• Réti – Euwe (1928)

    Posted on maart 8, 2016 by in bouwmeester

    De bibliotheek van het Max Euwe-centrum

    Hans Bouwmeester

    Wie van het Rijksmuseum naar het Max Euweplein wandelt komt onvermijdelijk over de Hein Donnerbrug. Die naamgeving heeft voor mij iets paradoxaals, want nergens heeft Donner, als voorganger in de eredienst van De Professionele Schaakkunstenaars, zo geschitterd als in de omgeving van dit plein. Die club van de jaren zeventig is helaas nooit goed van de grond gekomen. En juist Euwe was de man die, zoals dat heet, vaak over de brug moest komen, want in zijn tijd waren ook de grote schaakmeesters arm.

    euwealjechin1935

    Aljechin – Euwe, WK 1935

    Om het MEC te bereiken moet je een paar trappen op, maar dan vind je ook een schitterende ruimte die elke geaarde liefhebber de adem doet inhouden. Voor mij is de prachtige bibliotheek een onuitputtelijke bron van schoonheid en ik wil hierbij vermelden dat Fred Verbeek, geheel belangeloos, al duizenden uren heeft besteed om alles in kaart te brengen.

    Mijn oog valt op het toernooiboek van Bad Kissingen 1928. Op Aljechin na spelen daar alle grote meesters van die tijd. Op de eerste bladzijde vind ik de groepsfoto. Links bovenaan staat Euwe, met zijn 27 jaar veruit de jongste van het gezelschap en hij is de langste van allen. Het toernooi vindt in augustus plaats en Euwe heeft dus vakantie als leraar wiskunde van het meisjeslyceum in Amsterdam. Hij is op zijn 22e afgestudeerd, op zijn 25e gepromoveerd, getrouwd en inmiddels vader van twee kleine meisjes. Het beroepsschaak trekt hem niet, maar vrijwel al zijn vrije tijd besteedt hij aan het schaakspel. Het toernooi zal bewijzen dat hij tot de absolute wereldtop behoort.

    Op de foto staan tien andere deelnemers, allen keurig in het pak. Réti en Bogoljubow zijn twaalf jaar ouder dan Euwe en horen nog tot de jongeren. Tarrasch is 66, Mieses 63, Marshall 61 en dan komen de zogenaamde “hypermodernen” Tartakower, Spielmann, Nimzowitsch, Capablanca en Yates, die allen in de veertig zijn, evenals Rubinstein, die op de foto ontbreekt. Behalve Euwe hebben alle deelnemers reeds een min of meer grote staat van dienst. Favoriet is Capa, die zich na zijn match met Aljechin hoopt te rehabiliteren. Ongetwijfeld hoopt hij tevens op een revanchematch met deze gehate rivaal, maar deze hoop zal ijdel blijken. Wie geïnteresseerd is in deze zaken moet het boek van Edward Winter maar lezen. Tartakower heeft van het toernooiboek een meesterwerk gemaakt en het is eigenlijk merkwaardig dat dit zo weinig bekend is geworden.

    Bogoljubow neemt van het begin af aan de leiding en staat deze niet meer af. Met 8 uit 11 wint hij de eerste prijs. Capablanca en Euwe volgen hem lange tijd, Capa verslaat de leider zelfs in de 9e ronde vanuit een gelijkstaand eindspel, (dit inspireerde Lodewijk Prins destijds tot een diepgravende analyse; zie zijn C-boek) maar daarmee kan hij zijn nederlaag tegen Spielmann niet goedmaken. De Cubaan wint met 7 uit 11 de tweede prijs en met 6,5 moeten Euwe en Rubinstein de derde en vierde prijs delen. Nimzowitsch wordt vijfde en Réti zesde.

    Het boek vermeldt als eerste prijs een bedrag van twaalfhonderd Rijksmark. Naar onze tijd verplaatst zou dat twaalfduizend Euro kunnen zijn. Wie het beter weet mag het zeggen.

    euwe1960

    Max Euwe, 1901-1981.

