een kwaliteit voor staat. 20.e6 Dit kost een pion en geeft zwart weer compensatie in de vorm van een actieve stelling. Aangewezen was 20.dxe6 of 20.Pf3. 20… fxe6 21.Dxg6 Txf4 22.Pf3 Df5 23.Dxf5 exf5 24.c3 Lh6 25.Kb1 Lc6 26.Pd4 Le4+ 27.Ka1 d5 28.Pxb5 Pe3 29.Tde1 Pxg2 30.Txe4 Met voor beide spelers de tijdnood in zicht, besluit wit de kwaliteit terug te geven om weer wat spel te creëren. Hierna blijkt zwart echter duidelijk beter te staan vanwege de actievere stelling. Na 29.Td2 (op de vorige zet) moet de witte stelling nog altijd iets beter aangeslagen worden. De zwarte stukken staan actief; maar de zwarte pionnen zijn nog niet 1-2-3 aan de overkant en wit creëert ook vrijpionnen op de damevleugel. 30… fxe4 31.Lxd5+ Kf8 32.Pd4 Ke8 33.a4 Pxh4 34.Pe6 Tg4 35.c4 e3 36.c5 Pf5 37.c6 Txa4+ 38.Kb1 Ta5 39.Te1 Pd6 40.b4 Ta4 41.Lf3 Txb4+ 42.Kc2 Kf7 43.Pd8+ Kg6 44.Kd3 e5 45.Tg1+ Kf6 46.Lxh5 Td4+ 47.Kc2 Lg5 48.Kb3 a5 49.Ta1 Kf5 50.Txa5 Lxd8 51.Ta7 Pb5 52.Tb7 Pc7 0-1

    Conclusie: de alternatieven voor 16.e5 hadden dus slecht voor wit kunnen aflopen.

    Philip du Chattel – Meindert van der Linde

    capr3Lg4Bij iedereen deed na 15.e5 de beste zet 15… Pg4. Twee keer is het nieuwtje 16… Lg4 gespeeld, resulterend in de linkerdiagram. De zet bleek ontoereikend te zijn; onder andere wordt het zwarte steunpunt op c4 tezeer verzwakt. Het merkwaardige is dat bij de voorbereiding drie man (Nieuwenhuis, van Gaalen en van der Linde) gezamenlijk naar deze zet gekeken hebben en hoofdzakelijk 17.exf6 exf6 18.Te1 fxg5 onderzochten. Tijdens de ronde werd 16… Lg4 op twee borden uitgevoerd en kwamen beide witspelers onafhankelijk van elkaar tot de beslissing om de kwaliteit te offeren voor de diagonaal a2-g8: 17.Pdxb5!

    Er volgde 17.Pdxb5 Lxd1 18.Txd1 Pg4 19.De2 Wit moet de vork op f2 voorkomen. Er op inslaan werkt in dit geval niet; men zie 19.Lxc4 Txc4 20.Dxc4 Pe3 21.Dd3 Pxd1 22.Pxd1 f6 23.Dxg6 fxg5. Tevens moet men hier nog niet de spanningen rond Pc4 oplossen: 19.Pe4 Txb5 20.Lxc4 Tb8 21.Lb3 Kh7 en de loper op g5 dreigt de doos in te gaan.
    19… Pge3 19…Pce3 20.exd6 Lxc3 (20… Pxd1 21.dxe7 Pxc3 22.Lxf7!) 21.Pxc3 Pxd1 22.dxe7 Pxc3 23.Lxf7 Kg7 24.bxc3 Db8 25.exf8D Dxf8 26.Le7.
    20.Td3 Dd7 21.Txe3 Pxe3 22.e6 fxe6 23.Dxe3 Dc6 24.Pd4 Dxg2 25.Pxe6 Dh1+ 26.Pd1 Td5 27.Lxd5 Lxb2+ 28.Kxb2 Dxd5 29.Pxf8 1-0

    Willem Bor – Bas van Gaalen

    Willem Bor – Bas van Gaalen was bijna een kopie van de vorige partij. Pas op zet 20 werd door zwart afgeweken, wat weinig hielp voor het eindresultaat: wit won hier ook. 16.e5 Lg4 17.Pdxb5 Lxd1 18.Txd1 Pg4 19.De2 Pge3 20.Td3 d5 21.Txe3 f6 22.Td3 fxg5 23.Pxd5 Kh8 24.Pbc3 Pa5 25.hxg5 Pxb3+ 26.axb3 Ta5 27.Kb1 Dd7 28.De4 De6 29.b4 1-0

