• Multatuli

    Posted on februari 24, 2016 by in 1800 - 1918

    Eduard Douwes Dekker (1820 – 1887)

    Robert Beekman

    De relatie tussen Schaakclub Utrecht en Multatuli is broos. Op Wikipedia werd beweerd dat Multatuli lid is geweest van SCU. Die bewering was hoogst discutabel: hij is niet terug te vinden op één of andere ledenlijst. Multatuli was daarom hoogstwaarschijnlijk geen lid van SCU of de Utrechtsche Schaakvereeniging; twee lieden waarmee hij correspondeerde wel. Toch een artikel over Multatuli: omdat zijn naam iets zegt over de tijdgeest waarin Schaakclub Utrecht ontstaan is. Hoe broos de relatie ook moge zijn; de invloed van Multatuli op het Schaakclub Utrecht van de negentiende eeuw is des te sterker.

    multatuliMultatuli, links in beeld, is een icoon van een tijdperk. Een tijdperk van opstand en pleidooi voor rechtvaardigheid. Honger en crisis heersten in Europa. In Polen was in 1846 de revolutie van Krakau, waarbij het volk in opstand kwam tegen de Oostenrijkse overheersing. In 1848 was er een revolutie in Frankrijk, waarbij het volk de monarchie omverwierp en de tweede Republiek uitgeroepen werd. In de Duitse revolutie van 1848 vochten de communisten gezamenlijk met de bourgeoisie tegen de absolute monarchie. In Italië vochten de vrijheidsstrijders van Garibaldi voor democratie en eenheid. Tegelijkertijd waren er opstanden in Wenen, Boedapest en Praag. In Rusland resulteerde een en ander in de beëindiging van het slavernij aldaar (1861). Tussen 1861 en 1865 werd de Amerikaanse burgeroorlog uitgevochten, met eveneens als inzet bevrijding van de slavernij. In 1871 heerste de Commune van Parijs over de Franse hoofdstad, in opstand tegen de heersende klasse.

    En in 1860 publiceerde Eduard Douwes Dekker onder het pseudoniem Multatuli Max Havelaar.

    Eduard Douwes Dekker was op dat moment net teruggekeerd naar Nederland, wat onder andere resulteerde in een botsing met de Tweede Kamer; een j’accuse avant la lettre. Multatuli’s aanklacht tegen de onderdrukking in Indonesië vond nationale weerklank. Er was namelijk iets bijzonders met het boek Max Havelaar. Multatuli zei niet: de mensen in Indonesië lijden. Want, ach ja, gut, daar zijn er wel meer van op de wereld. Multatuli zei: de mensen in Indonesië lijden, en ik lijd daaronder. Aldus Henriette Roland Holst. De tekst werd daarmee een persoonlijke getuigenis en schreeuw om rechtvaardigheid. Prompt werd het vertaald in vele landen, geheel passend in de tijdgeest: de revolutionaire golf die door Europa waarde.

    Arbeiders en vrouwen

    Multatuli was inspirator voor de emancipatiestrijd van arbeiders en vrouwen in Nederland. Ook Schaakclub Utrecht stond onder deze opstandige invloed. Meerdere momenten in de geschiedenis van Schaakclub Utrecht laten iets van deze rebellie zien, met als hoogtepunt het geschil met de Nederlandsche Schaakbond in 1906. Hoe lossen we dat op? Geen probleem. We richten gewoon een eigen nationale schaakbond op.

    26 december 1888, een jaar na Multatuli’s dood, richt Schaakclub Utrecht de Schaakvereeniging voor Werklieden op. E.L. Olland, de broer van viervoudig Nederlands kampioen Adolf Georg Olland die een zo centrale positie in Schaakclub Utrecht heeft ingenomen, en P.A. Wennekendonk, waren voorzitter en secretaris. Het initiatief is redelijk succesvol. Hoe succesvol blijkt uit een artikel in de Deutsche Schachzeitung, 1889: daar wordt gesproken over het onwaarschijnlijke aantal van driehonderd leden. Sleutel in de succesformule is het zo laag mogelijk houden van de contributie: 50 cent per jaar. Het voortbestaan was mede mogelijk doordat honderd van de driehonderd leden donateurs waren. Wederom een onwaarschijnlijk aantal. Die donateurs kwamen allen niet uit de arbeidersklasse, maar vonden het kennelijk wel belangrijk op hun manier een bijdrage te leveren. Later, ergens rond 1900 – 1910, ging deze vereniging ter ziele, en zou het restant deels weer opgaan in Schaakclub Utrecht. Ondertussen wordt in Den Haag het bestuur van DD voorgesteld iets vergelijkbaars te organiseren, gelet op het succes van Utrecht.

