• Karpov – Kortsnoi (1978)

    Posted on februari 26, 2016 by in Beekman

    Subtiliteiten in de openingsvolgorde

    Robert Beekman

    kortsjnoi2Nog altijd kan ik binnenpret niet onderdrukken als ik denk aan het verhaal van Kortsnoi, links in beeld, toen hij zich voorbereidde op zijn match om het wereldkampioenschap tegen Karpov. Met zwart zou hij ongetwijfeld geconfronteerd worden met de Tarrasch in het Frans. Dat wil zeggen: 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2. Kortsnoi, hoewel alom geroemd als een groot kenner van het Frans, had daar toch wel een hard hoofd in. Zelf speelde hij 3… c5, waarop hij vervolgens ongetwijfeld opgezadeld zou blijven met een geïsoleerde pion. En aangezien Karpov bekend stond als iemand met groot manoeuvreervermogen en gevoel voor kleine details, zou dit betekenen dat hij het tot in het verre eindspel moeilijk zou krijgen. En dat is geen prettig vooruitzicht.

    En terwijl hij zich in zijn studeerkamer voorbereidde op het Tarrasch en zich afvroeg wat hij moest doen, ging daar ineens de telefoon. Het was één van zijn twee vaste secondanten.

    “Victor Lvovich! Uw problemen zijn opgelost! Ik heb het Frans aan een diepgravende studie onderworpen, met name de zo gevreesde Tarrasch variant die uw tegenstander Karpov speelt, en de geheimen daarvan onherroepelijk doorgrond. Een klein loperzetje op de derde zet, 3… Le7, is voldoende om zonder problemen gelijk spel binnen te halen.”

    Kortsnoi luisterde naar de toelichting, zette de stelling zelf ook op het bord en begon er zelf maar eens zijn licht op te schijnen. Amper was hij daaraan begonnen, of de telefoon ging nog een keer. Het was zijn andere secondant.

    “Victor Lvovich! Uw problemen zijn opgelost! Ik heb het Frans aan een diepgravende studie onderworpen, met name de zo gevreesde Tarrasch variant die uw tegenstander Karpov speelt, en de geheimen daarvan onherroepelijk doorgrond. Een klein loperzetje op de derde zet …”

    “Ja, ja, ja, ja”, onderbrak Kortsnoi hem, “ik heb het hele verhaal net gehoord, man. Gewoon 3… Le7 spelen en ik heb geen problemen meer.”

    Toen was het even stil aan de andere kant van de telefoon.

    “3… Le7????! Dat is zo ongeveer de slechtste zet van het hele bord!”, was het wederantwoord van de secondant. “3… Ld7! Dat is de briljante zet die alle problemen oplost!”

    Er kwam nog een heel verhaal, maar op Korstnoi had dit geen effect meer. Hij besloot toch maar zijn lijfvariant te spelen: 3… c5. En vreemd genoeg bleek het in de match om het wereldkampioenschap van 1978 de meest betrouwbare sluitpost te zijn.

    Als Kortsnoj verloor met zwart, dat kwam het omdat hij iets anders dan Frans speelde. Zoals de Pirc in de allerlaatste partij, toen hij de stand net gelijk had gebracht met vijf overwinningen ieder. Ineens iets nieuws, maar Karpov was daar beter op voorbereid dan hij. Of anders het Open Spaans in de achtste partij, de eerste die Karpov zou winnen. Op prachtige wijze; dat moet gezegd worden.

    Anatoli Karpov – Viktor Kortsnoi
    Wereldkampioenschap 1978, ronde 8, 8 maart 1978