    De partijen van Max Euwe in dit toernooi mogen gezien worden. Max Euwe wint op voortreffelijke wijze van Réti, Marshall en Mieses. Hij weerlegt een domme openingsfout van Rubinstein en wikkelt keurig af. Op studienhafte wijze redt hij een moeilijk eindspel tegen Capablanca. Het respect van zijn collega’s is groot. Daar doet ook zijn ongelukkige nederlaag tegen Yates door een concentratiefout in de hoogste tijdnood niets aan af.

    Bijna veertig jaar later schrijft Euwe over deze partij het volgende:

    “In de voorlaatste ronde moest ik spelen met Yates, die bijna onderaan stond. Met een overwinning zou ik een eerste of tweede prijs kunnen behalen voor Capablanca, een voor mij vooral in die tijd ongekend succes. Ik had wit en was vol goede hoop. Ongelukkigerwijs had ik voor het begin van die partij opgemerkt dat mijn tegenstander enkele glaasjes ophad. Dit was voor mij aanleiding hem te onderschatten. Ik speelde wat onverschillig in de verwachting dat mijn tegenstander toch wel de een of andere grove fout zou maken. Het tegendeel geschiedde; Yates speelde sterk en vindingrijk. Ik verloor en werd gedeelde derde in het toernooi.”

    reti2Euwes overwinning op Réti is ten onrechte weinig bekend geworden. Het boek van Münninghof geeft slechts summiere informatie. Ik benut de aantekeningen van Tartakower in het toernooiboek.

    Richard Réti, hier links in beeld, was geboren op 1889, en stierf in 1929 op veertigjarige leeftijd. De wedstrijd tussen Euwe en Réti werd aldus een jaar voor de dood van Réti gespeeld.

    .

    .