    In Utrecht wordt in 1897 de damesschaakclub met actieve steun van de Schaakclub Utrecht in het leven geroepen. Diverse familierelaties kunnen ook hier getraceerd worden: Ollands vrouw is secretaris geweest van de damesschaakclub. In 1900 was de voorzitster mej. J.J. van Rennes; zij was de dochter van een belangrijk Utrecht-lid: D.W. van Rennes, die ook bij de oprichting van de Utrechtsche Schaakvereeniging en Schaakclub Utrecht aanwezig was. Ook hier is sprake van een opvallend initiatief.

    Multatuli en het schaken

    Wat betreft schaken praten we bij Multatuli over de periode 1874 tot 1887. In 1874 beleefde Eduard Douwes Dekker (de eigenaar van het pseudoniem Multatuli) een belangrijk sleuteljaar: zijn eerste vrouw Tine overleed, hij trouwde met zijn tweede vrouw Mimi, hij stopte met schrijven, werd lid van de Nederlandsche Schaakbond en stortte zich op het schaken. De Utrechtsche Schaakvereeniging bestond op dat moment drie jaar (opgericht in 1871). In die laatste periode van zijn leven, waarin het schaken zo prominent aanwezig was, overheerste teleurstelling en de verzoening met het voortbestaan van onrecht. “Als het leven een schaakpartij was, gaf ik ’t op”, schreef hij aan een trouwe vriend. In 1887 overleed hij, op 67-jarige leeftijd.

    Het gewone schaak beviel Douwes Dekker niet. Schakers verhalen dat hij, als hij verloor, de stukken bijna door elkaar gooit. Zijn voorliefde ging naar correspondentieschaak. En wel vanuit Duitsland, waar hij vanaf 1869 tot aan zijn dood woonde (Mimi, zijn tweede vrouw, was Duitse). Aan Marie Berdenis van Berlekom schrijft Eduard Douwes Dekker op 4 augustus 1886 het volgende:

    Verbeeld je meid, als een der middelen die ik noodig heb tegen myn kwaaltjes – ik heb er zoo eenige! – gebruik ik ’t schaken. Daar heb ik nu maar eventjes vyf partyen te-gelyk aan de hand, of eigenlyk vier, want één heb ik al glorieus gewonnen. Het gaat namelyk per correspondentie, drie te Amsterdam en twee te Utrecht. Elken morgen by m’n ontbytje, als ik nog niet spreken kan, weet ge? – bedenk ik m’n zet. Dat is my ’n groot genoegen. Nu moet je weten dat ik volstrekt geen sterke speler ben uit de hand. Maar by correspondentie kan ik door geduld aanvullen wat me aan geniïgheid mankeert.

    Auke Gorter

    De eerste van de twee schakers uit Utrecht was Auke Gorter, bij wie hij logeerde als hij door Nederland toerde om lezingen te geven. Gorter is tevens een van de mensen die Multatuli financieel ondersteunde. Hij was arts; en Multatuli roemde zijn medische kennis en kunde. Aan Auke Gorter heeft Douwes Dekker, vlak voor zijn dood, tevens zijn laatste correspondentiezet gericht. Een aantal dagen voor zijn dood schrijft Douwes Dekker:

    Herrn Dr. A. Gorter
    Hamburgerstraat 41
    Wel, beste kerel, ik was bly uw hand te zien, en zoo mooi geschreven! Dat belooft veel goeds? Och, ik hoop zoo hartelyk dat ge heelemaal beter wordt. Gods vinger is duidelyk in dit alles. Hy sloeg u met die kwaal om u praktisch onderricht te geven in ’t genezen van anderen. Wat de schaakparty aangaat, ook ik brand van strydlust. M’n allervriendschappelykst plan is u te verpletteren. Om te beginnen.
    (1.e2-e4 e7-e5)
    2.Sg1-f3 … Sb8-c6
    Dat je nu nog niet verpletterd bent, weet ik wel, maar dat komt ’n beetje later.
    Zeg, als ge u te pynlyk voelt laat dan toch alsjebl. de party wachten.

