• Pillsbury – Lasker (1896)

    Posted on februari 29, 2016 by in bouwmeester

    Mijn grote voorgangers

    Hans Bouwmeester

    Er worden schaakpartijen gespeeld die richtingbepalend zijn voor de geschiedenis van het spel. Dat zijn meestal gevechten op hoog niveau, niet altijd foutloos, maar met hoogtepunten op strategisch en taktisch gebied. Het is dan soms of spel, kunst en wetenschap elkaar naderen en samensmelten tot een fascinerend geheel. Soms maken zulke partijen ook slachtoffers. Dat zijn dan de verliezers, die alles ingezet en gegeven hebben en desondanks geen bevredigend resultaat bereiken. Men moet geestelijk sterk zijn om een dergelijke slag te boven te komen.

    De schaakgeschiedenis kent vele voorbeelden.

    Na negen ronden in St. Petersburg 1895/96 staat Pillsbury met 6,5 aan de leiding en Lasker volgt hem op een vol punt afstand. Ongetwijfeld is de Amerikaan geladen en vol goede moed, want hij heeft tegen Lasker in hetzelfde toernooi al 2,5 uit 3 gescoord en een volgende overwinning op de wereldkampioen kan zijn positie vrijwel onaantastbaar maken. Zie wat er gebeurt…

    Pillsbury  lasker6

    .

    .

    .

    .

    .

    .

    .

    Links Pillsbury, rechts Lasker.