    Zsusza Polgar – Hans Duistermaat

    capr3Pd5Nog een ander alternatief voor 16… Pg4 is 16… Pd5, leidend tot de linkerdiagram. Hans Duistermaat over dit nieuwtje: Vele weken geleden, toen ik met deze stelling begon, dacht ik: “Kom, even 16… Pd5 op de meest overtuigende manier weerleggen.” Tot mijn stijgende verbazing leidde geen van de voor de hand liggende voortzettingen direct tot winst. Dit maakte deze “plons” ideaal voor het thematoernooi.

    De sterkste zet na 16… Pd5 is vermoedelijk 17.exd6 en dit maakt de zwarte stelling hoogst kritiek, bijvoorbeeld:
    – 17… f6 18.Pdxb5 Pdb6 19.dxe7 Dxe7 20.The1 D willekeurig 21.Pxd6 en Pxc4.
    – 17… Da5 18.Pxd5 Txd5 19.dxe7 Tfc8 20.De4.
    – 17… Db6 18.dxe7 Te8 19.Pe4 Lf5 20.The1.
    – Maar ook 17.Pdxb5 Pb4 18.Dd4 Pc6 19.Df2 is lastig voor zwart.
    – Daarentegen is 17.e6 wegens 17… Pxb2 (een belangrijke tegendreiging waar wit rekening mee moet houden) minder handig, bijvoorbeeld 18.Kxb2 Pxc3 19.exd7 Pxd1 20.Txd1 Kh7 21.fxg6 fxg6 22.Te1 e5.

    Duistermaat werd een complex en interessant duel. Duistermaat’s nieuwtje op de eerste zet 16… Pd5 baarde veel opzien. Het was niet alleen een nieuwe zet, maar ook een zet waartegen achter het bord het goede tegenspel lastig te vinden was. Duistermaat kreeg snel een kansrijke stelling, toen Polgar met 17.Pxd5 Txd5 18.Lxc4 vervolgde.

    Zsuzsa Polgar – Hans Duistermaat
    (Commentaar van Hans Duistermaat)