    Multatuli’s zorgen over de gezondheid van Gorter toont hij op een moment dat zijn eigen gezondheid ook te wensen overlaat. Twee dagen later ontvangt hij het antwoord van Auke Gorter: 3.Lf1-c4. Woensdagmiddag 12 uur schrijft hij het antwoord op: 3… Lf8-c5. Veertien uur later overlijdt hij.

    Hendrik Clemens Muller

    mullerDe tweede schaker uit Utrecht was Hendrik Clemens Muller, links in beeld, die ten tijde van de correspondentie met Multatuli in Amsterdam woonde en pas later naar Utrecht verhuisde. Wanneer dat was, kan ik niet precies achterhalen. Wel heb ik een brief van hem gevonden aan Schaakclub Utrecht waarin hij zich aanmeldt als lid van Schaakclub Utrecht. Die brief dateert uit het jaar 1904.

    Ergens halverwege een partij met Muller bekoelde hun verstandhouding. Multatuli schrijft: Waarde heer Muller, uw toon beviel mij niet. Dit heeft niet met de schaakpartij te maken, zult ge zeggen. Wel met de gehele aanraking. Laat ons die liever afbreken. Voor kibbelen acht ik me te goed. Na groete en sans rancune, tt. Douwes Dekker. Muller was namelijk socialist, en, net als vele anderen in de linkse hoek, groot bewonderaar van Multatuli.

    Maar Multatuli moest daar niets van hebben. In een van zijn brieven aan Muller schrijft hij: Toen God de wereld geschapen, en aan Adam gevraagd had: “is er nu misschien nog iets waarmee ik je plezieren kan” antwoordde de slimmert: “hm, ja, ’n onhandig vyandje zou me wel schikken.” En ’t geschiedde alzoo. De Heer – goedig als altyd – schiep de Socialisten. En in een brief aan Vosmaer, d.d. september 1886 (dezelfde periode als de correspondentiepartijen met Gorter en Muller): Domela Nieuwenhuis is tweemalen hier geweest, eens twee jaar geleden, eens onlangs. Hy is ’n zeer beminnelyk mensch, en ’t kost moeite hem te zeggen dat men z’n stelsel voor onzin houdt. Toch heb ik dit gedaan, natuurlijk. Hy mocht niet in den waan verkeeren dat ik ’t met hem eens was. Wel deel ik zijn ontevredenheid met de bestaande toestanden.

    Hoezeer hij ook voorvechter was van de onderdrukten en zijn ontevredenheid daarover ook op papier zette, hoezeer hij ook invloed heeft uitgeoefend op Nederland, de arbeidersbeweging en ook Schaakclub Utrecht, hij kon zich, na zijn ervaringen in Indonesië, simpelweg niet voorstellen dat de overheid ook een positieve invloed op de samenleving kon hebben. En de socialisten willen, ik citeer nu Multatuli, de Staat almachtig maken, terwijl hij ‘dit noodzakelijk kwaad’ zoveel mogelijk wil inperken.

    P.H. Ritter sr

    Dan is er nog een derde schaker waarmee Multatuli correspondeerde, namelijk P.H. Ritter sr (1851-1912). Die woonde op Maliebaan 49 te Utrecht. Ritter was ten tijde v an de correspondentie met Multatuli een remonstrantse predikant. Later werd hij hoofdredacteur van de Nederlandse krant ‘Nieuws van den Dag’, om uiteindelijk professor in de filosofie aan de Universiteit van Utrecht te worden. Op 15 oktober 1906 vond de benoeming plaats tot Gewoon hoogleraar in de geschiedenis der wijsbegeerte, de logica, de metaphysica, en de zielkunde aan de faculteit Letteren en wijsbegeerte te Utrecht.