    H.N. Pillsbury – E. Lasker
    St. Petersburg 1896

    1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 Pf6 4.Pf3 c5 5.Lg5 Meer gebruikelijk is tegenwoordig 5.cxd5.
    5…cxd4 6.Dxd4 Na 6.Pxd4 is 6… e5 goed voor zwart.
    6…Pc6 Dit is niet zonder gevaar; veiliger is 6… Le7 met ongeveer gelijke kansen.
    7.Dh4? Zoals Pillsbury later aan de weet kwam, is 7.Lxf6! de aangewezen zet. Hij analyseerde deze zet uitvoerig en kreeg zijn kans ruim acht jaar later, wederom tegen Lasker, in Cambridge Springs 1904. Die partij werd Pillsbury’s laatste belangrijke succes.
    7…Le7 Deze positie had een voorganger: 7…d4 8.O-O-O e5 9.e3 Lc5 10.exd4 exd4 11.Pd5 met voordeel voor wit; Blackburne – Showalter, New York 1889. Pillsbury zal deze partij ongetwijfeld hebben gekend. De zet van Lasker is aanzienlijk sterker.
    diabouwpilllask18.O-O-O Kasparov, die in “My great predecessors” aan de partij een grondig onderzoek wijdt, vindt deze methode een riskant idee. Hij geeft: 8.e3 Db6 9.Tb1 h6 10.Ld3 dxc4 11.Lxc4 O-O als goed voor zwart omdat 12.Lxh6 gxh6 13.Dxh6 Dc5 slecht is voor wit. Het meest solide vindt hij 8.cxd5 exd5 9.Td1
    8…Da5 9.e3 In een latere simultaanpartij van Lasker met wit volgde: 9.cxd5 exd5 10.e3 Le6 11.Pd4 Tc8 12.Kb1 h6 13.Pxe6 fxe6 14.Dh3 Kf7 15.Lf4 en nu was 15…Pb4! 16.a3 Txc3 zeer sterk geweest, aldus Kasparov.
    9…Ld7 Hierop geeft Kasparov geen commentaar. Misschien was direct 9… h6 nog sterker geweest.
    10.Kb1 h6! Met de dreiging 11… Tg8!
    11.cxd5 exd5 12.Pd4 O-O 13.Lxf6 Gedwongen, want na: 13.Lxh6 gxh6 14.Dxh6 Pe4 heeft de witte actie geen kans van slagen.
    13…Lxf6 14.Dh5 Pxd4 15.exd4 Le6! Gezien het vervolg moet Lasker de stelling reeds hier scherp hebben doorgerekend, anders had hij wel 15… Lc6 gespeeld.
    16.f4 Minder goed was 16.Pe4 Lxd4! Maar 16.Lc4 Tfd8 17.Lb3 Tac8 18.Df3 kon in aanmerking komen. Maar Pillsbury hoopt op aanval en daar heeft Lasker zijn berekeningen op gebaseerd.
    16…Tac8 17.f5 Hij onderschat het komende kwaliteitsoffer, anders had hij wel 17.Df3 gespeeld.
    diabouwpilllask217…Txc3! Dat was zijn bedoeling. Wit staat nu voor een moeilijke keuze.
    18.fxe6 Fine en Reinfeld geven in “dr. Lasker’s Chess Career” 18.bxc3 Dxc3 19.Df3! Db4+ 20.Db3 Lxf5+ 21.Ld3 Dxb3+ 22.axb3 Lg4 23.Td2 Lxd4 24.Lc2 Lf6 25.Txd5 maar dat vindt Kasparov na 25…Tc8 26.Lf5 minder duidelijk.
    Kasparov onderzoekt 18.bxc3 Dxc3 19.Df3! Dxf3 20.gxf3 Lxf5+ 21.Ld3 Lh3 en denkt dat Pillsbury dit eindspel als minder gunstig inschatte.
    I.p.v. 18… Dxc3 geeft Kasparov 18.bxc3 Ld7!! en merkt op dat zwart na 19.Df3 Tc8 een beslissende aanval in handen heeft bijv.
    – 18.bxc3 Ld7 19.Df3 Tc8 20.Tc1 Lxd4 21.cxd4 Lxf5+ 22.Dxf5 Db4+
    – 18.bxc3 Ld7 19.Df3 Tc8 20.Kb2 Lxf5 21.Le2 Le4 22.Dh3 Tc6
    – 18.bxc3 Ld7 19.Df3 Tc8 20.Td3 Lb5 21.Te3 Lxd4 22.Lxb5 22.cxd4 Db4+ 23.Tb3 De1+
    22…Dxb5+ 23.Ka1 Lxe3 24.Dxe3 Dc4 25.Kb2 Tc6 Het is goed mogelijk dat de computer bij deze analyse een belangrijke steun is geweest. De conclusie is derhalve dat Pillsbury’s antwoord (18.fxe6) het juiste is.
    diabouwpilllask318…Ta3!! Zeer verrassend en zeer moeilijk vooruit te zien. Wederom staat wit voor een moeilijke beslissing.
    19.exf7+? Dit acht Kasparov de beslissende fout, omdat hierna de e-lijn open komt. Hoe belangrijk dit is, was voor het bord heel moeilijk in te zien, maar het blijkt uit de volgende analyse. Minder goed lijkt ook 19.e7 Te8! 20.bxa3 Db6+ 21.Ka1 Lxd4+ 22.Txd4 Dxd4+ 23.Kb1 Txe7 24.Lb5 De4+ 25.Kb2 a6! en wit heeft geen verdediging.
    19.e7 Te8 20.bxa3 Db6+ 21.Kc2 Tc8+ 22.Kd2 Lxd4 en wederom heeft wit geen verdediging.
    Wit had 19. bxa3! moeten doen. 19.bxa3 Er kan volgen: 19…Db6+ 20.Kc2! Tc8+ 21.Kd2 Dxd4+ 22.Ke1 (22.Ld3? Tc2+!!) 22…Dc3+ 23.Td2 (23.Ke2 Dc2+ 24.Td2 De4+ =) 23…De3+ 24.Kd1 Lb2 25.Dxf7+ Kh8 26.Lc4! Txc4 27.Df8+ remise.
    19…Txf7 20.bxa3 Db6+ 21.Lb5! Dit is dus de verdediging waarop Pillsbury heeft vertrouwd. 21.Kc2 Tc7+ 22.Kd2 Dxd4+ 23.Ke1! Dc3+! 24.Td2 Te7+! Ziehier het verschil met de bovenstaande varianten.
    25.Le2 Lg5 en wit is verloren.
    21…Dxb5+ 22.Ka1 Tc7? Ongetwijfeld hebben de verwikkelingen beide spelers veel tijd gekost. Deze torenmanoeuvre is verleidelijk omdat er met 23… Tc1+ een mat dreigt. Had Lasker meer tijd gehad dan was 22…Dc4 hem niet ontgaan. 23.Dg4 Te7 24.The1 Txe1 (beter dan het door Kasparov aangegeven 24… Lxd4+) 25.Txe1 Dc3+
    23.Td2! Tc4 24.Thd1? Wat zou er in de schaakwereld anders gegaan zijn als Pillsbury op dit moment 24.Te1 had gevonden? 24…Txd4? 25.Te8+ Kh7 26.Df5+ g6 27.Dxf6 Dxe8 28.Dxd4 en wit wint! Maar Kasparov geeft: 24.Te1 Da5! 25.Te8+ Kh7 26.Df5+ g6 27.Te7+! Lxe7 28.Df7+ remise.
    diabouwpilllask424…Tc3? Twee grote meesters in tijdnood. Het schaakspel is onder bepaalde omstandigheden te moeilijk voor de mens! Juist was 24…Dc6! 25.Kb1 Lg5 26.De2 Lxd2 27.Dxd2 Dd6! en zwart wint, aldus Kasparov. Dat is misschien waar, maar hij heeft nog een stevig technisch karwei voor de boeg.
    25.Df5 Alsnog was 25.Te1 mogelijk.
    25…Dc4 26.Kb2? Ziet de volgende combinatie over het hoofd. Hij had 26.Kb1! moeten doen, waarna zwart het niet gemakkelijk heeft. 26.Kb1! Txa3 27.Tc1! Db5+ 28.Ka1 Da5 29.Tc8+ Kf7 30.Tb2 en de aanval is op wit overgegaan.(Kasparov)
    26…Txa3! Ten tweede male verschijnt er een toren op a3!
    27.De6+ Kh7 Kasparov geeft deze zet een vraagteken en zegt dat 27… Kh8 wint; bijv. 27…Kh8 28.De8+ (28.Kb1 Lxd4) 28…Kh7 29.Kb1 (29.Kxa3 Dc3+ 30.Ka4 a6!) 29…Lxd4 30.De2 Db4+ 31.Tb2 Lxb2 32.Dxb2 De4+ 33.Kc1 Ta4 en zwart wint het eindspel.
    diabouwpilllask528.Kxa3? Nu is het vreselijke duel meteen uit. Kasparov meent dat 28.Kb1 Lxd4! 29.Df5+ g6 30.Dd7+ Lg7 ook verliest. Maar dat 28.Df5+ Kh8 29.Kb1! remise maakt. Nu gaat 29… Lxd4 niet wegens 30.Df8+! en 31.Dxa3 29…Txa2! 30.Txa2 Db3+ 31.Kc1 Lg5+ 32.Tad2 Dc3+ 33.Dc2 Da1+ is remise.
    De vergissing is vermoedelijk, dat de computer niet meeneemt dat na 28.Df5+ ook 28… Kg8! mogelijk is. 28.Df5+ Kg8! De wending met 29.Kb1 Lxd4 gaat dan weer op, omdat het schaak op f8 ontbreekt. Speelt wit na 28… Kg8 weer 29.De6+ dan kan zwart alsnog tot 29… Kh8! besluiten. 29.De6+ Kh8!
    28…Dc3+ 29.Ka4 b5+ 30.Kxb5 Dc4+ 31.Ka5 Ld8+ en mat!

