• Lessen in opening, midden- en eindspel

    Posted on oktober 13, 2019 by in beker, partijen

    Bij de goede voornemens voor het nieuwe schaakseizoen hoort twee partijen spelen per maand. Zo ver mogelijk in de beker komen, een top 10 positie én een rating boven de 1900 bereiken. Bereikbare doelen. Alleen het bekerdoel werd direct onder druk gezet. Loting koppelde mij aan clubkampioen Tom de Jong. Zucht. Voorbereiden maar. Ik speelde zijn partij tegen Harm-Theo Wagenaar na (in het Jaarboek), een zeldzame nederlaag. Ik had wit dus kon ik kiezen tussen iets Caro-Kanns voorbereiden of iets Koningsindisch.

    Het werd natuurlijk een nederlaag. Maar de meeste oudere leden onder ons (de meesten 🙂 ) kennen Robert Hübner vast nog wel. De Duitse grootmeester van wie de analyses berucht waren. En dat in een tijdperk waarin de makers van Stockfish en AlphaZero nog geboren moesten worden. Hübner analyseerde niet alleen zijn winstpartijen, maar ook zijn verliespartijen. Voornamelijk om er lessen uit te trekken. Dat doe ik bij deze ook maar een keer.

    In het naspelen herkent u natuurlijk direct de belangrijke fases: opening, middenspel met aanval en overgang naar een toreneindspel, en dat eindspel zelf. Ik was gedurende de hele partij best tevreden over mijn keuzes. Het verlies was vervelend, maar ik verloor door slechte eindspeltechniek. De rest was goed. Ik dacht zelfs dat er winstkansen waren, maar dat blijkt uit de analyse iets te optimistisch. Verloren stellingen zitten er voor wit echter niet bij. Er zijn wat lessen te trekken.

    Goede talenkennis blijft best wel belangrijk
    Tom kwam eigenlijk door passief spel (Pe8, Pc7) in de Engels opening in de problemen. Ik speelde het achteraf niet helemaal goed. Ik had e5 voorbereid tegen mijn opzet met e4,d3,Pge2 en koos ook die opzet. Actiever voor wit is Le3 ipv Pd5 en als zwart dan hetzelfde plan had gevolgd, Pe8, Pc7 en opmars van d4 blokkeren met Pd4 had wit een veelbelovende aanval gekregen na Dd2 en f4. (eventueel h3). 

    Oprukkende f-pion, altijd lastig.

    De zet f4 was echt een ding. In mijn voorbereiding (in partijen met e5 ipv c5) ging dit goed. In mijn calculaties dacht ik dat f6 goed was door de remise-manoeuvre La3,  en Lc1, Lh6 en Lf8 van zwart. Ik had Tg8 niet gezien. Meteen 18.f6 was veel krachtiger. Het is niet gewonnen, maar om tot een gelijk eindspel te komen moet zwart wel echt een paar goede zetten vinden. Dat terwijl de witte dreigingen makkelijker te vinden zijn.

    Toreneindspelen, oefenen, oefenen

    Er ontstaat na de dameruil een curieuze stelling. Dameruil op zich was niet nodig. (E4! Was heel goed in die stelling. Misschien gewonnen.) Zwart heeft twee doorgebroken centrumpionnen. Wit denkt nog een koningsaanval te hebben. Maar na het sterke h6 had ik mij moeten concentreren op het oprapen van die centrumpionnen en die a-pion. Met de torens op e4 en f5 was niet zoveel mis. Het ging mis door het toelaten van de afruil op g5. Het eindspel was eenvoudig remise als ik rustig de d-pion had opgeruimd. Ipv h4 was Te2 een makkelijke weg naar remise.

    En een claim voor drie keer dezelfde stelling…

    Doe je voor je de zet speelt die tot die stelling leidt. En dan was het remise geworden. Zie zet53. Het zou gelet op het beeld van de partij terecht geweest zijn. De stelling was hier, net verloren. We speelden onder toezicht van de wedstrijdleider de hele partij na. De stelling was idd drie keer op het bord geweest, alleen mijn claim was een zet te laat. Tom kreeg er twee minuten bij en speelde het vlekkeloos uit.

    Conclusie

    Ik heb een goede partij gespeeld. Leerpuntjes: Iets meer kennis van de openingsvariant (makkelijk voor later), iets scherper in de aanval (is een keuze), verbeteren eindspeltechniek (altijd handig). En Tom natuurlijk gefeliciteerd!