    1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 Pc6 8.Dd2 O-O 9.Lc4 Ld7 10.O-O-O Tc8 11.Lb3 Pe5 12.h4 h5 13.Lg5 Tc5 14.f4 Pc4 15.Dd3 b5 16.e5 Pd5 17.Pxd5 Txd5
    capr3polgarduis1 18.Lxc4
    Dit is geen ernstige aanslag op 16… Pd5. Gevaarlijker is 18.De4 Da8 (18… dxe5 19.Dxd5 levert te weinig compensatie op) 19.Lxe7 Te8 20.Lxd6 (ook op 20.exd6 komt 20… Lf5) 20…Lf5 21.Df3 (21.De1 Txd6 of 21.Pxf5 Txd1) 21…Lg4 22.Df2 Lxd1 23.Txd1 a6 met onduidelijk spel. Er dreigt … f6 en op bv 24.g4 hxg4 25.h5 gxh5 26.Dh4 Pxd6 wint zwart.
    18…bxc4 19.Dxc4 Tc5 In aanmerking kwam 19…Da8 (Ligterink)
    20.Db3 20.Db4 f6
    20…Lg4 Dit vond ik interessanter spel geven dan 20…dxe5 21.fxe5 Lxe5 wat ik oorspronkelijk had voorbereid. Mogelijk is ook 20…Kh7 plan f6.
    21.exd6 Van der Wiel gaf hier 21.f5 als sterker aan. Echter, na bv 21.f5 Lxd1 22.Txd1 Lxe5 23.Lh6 en indien nu 24.Lxg7 Kxg7 25.fxg6. Maar zwart heeft beter: 23…Lxd4 en na 25.Txd4 Txf5 of 25.Lxf8 Lf6 26.Lh6 Txf5 heeft zwart voordeel.
    21…Dxd6 22.Pf5
    capr3polgarduis222…Dc7
    Maar hier was 22… Db8 beter. Na 22…Db8 23.Pxe7+ Kh7 heeft wit iedere keer problemen met de witte loper op g5, die door f6 gevangen kan worden. Ook 22…Lxd1 23.Pxd6 Lxc2 was mogelijk. Wit kan maar beter de dame gelijk teruggeven, omdat anders na 24… exd6 de zwarte stukken geweldig mooi samenwerken tegen de witte koning, terwijl de loper op g5 voorlopig buitenspel staat. Zwart staat in het eindspel een tikkeltje beter.
    23.Pxe7+ Kh8 Ook na 23…Kh7 24.Pd5 Da5 (na 24… Dc6 volgt ook 25.Le7) 25.Le7 Tb5 26.Lb4 staat wit beter, want Da6 Pc7 en Dd8 Pc3 wint wit de kwaliteit terug.
    24.Td5 Tc4 25.Tb5 Le6 De compensatie voor de geofferde pionnen zag er kansrijk uit, maar is nog niet zo eenvoudig te converteren in een ander voordeel. Na bijvoorbeeld 25…Td4 26.f5 Tfd8 wordt de matdreiging over de d-lijn geneutraliseerd door 28.Td5 of zelfs 28.c3.
    26.Dd3 Prophylaxis met 26.Kb1 was beter. Straks wordt de toren naar ongunstige velden gedreven, en komt het op a3 tijdelijk buitenspel te staan.
    26…a6 Ook direct 26…Td4 had zwart compensatie voor de geofferde pionnen opgeleverd (Ligterink).
    27.Tb3 Td4 27…Tc5 was ook interessant.
    28.Dc3 Dd7 De damewinst 28…Td1+ 29.Txd1 Lxc3 30.Txc3 beoordeelden we beiden als gunstig voor wit. Maar 28…Dd6! had de cruciale zesde rij goed verdedigd (veld f6 en pion g6), en het zwarte initiatief bestendigd. Nu komt wit weer beter te staan.
    29.f5 gxf5 30.Df3 Tg4 31.Td1 Da4 32.Ta3 Db5 33.c3 Tb8 34.Df2 34.Td2 was nodig.
    34…Te8 34…Db7! was sterker. De dreiging is allereerst 35… Txg2, daarom 35.g3 en nu kan zwart bijvoorbeeld 35.g3 Txg5 36.hxg5 Dxe7 spelen. Maar ook 36… Lf8 is mogelijk, of zelfs eerst 36… Txg3; het paard op e7 is gevangen, en telkens kan … f6 ook nog vervelend zijn.
    35.Dd2 35.Te1 is beter, dwingt zwart tot 35.Te1 Txg5 36.hxg5 Txe7 37.Dh4 waarna de pion op h5 valt en vermoedelijk een stelling met ongeveer gelijke kansen ontstaat.
    35…Db7? Een zet te laat. Ik had overzien dat wit na 35.Dd2 het paard op d5 kan brengen, om dat de penning met Td8 er niet inzit. Dit maakt 35… Db7 een slag in de lucht. Ik had hier het “lelijke”, “hebberige” 35… Lf8 moeten doen. Bijvoorbeeld 35…Lf8 36.Lf6+ Kh7 37.Dd6 Txg2 38.Td2 Txd2 39.Dxd2 Df1+ 40.Kc2 Lxe7 41.Dg5 De2+ 42.Kc1 Tg8 met zwarte winst.
    36.Pd5 Tf8 37.Lf6 Lxf6 Na 37…Kh7 38.Lxg7 Kxg7 39.Pf4 is het mooie er voor zwart wel af. Maar nu komt:
    38.Dh6+ … en mat.

    1-0

    cappolgarwieltimman

    Zsuzsa Polgar. John van der Wiel, Jan Timman.

    John van der Wiel – Maarten Etmans

    Maarten Etmans, die samen met Duistermaat en De Jong had voorbereid, volgde Duistermaat met 16… Pd5. Van der Wiel stak er een uur bedenktijd in om vervolgens af te wikkelen naar een iets beter staand eindspel, dat hij wist te winnen.