    Zijn mooiste schaakpartij

    Hij speelde niet slecht, Multatuli. Met name als hij zwaar onder druk gezet werd en het underdog-instinct weer in hem boven kwam. W.A.T. Schelfhout, in de Telegraaf, 1937, vertelt hoe hij Lasker een partij liet zien van Multatuli, waarop de wereldkampioen een oordeel over diens speelstijl -en ook persoonlijkheid- gaf: Dr Emanuel Lasker zeide mij eens: ‘Laat eens een paar partijen van dien man zien en ik zal U zeggen wie hij is.’ En hij teekende hem ten voeten uit: ‘Een rustelooze geest, met een overborrelende phantasie, een vechtjas, een held in den aanval, maar een slecht verdediger.’

    Hieronder kunt u zijn mooiste partij naspelen. Gelardeerd met het originele commentaar dat zijn tegenspeler in dezelfde brieven met de zetten naar hem toestuurt. Zijn tegenstander was de in die tijd alom bekende schaker en historicus Antonius van der Linde. Van der Linde kwam heel goed uit de opening (16.e5, gevolgd door Da4 en Lg5 was veelbelovend), maar een kleine onnauwkeurigheid deed het tij keren. N.B.: het Nederlands wordt regelmatig afgewisseld met het Duits; op zich niet onbegrijpelijk, gelet op het feit dat beiden hun laatste jaren in Duitsland sleten.

    Antonius van der Linde – Eduard Douwes Dekker
    Correpondentieschaakpartij, voorjaar 1875.
    [Commentaar uit de correspondentiebrieven van Antonius van der Linde, die vergezeld gingen met de zetten.]