    R. Réti – M. Euwe
    Bad Kissingen, 1928

    1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.g3 d5 4.cxd5 Pxd5 5.e4 Pb6 6.Lg2 Lg7 7.Pe2 Lg4 Tegenwoordig is 7… 0-0 of 7… Pc6 gebruikelijker. De theorie was in die dagen nog niet zo ver ontwikkeld als nu.
    8.f3 Het boek van Suetin geeft een partij Geller-Boleslavski, USSR 1949, waarin wit met: 8.d5 c6 9.h3 Ld7 10.O-O O-O 11.Pbc3 enig voordeel wist te bereiken.
    8…Ld7 9.Pbc3 Dc8 De hoofdvijand (Lg2) moet sterven, aldus Tartakower.
    10.O-O Hij laat hem maar komen. 10.h3 of 10.Pf4 Pc6 11.d5 Pe5 zien er zeker niet sterker uit.
    10…Lh3 11.Le3 Lxg2 12.Kxg2 O-O 13.Dc1 Logischer lijkt 13.Db3 gevolgd door 14.Tac1.
    13…Td8 Hij wil in elk geval zijn sterke loper behouden. Overigens waren ook 13… P8d7 of 13… Pc4 goede alternatieven.
    14.d5 c6 15.Lxb6 axb6 16.De3 Dus dit was zijn bedoeling bij de 13e zet. Zwarts taak is nu niet eenvoudig, omdat de witte torens met kracht naar de centrale velden dreigen te komen. Euwe vindt een opmerkelijke verdediging.
    16…cxd5 17.Pxd5 Dc5 Berust op de grote kracht van Lg7: 17…Dc5 18.Dxc5 bxc5 19.Pxe7+ Kf8 20.Pd5 Lxb2 is slecht voor wit. Maar de combinatie gaat verder.
    18.Db3 Pc6 19.Tac1 De b-pion was onkwetsbaar:
    – 19.Pxb6? Pa5
    – 19.Dxb6 Txd5!
    19…Da5
    diaretieuwe1
    Réti dacht in deze positie lang na. Het is duidelijk dat
    – 19…Da5 20.Dxb6 Txd5! niet gaat en dat
    – 19…Da5 20.Pxb6 Dxa2 gunstig is voor zwart. Ongetwijfeld zal hij zich lang bezig hebben gehouden met
    – 19…Da5 20.Txc6?! Txd5! 21.exd5! bxc6 22.dxc6 Dd2! 23.Tf2 Dxb2 24.Dxb2 Lxb2 25.Pf4 La3 26.Pd5 Tc8 27.c7 Ld6 en geen van beiden kan op winst spelen. Het is aannemelijk dat beide spelers deze tamelijk geforceerde variant gezien hebben.
    20.a3 Réti kan de hoop op winst tegen zijn vroegere leerling (Euwe beschouwde Maroczy en Réti als zijn grote leermeesters) kennelijk nog niet laten varen. Daarbij zij aangetekend dat hij in Pystian 1922 van Euwe verloren had en dat hij in Maehrisch Ostrau 1923 niet verder gekomen was dan remise.
    20…e6 21.Pdc3 Zoals gemakkelijk valt in te zien faalt 21.Pxb6 Td2
    21…Td2 22.Tf2 Tad8 23.Tc2 T2d3 Nog overtuigender was 23… T8d3. Zie de volgende aantekening.
    24.Db5 Td2 Als wit nu met 25.Db3 voortzet ontstaat dezelfde positie als na de 23e zet van wit. Tartakower houdt zich daarna uitvoerig bezig met: 24…Td2 25.Db3 T8d3 Hij acht daarna 26.Txd2 (26.Pc1? Pd4 of 26.Tc1? Txe2! 27.Txe2 Pd4 28.Dc4 Pxe2 29.Dc8+ Lf8 30.Pxe2 Dd2 31.Tc2 De3 met winnende aanval voor zwart) het beste en geeft dan 26…Txd2 27.Pf4 Txf2+ 28.Kxf2 Dc5+ 29.Kg2 De3 en de dreiging 30… Dxf3+ is lastig voor wit. Ongetwijfeld heeft zwart voortreffelijke winstkansen.
    25.Dxa5 bxa5 26.Txd2 Txd2 27.Pc1 Lxc3 28.bxc3 Td1 29.Tf1 Vermoedelijk was 29.Tc2 sterker geweest. Op 29… Pe5 kan 30.c4 volgen. Na 29.Tc2 Pe5 30.c4 Zwart heeft zeker goede kansen, maar de winst is niet gemakkelijk aan te tonen. Tartakower gaat op deze kwestie niet in.
    29…Td7 30.Tf2 Beschermt de tweede rij; 30.Pb3 Td3 31.Tc1 h6 lijkt gunstig voor zwart.
    30…Pe5 De tijdcontrole is gehaald. Men speelde in die jaren meestal 30 zetten in twee uur en daarna 15 zetten per uur. In Bad Kissingen begon het spel om 9 uur des morgens, om 1 uur werd afgebroken en daarna volgde van half vier tot half acht de rest. Voor de 30e zet kon men geen remise overeenkomen. Dat kon alleen wanneer driemaal dezelfde stelling werd bereikt. Er waren dagen voor eventuele afgebroken partijen. Dat waren me nog eens tijden!
    31.Pb3 Pc4 32.f4 Td3
    diaretieuwe2Beide spelers zullen de stelling in de middagpauze geanalyseerd hebben. Wit moet weldra een pion verliezen.
    33.Pc5 Of 33.Tf3 Txf3 34.Kxf3 a4 35.Pc5 b5 en de zwarte a-pion zal de beslissing brengen.
    33…Txc3 34.Pxb7 Txa3 35.Kh3 Tb3 36.Tc2 Nu komt hij in een totaal verloren toreneindspel terecht. Een redding was er in geen geval. De rest is eenvoudig.
    36…Txb7 37.Txc4 Ta7 38.Ta4 Kf8 39.Kg4 Ke7 40.e5 Kd7 41.Kg5 h5 42.Tc4 a4 43.Kf6 a3 44.Tc1 a2 45.Ta1 Kc6 en na nog negen zinloze zetten gaf wit op.

    1 – 0

    .

    badkissingen1928

    De deelnemers aan Bad Kissingen 1928. Zittend van links naar rechts: Nimzowitsch, Capablanca, Tarrasch, Marshall. Staand van links naar rechts: Euwe, Yates, Tartakower, Spielmann, Réti, Mieses, Bogoljubow.

Comments are closed.