    John van der Wiel – Maarten Etmans
    (Commentaar van Maarten Etmans)

    1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 Pc6 8.Dd2 O-O 9.Lc4 Ld7 10.O-O-O Tc8 11.Lb3 Pe5 12.h4 h5 13.Lg5 Tc5 14.f4 Pc4 15.Dd3 b5 16.e5 Pd5 Opnieuw de “plons van Duistermaat”.
    capr3Pd517.Pe4 Gespeeld na een uur nadenken.
    17…dxe5 18.fxe5 De alternatieven zijn:
    a) 18.Pxc5 exd4 19.Pxd7 Dxd7 met gelijke kansen. Na bv
    20.f5 gxf5 zou zwart volgens Duistermaat beter staan, bv
    21.Lxc4 (of 21.Df3 e5 22.Dxh5 De6, of 21.Thf1 e6 22.Df3 Pe5 23.Dxh5 Pg4! en wit is verlamd) 21…bxc4 22.Dxc4 Tc8 en Pb4.
    b) 18.Pxb5 Pxb2 19.Kxb2 Txb5 biedt zwart ook ruim voldoende kansen.
    18…Pb4 Zet vier paarden op een rij. Het alternatief er met 18… Pxe5 een vierkantje van te maken, deugt niet wegens 19.Dg3 met materiaalverlies.
    19.Dc3 Txe5 19… Pd5 zou niet tot zetherhaling leiden: 19…Pd5 20.De1 Tc7 (20… Tc8 21.Pd6) en nu:
    a) a6 22.P4xb5 Lxb5 23.Txd5 Da8 24.Pxb5 Dxd5 25.Pxc7 Dc6 26.Dc3 en wit wint.
    b) Lg4 22.P4xb5 Lxd1 23.Pxc7 Dxc7 24.Pxc4 en wit wint.
    c) Da8 22.P4xb5 Lxb5 23.Pxb5 levert ook een zeer goede stelling voor wit op.
    d) f6 22.exf6 Lxf6 23.Pxc4 en 24.Pe6 en wit wint.
    e) Db8 pion b5 dekkend, is misschien wel het beste voor zwart, waarop wit 22.Pxf7 kan spelen, leidend tot een stelling die misschien iets beter voor wit is.
    20.Dxb4 Txe4 21.Lxc4 bxc4 22.Pc6 Dc7 De suggestie van Van der Wiel: 22…Lxc6 23.Txd8 Txd8 (24.Lxe7 Te8 gevolgd door 25… c3) ziet er veelbelovend uit, zeker gezien het werkelijke verloop van de partij. Nu ruilt hij af naar een eindspel dat hij door zijn superieure techniek wint.
    23.Pxe7+ Kh7 24.Pd5 Db8 Na 24… De5 volgt 25.Lf6.
    25.Dxb8 Txb8 26.Pf6+ Lxf6 27.Lxf6 Lf5 27…Lc6 … en er was niet al te veel aan de hand geweest. Nu moet zwart vechten voor remise.
    28.The1 Txe1 29.Txe1 Le6 30.Td1 Tc8 31.Td6 Tc7 32.Kd2 32.Td8 zou zwart dwingen het goede plan te vinden.
    32…Td7 Normaal bezegelt torenruil in een dergelijk ongelijke lopers-eindspel de remise, maar in dit geval is de resterende stand een eenvoudige winst voor wit. De enige kans was 32…g5 33.Lxg5 Kg6 en zwart wacht een lange en moeizame verdediging.
    33.Txd7 Lxd7 34.Ke3 g5 Te laat.
    35.Lxg5 Kg6 36.Kd4 Le6 37.c3 37.Kc5? c3 38.b3 Lf5
    37…Kf5 38.g3 Kg4 39.Lf4 Kf3 40.a4 Ld7 41.Kxc4 Lxa4 42.b4 a6 43.Kc5 Ke4 44.c4 Ld7 45.b5 a5 46.Kd6

    1-0

    capwiel

    John van der Wiel.

    Jan Timman – André Schenk

    capr3timmscheDe hoofdvariant gaat aldus, vanuit de startstelling, verder met 16.e5 Pg4 17.exd6. Jan Timman week tegen André Schenk af met 17.Pe4 (zie de linkerdiagram). Ook een interessante zet. Het is dat 17.exd6 vrijwel geforceerd voordeel voor wit doet opleveren, anders heeft wit ook deze zet nog achter de hand om naar voordeel te zoeken.

    De partij boeide de toeschouwers zeer. De situatie leek een tijd onduidelijk, doch Timman had diep gerekend.