    Januari 1875. Amice, daar ik aanstonds mijn priester (prof. Kraus) van den trein ga halen, bericht ik vooraf de goede ontvangst van:
    1.e4 e5 Nr. 2 volgt als er animo is. “Wat ik van U denk?” dat de Vorstenschoolepizode U te gronde richt. Ik schrijf het zuchtend. Grüssen von Haus zu Haus. Zondagmiddag.
    2.Pc3 Amice, tegen zooveel ridderlijke wenken begin ik liefst an den kant der dame: juego de la dama, o señor! Als ik het dan tóch verlies, ga ik als dominee Plurimatuli naar de Kaap. En verover een baai voor Bismarck. Doch eer ik mijn koffer pak, wil ik het genot van den intellektueelen kamp genieten, van het (de Hindoe heeft het mooi gezegd) op de macht des geestes (buddhi balam) berustende spel. (…) Intusschen briest mijn paard op c3. Vaarwel.
    2…Pc6 Sie sind ein Schlaukopf! 2.Pc6 is werkelijk de beste zet op ’t bord: de eenige, die f2-f4 verhindert. Maar ik doe ’t toch, want ik hou van ‘gevaar’.
    3.f4 exf4 4.d4 Dh4+ 5.Ke2 (Gott helfe mir, amen). Daar hebben we een frisch spel, dat noch niet door de theorie erschöpft, of door den sleur versteend is. De zetten in parenthesi zijn natuurlijk slechts hypothetisch en voor u niet verbindend. (…) Mijne vrouw bracht mij alzoo vanmorgen Uw brief met een lachend: Er lebt noch!
    5…b6 6.Pb5 La6 7.a4 Dh5+ 8.Pf3 Lxb5+ 9.axb5 Dxb5+ … niet zie, niet ken, niet weet, kan ik niet! Mocht gij bijgeval ook zoo’n Schächer zijn, dan posteer ik mij op f2 met den Koning, en houd bij de voortzetting eerlijk mijn mond. want dán komt – Moltke, die zeer Schweigsam is. De eerste korrespondenciepartij over dit gambiet (in 1867 uitgevonden door Steinitz) spelen we nu, met het mijn inziens beste antwoord van zwart: b7-b6.
    dialindemultatuli110.Kf2 Db4 11.c3 Ik zal er U ‘alles’ van vertellen. Steinitz speelde dit gambiet het eerst te Dundee (1867) en won. Löwenthal schreef echter naïef in de noten: an oversight! (4.d2-d4, namelijk). Zuckertort schreeft in de N. berl. Sz. zeer apodiktisch en weerlei het met d7-d5. Die weerlegging is werkelijk in orde, als wit voortspeelt met 6.Pc3xd5; maar wanneer 6.e4xd5 gespeeld wordt, geef ik de voorkeur aan wit, ondanks alle gevaar. Op het internacionaal tournier te Baden-Baden 1870 speelde Steinitz zijn gambiet opnieuw; Minckwitz antwoordde, als Gij, met b7-b6, en Steinitz verloor. Dat ben ik nu echter niet van plan!
    11…Dd6 12.g3 Tegen Solferino. Vale.
    12…fxg3+ 13.hxg3 Want ik kan niet veel pionnen meer missen. Mijn arme koning, – al viermaal schaak! Mijn vrouw wil absoluut weten tot wie zij zich te wenden heeft voor ’t geval van mijn schaakdood en we rekenen er derhalve stellig op, dat Gij hier niet voorbijkomt zonder U te toonen. En wat te blijven. Uw leven is daarbij veilig.
    13…Pf6 14.Ld3 Pg4+ Op de rockade zou ik mat aangekondigd hebben in x zetten. De ‘vaderlandsche’ lucht schijnt u dus goed te doen.
    15.Kg2 g6 16.Pg5 16.Lf4 Dxf4 17.gxf4 Pe3 ware wel aardig voor – St. Lukas!
    16…h5 17.Tf1 Versteckt!
    17…f6 18.Db3 Mijne vrouw heeft vandaag het weduwenfonds opgezegd. Of dit besluit in verband staat met de partij, kan ik niet doorgronden.
    dialindemultatuli218…Pce5 Daemonisch! welke duivel inspireerde U dien éenigen?! Ja, nu ‘is de partij heel aardig’! Wir kennen das! Doch er zullen ook weer ‘onaardige’ buiten komen. Dan vind ik ’t weer aardig. Dus altijd aardig.
    19.La6 fxg5 20.dxe5 Dxe5 Edelmoedig!
    21.Df7+ Kd8 22.Dxg6 Ach, ik moet wel om e4 en g4. Arabisch van kwaadheid. Zonder gekheid – Uw 18… Pc6-e5 is de partij waard. (Tezelfdertijd schrijft Marie in haar brief aan Multatuli: “Je staat zoo goed als gewonnen tegen V.d.L., hoorde ik van Mimi. Dat had ik niet gedacht. Wat zal je nu pauwig worden! Adieu Dekje.”)
    22…Le7 23.Th1 De sterke wijkt moedig terug. Gij ziet reeds uit de thands volbrachte Rockade, dat ik niet, ‘onmogelijk niet’ sterf. Wilt Ge somts ‘abandonneeren’? (…) 23.Tf7 was aardig spel als Zwart het land had, en zich ‘verkeek’, want 24.Tf7xe7 zou opnieuw (?) tot winst leiden met 25.Lc1xg5. Doch wie durft er op te rekenen dat een laureatus 24… h5-h4 niet kan zien? Die zet moet derhalve voorkomen en gespeeld worden: 23.Tf1-h1.
    23…c6 24.Lb7 Tóch doen! Hoe overmoedig zoo’n ‘laureatus’ dadelijk wordt! Ik reken nu vast op de unausbleibliche verblinding. Nieuwe ‘schrijftafel’, – niet mogelijk zonder verkijksel te dragen. De ‘oorlogsverklaring’ durf ik nu ook niet af te steken.
    24…Db5 Hoe dwingerig!
    25.Te1 Zou een ander niet licht gevonden hebben! Gij speelt wie der Satan! Zou ik wezendlijk naar de Kaap moeten? Maar ik heb een hekel aan de Kaap, Ach, die ‘belofte’.
    25…Dd3 26.La6 Als ’t getij verloopt, verzet men den Rheer (= loper).
    dialindemultatuli326…b5 De meid gaat juist ‘om boodschappen’ en kan den zet meenemen. (…) Een aaier ging uit om te aaien. Mina (max.) Een draaier ging uit om te draaien. Pierson. Een kraaier ging uit om te kraaien. Huet. Een maaier ging uit om te maaien. Ik. Een paaier ging uit om te paaien. Knoop (Generaal). Een zwaaier ging uit om te zwaaien. Ten Brink. Met zulke boekjes ga ik nu mijn partner bestrijden. (…) Ik abandonneer. (RB: Tegen Dc2 en mat is niets te beginnen.)

    0-1

    Bewaren

Comments are closed.