    0-1

    steinitz2“Het loopt met mijn oude krachten op z’n eind”, zo schreef Steinitz (links in beeld) eens aan zijn biograaf Ludwig Bachmann. In gedachten zie ik hem zitten; met de witte stukken bestrijdt hij de jonge Pillsbury, die met hem een leeftijdsverschil heeft van 36 jaar. Steinitz ziet er kwetsbaar uit. Hij heeft nog slechts één oog ter beschikking en als hij opstaat moeten twee krukken hem steunen bij het voortgaan. Toch straalt er een zekere felheid van hem uit. Soms speelt hij als in zijn beste jaren; hij hoort stelling nog tot de wereldtop en de jonge mensen hebben groot respect voor de enorme inzet, die hij in elke partij toont.

    Steinitz overleed in de zomer van 1900, op 66-jarige leeftijd, zijn gezin in kommervolle omstandigheden achterlatend. Lasker heeft met veel respect over zijn voorganger geschreven. “Ik, die zijn overwinnaar was, moet het onrecht wreken dat hem is aangedaan.”

    Pillsbury stierf jong; hij ging ten onder aan de infectie, die hij in St Petersburg had opgelopen. Hij versloeg Lasker in Neurenberg en in Cambridge Spring 1904 in indrukwekkende partijen. Ook bleek hij een fenomenaal blindspeler. Zijn succes van Hastings 1895 heeft hij helaas nooit kunnen herhalen. Hij stierf in 1906 op 34-jarige leeftijd.

    Eindstand

    1. Lasker, 11
    2. Steinitz, 9,5
    3. Pillsbury, 8
    4. Tsjigorin, 7

    De bronnen vermelden een puntengeld van 80 mark voor een gewonnen partij, 40 voor een remise en 20 voor een verliespartij. Prijzen waren 1000, 600, 400 en 200 mark.

Comments are closed.