    Jan Timman – André Schenk
    (Commentaar van de redactie)

    1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 Pc6 8.Dd2 O-O 9.O-O-O Ld7 10.Lc4 Tc8 11.Lb3 Pe5 12.h4 h5 13.Lg5 Tc5 14.f4 Pc4 15.Dd3 b5 16.e5 Pg4 17.Pe4 Tc8 18.exd6 f6 19.Pc3 Een afwijking op Ljubojevic-Miles, ol Malta 1980, waarin zwart na 19.The1 snel in het voordeel kwam. Het idee is om de twee zwakke punten in de zwarte stelling, de pionnen op g6 en b5, onder schot te nemen.
    19…Pf2 De principiële zet. Op 19…Kh7 volgt sterk 20.f5 en op 19…fxg5 (maar dat heeft geen haast)
    20.Dxg6
    20.Dxg6
    capr3timmsche220…Le8?
    Een misrekening waarna zwart direct verloren staat, Zwart miste hier zijn kans via 20… De8:
    a) 20…De8 21.Dxe8 Tfxe8 (21… Lxe8 22.dxe7 Tf7 23.Pdxb5) 22.Pdxb5 fxg5 23.Pc7 e6 24.Lxc4 met wit voordeel.
    b) 20…De8 21.Dxe8 Tfxe8 22.Pdxb5 Pxh1 23.Pc7 Pf2 (23… e6 24.Lxc4) 24.Lxc4+ e6 25.Td2 Pg4 26.f5 met wit voordeel.
    c) 20…De8 21.Dxe8 Tfxe8 22.Pdxb5 Pxd1 23.Txd1 e6 24.f5 bv Pa5 (of 24… fxg5 25.Pc7) 25.Lxe6+ Lxe6 26.fxe6 Txe6 27.Lf4
    d) 20…De8 21.Dxe8 Tfxe8 22.Pdxb5 e6 23.f5 (Pc7 Pa5) met wit voordeel.
    e) 20…De8 21.Dxe8 Tfxe8 22.Pdxb5 Kh7 De beste zet. 23.Pxa7 23.Pc7 Pxb2 (23… Pxd6 -24.Pxe8 Txe8 25.Txd6) 24.Pxe8 Pbxd1 is nu voordelig voor zwart. Na Pxa7 heeft wit reële winstkansen; hij kan bijvoorbeeld altijd na fxg5 vijf pionnen voor een stuk krijgen en heeft een d-pion die op promoveren staat. Bv: 23…Pxb2 24.Kxb2 fxg5 25.Pxc8 Txc8 26.dxe7 Pxd1+ 27.Txd1 Lxc3+ 28.Kb1 Tc7 (Le8 Td8) 29.Lf7 Natuurlijk zijn de varianten hier zeer complex en zal het laatste woord hier nog niet over gezegd zijn, maar toch is het aan zwart een verbetering te vinden in dit variantencomplex.
    21.Dxg7+ Kxg7 22.Pe6+ Kg8 23.Pxd8 fxg5 23…Txd8 24.dxe7 Txd1+ 25.Pxd1
    24.dxe7 Txf4 25.Pd5 Pxd1 26.Pxf4 Pde3 27.hxg5 Tc7 28.Te1 Txe7 29.Lxc4+ bxc4 30.Pde6 Pg4 31.g3 Td7 32.Pc5 Td8 33.Pb7

    1-0

    Anthony Miles – Jan Veerman

    capmiles

    Tony Miles

    capr3mileveerMiles kon een glimlach moeilijk bedwingen toen hij Veerman diens openingszetten zag produceren. Veerman speelde na 16.e5 Pg4 17.exd6 de zet 17… Pf2, wat niet goed is. Na de volgende geforceerde zettenreeks 18. Df1 Pxd1 (18… Txg5 19.Dxf2 Tg4 20.Lxc4 bxc4 21.Pde2) 19.dxe7 Da5 20.exf8T Kxf8 21.Dxd1 Pxb2 22.Pe6 Lxe6 23.Dd6 Kg8 24.Dxc5 Lxb3 ontstond de linkerdiagram. Miles vermoeden bleek waar: Veerman kende een essentiële partij uit de laatste Informator niet, waardoor hij op identieke wijze in een verloren stelling werd gemanoeuvreerd.

    In de diagram linksboven kunnen 25.cxb3 Pd3 en 25.axb3 Lxc3 natuurlijk niet, en in Ernst – Hellers, Lugano 1986, volgde 25.Dc8 Kh7 26.cxb3 Lxc3 27.f5 Lg7 28.f6? (28.Kb1 en dan pas f6 wint) 28… Dxa2 en zwart wist in 56 zetten remise te maken.

    De tekstzet is een verbetering van Hellers op deze partij in Informator 41. Deze was kort voor het toernooi uitgekomen en Veerman had hem nog niet in gezien. Miles wel. Op zijn notatiebiljet viel na afloop te lezen: ‘By permission of Ernst-Hellers’.

    Na 25… Da6 26.Te1 Pa4 27.Pf6 Lxf6 28.Te8 Kh7 29.Df8 Lb2 30.Kd1 Lxc2 31.Ke1 Da5 32.Kf1 Ld3 33.Kg1 gaf zwart op.

     

    John Nunn – Jaap van der Tuuk

    capr3nunntuukJaap van der Tuuk speelde met zwart tegen John Nunn zeer terecht (vanuit de startstelling) na 16.e5 Pg4 17.exd6 de zet 17… Txg5 Nunn vervolgde met 18.hxg5, maar de kritieke zet is echter 18.fxg5, waarop na 18… Pf2 19.De2 Pxd1 20.Txd1 Pxd6 wit brutaal op b5 kan slaan, en na 21.Pcxb5 Pxb5 22.Pxb5 Lxb5 ontstaat de diagram links.

    De pointe van 18.fxg5 is dat wit nu 23.Lxf7 kan spelen. Na 23… Kxf7 24.Df3 Ke8 25.Txd8 Kxd8 26.Da8 Kc7 27.Dxa7 Kd6 28.Db6 Lc6 29.b4 werken de witte dame en drie vrijpionnen op de damevleugel beter samen dan de zwarte toren en twee lopers. Duidelijk voordeel voor wit dus, en feitelijk haalt deze mogelijkheid het zwarte fundament van de startstelling onderuit.

    Nunn – Van der Tuuk werd een partij die in de publieksruimte nauwkeurig gevolgd en geanalyseerd werd. Nunn kwam later nog een en ander expliqueren. Van der Tuuk verbeterde de theorie en kwam heel behoorlijk te staan.

    John Nunn – Jaap van der Tuuk
    (Commentaar van Jaap van der Tuuk)

    1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 Pc6 8.Dd2 O-O 9.Lc4 Ld7 10.O-O-O Tc8 11.Lb3 Pe5 12.h4 h5 13.Lg5 Tc5 14.f4 Pc4 15.Dd3 b5 16.e5 Pg4 17.exd6
    capr3nunntuuk217…Txg5 18.hxg5 Pf2 19.De2 Pxd1 20.Txd1 Pxd6 21.Dd3 Lg4
    Beter is 21…b4! 22.Pd5 a5 23.Da6 Kh8! met gelijk spel, Ulybin Sirov, USSR 1988. Nu komt wit beter te staan.
    22.Td2 Db8

    .

    .

    .

    .

    .

    capr3nunntuuk3Beide spelers hebben de partij Hellers – Romero, Groningen 1984-85, gevolgd en zwart was niet ontevreden over zijn stelling: de loper van de zwarte velden is tot grote activiteit gekomen, 21… Lg4 heeft de onderste rij verzwakt en 22… Db8 heeft door indirecte bedreiging van f4 pion b5 gedekt.
    23.Dxg6 Naar mijn mening zeer verdacht. Hellers speelde 23.Pd5 Db7 24.Pc3 Db8 Als Nunn deze zet gespeeld zou hebben, had Hellers op 25.Dxg6 gegokt, hoewel hij zeer goed begreep na 25…e6 26.Dd3 Pc4 27.Lxc4 bxc4 28.De4 28.Dxc4 Dxf4 is te gek. 28…Db6 met de bedoeling 29… Tb8 aan grote gevaren bloot te staan.
    23…Pc4 24.Lxc4 bxc4 25.De4 e6 Nu heeft wit een tempo meer dan in genoemde variant, maar met een dame op b6 zou wit nooit op het idee
    26.De3 zijn gekomen. De bedoeling is 27.Pe4 en c2-c3 en het onschadelijk maken van Lg7 via Pf6. In een latere partij Klovans-Ivanchuk, Tasjkent 1987, volgde zeer interessant: [26.Pc6 Db6 27.Pe5 Dg1+ 28.Pd1 c3 29.bxc3 en nu is het beste 29…Lxe5 30.Dxe5 Lxd1 31.Txd1 Dxg2 32.Dd4 Dg4 en wit staat iets beter (Klovans).
    26…Db6 Natuurlijk! Er dreigt stukwinst door 27… Td8 28.Pce2 Lxe2 of 28.Pcb5 a6 29.Pf5 Txd2 30.Dxb6 Td1 mat.
    27.Pe4
    capr3nunntuuk4Volgens plan. Op 27… Td8 volgt 28.Pf6.
    27…c3! Hierna begon Nunn langdurig met zijn hoofd te schudden. Na afloop vertelde hij me dat hij niet zag hoe hij remise kon vermijden! Ongetwijfeld Engelse humor, want zwart is de enige met winstkansen. Maar objectief gesproken had hij wel gelijk. Overigens had zwart hier de remise al kunnen binnenhalen: 27…Da6 28.Pc3 Db6
    28.Dxc3 28.bxc3 Tb8 of 28.Pxc3 Td8 is verloren.
    28…Da6 De pointe. Er dreigt mat door Df1.
    29.Td3 29.b3 Tc8 is helemaal onspeelbaar. Maar 29.b4 Df1+ (Tc8 Pc5; Dxa2 Pf6) 30.Kb2 Dxf4 31.Pf6+ Lxf6 (Kh8 Dd3 dwingt alsnog slaan op f6 af) 32.gxf6 Dxf6 is niet meer dan misschien een klein beetje beter voor zwart.
    29…Dxa2 Ook mogelijk is 29… Lf5, 30.Te3 kan dan niet wegens 30…Df1+ en het gaat heel hard.
    29…Lf5 30.De1! Aanbeveling van Nunn, want: 30…Dxa2 31.Ta3 Dd5 32.Pxf5 is beter voor wit.
    Ook na 29…Lf5 30.De1 Tc8 31.Pxf5 exf5 32.Pc3 staat wit beter.
    Maar 29…Lf5 30.De1 Lxe4 31.Dxe4 Dxa2 32.Ta3 Dc4 33.Te3 Da2 34.Ta3 leidt tot een gelijke stelling.
    30.Da3 Dd5 Ik dacht dat zwart hier beter stond, maar na …
    31.Pf6+ Lxf6 32.gxf6 … heb ik de kracht van de vooruitgeschoven f-pion toch onderschat.
    32…Dxg2 33.b3 Df1+ 34.Kb2 Dxf4 35.De7 Na deze geforceerde variant heeft wit een gevaarlijke pion op f6, en zwart een gevaarlijke vrijpion op de h-lijn. Wit dreigt echter zeer vervelend langs de zevende of achtste rij aan te vallen, maar kan dit niet doen zonder de eigen koning onbeheerd achter te laten. Een mooi voorbeeld van dynamisch gelijkspel.
    35…Tc8? De juiste weg was nu: 35…De5 waarna zwart na 37.Kb1 waarschijnlijk het beste kan berusten in de remisedriehoek De1-a5-e5. Na 37.Ka2 Dd5 of 37.Ka2 Tc8 38.Pc6 De2 kan zwart nog op winst spelen, hoewel het nog de vraag is hoe verstandig dat is.
    36.Pc6! Nu begon zwart op zijn beurt heftig met het hoofd te schudden. Er dreigt 37.Td7 en het paard is onkwetsbaar.
    36…h4 36…Tc7 37.Df8+! en dan te bedenken dat ik de toren net heb weggezet om die grap er uit te halen. Geen verdediging biedt 36…e5 (ontneemt schaakveld e5) 37.Pd8!
    of 36…Lf5 (bedoeling 38.Td7 Lg6) 37.Td8+ Txd8 38.Dxd8+ Kh7 39.Df8 waarna vluchtveld f5 geblokkeerd is en schaakveld f6 gemaskeerd.
    Ook met de dame naar g6 gaan heeft geen zin: 36…De4 37.Td7 Dg6 38.Td8+! Txd8 39.Pe5
    Er volgde nog:
    37.Td4 Dg5 38.Db4 Dxf6 39.Pe7+ Kh7 40.Pxc8 Zwart geeft op. Een wel zeer bittere pil!

    1-0

    capnunnbord

    John Nunn bij het analysebord in de publieksruimte.

Comments are closed.