    Dit is de eerste partij die Karpov in deze match zou winnen. Vooraf zou Karpov zijn tegenstander op onplezierige wijze de handen geschud hebben. Kortsjnoi raakte hierdoor van streek en dit zou mede de oorzaak geweest zijn van dit verlies. Zo wordt beweerd, althans.
    1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.O-O Pxe4 6.d4 b5 7.Lb3 d5 8.dxe5 Le6 9.Pbd2 Pc5 10.c3 De standaardstelling in het Open Spaans.
    10…g6 Een nieuwtje van Kortsjnoi. En een zet die door Karpov achter het bord hardhandig weerlegd wordt. Toch zou Keene, ook een secondant van Kortsjnoi, achteraf beweren dat de zet niet voorbereid was door hun team. Kortsjnoi zou het achter het bord bedacht hebben, uit vrees voor de Russische voorbereiding.
    11.De2 Lg7
    diakarpkort112.Pd4
    Een pionoffer! Dat zijn we van Karpov niet gewend. Toen Geller hem ooit een veelbelovend pionoffer liet zien, antwoordde Karpov: “Maar waar is het mat? Als er geen mat is, speel ik het niet!” Welnu, ook hier is geen mat te zien, maar Anatoli speelt het toch!
    12…Pxe5 En hier is slaan op d4 beter. Wit blijft evengoed wel beter staan: 12…Pxd4 13.cxd4 Pb7 14.Lc2 c5 15.f4 cxd4 16.Pb3 Db6 17.Df2 O-O 18.Pxd4 Pa5 Met klein voordeel voor wit. Toch zou Murey, secondant van Kortsjnoi, in 1989 er met zwart nog een partij mee winnen tegen Fishbein. Die speelde nu Ld3 en liet Pc4 toe. b3 ziet er beter uit.
    13.f4 Pc4 14.f5 gxf5 15.Pxf5 Tg8 De pointe van het witte pionoffer is dat rochade verhinderd wordt. En dat is zeker een pion waard. De koning ziet er kwetsbaar uit in het midden. 15…O-O 16.Pxg7 Kxg7 17.Lc2 Pd6 18.Dh5 f5 19.Pb3 En de koning is zonder loper op g7 op de koningsvleugel nog kwetsbaarder dan in het centrum.
    16.Pxc4 dxc4 17.Lc2 Pd3
    diakarpkort2Voorlopig de trots van de zwarte stelling. Echter, het paard kan hier niet gehandhaafd worden, en daarmee is in hogere zin het vonnis al getekend.
    18.Lh6 Lf8 19.Tad1 Dd5 Als zwart nog één extra zet had, zou hij nu lang rocheren en het voorlopig nog even kunnen redden.
    20.Lxd3 cxd3 21.Txd3 Dc6 22.Lxf8 Db6+ 23.Kh1 Kxf8 23…Txf8 24.De4 Tc8 25.Pg7+ Ke7 26.Dh4+ f6 27.Te1
    24.Df3 Te8 25.Ph6 Tg7 26.Td7 Een prachtige zet.
    26…Tb8 26…Lxd7 27.Dxf7+ Txf7 28.Txf7#
    27.Pxf7 Lxd7 28.Pd8+ En opnieuw een hele mooie zet. Wit onderbreekt de lijn van Tb8 waardoor Kg8 Df8 mat niet kan. En Ke7 of Ke8 gaat na Df8 ook mat. Het hardnekkigst is nog Lf5: 28.Pd8+ Lf5 29.Dxf5+ Ke8 30.Df8+ Kd7 31.Dxg7+ Kc8 32.Tf8 Maar ook in deze variant is wit bezig met een winnende mataanval.

    1-0

    kortchnoikarpov

    Links Viktor Kortsjnoi, rechts Karpov.

    Afgezien van die ene frisse overwinning van Karpov waren de partijen op het bord niet zo boeiend. Interessant, dat wel. Maar weinig spectaculair. Maar buiten het bord ging het om een dissident versus de modelburger van de Sovjet-Unie, ging het om yoghurt bakjes die al dan niet een boodschap zouden bevatten en een parapsycholoog die de Russen ingehuurd zouden hebben om middels magische krachten Kortsjnoi uit balans te brengen.

    De kracht van de underdog

    Ooit, ik was zo ongeveer zeven jaar oud, rende ik wild door de achtertuin. Mijn moeder riep nog: “Pas op, straks val je.” Twee seconden later viel ik languit in het gras. Verbaasd keek ik op. Hoe kon zij weten dat ik zou vallen?!? Ik was diep onder de indruk.

    beekman15

    De bovenste, dat ben ik. Onder mijn broer. Foto uit 1967, toen ik dus zeven jaar oud was.

    Jaren later moest ik daaraan terugdenken bij de match tussen Karpov en Kortsjnoi. Die van 1978. Kortsjnoi stond ver achter met maar liefst 5 – 2. Zes winstpartijen waren nodig voor de eindoverwinning, dus die hoefde niet lang op zich te alten wachten. Op dat moment vroeg iemand aan Donner: heeft Kortsjnoi nog kansen? Donner antwoordde daarop: “Nee. Kortsjnoi is iemand die uit de positie van underdog al zijn kracht haalt. Met één pink aan de richel hangt hij boven de afgrond en zal hij verbeten terugvechten, maar eenmaal boven valt hij er gelijk weer in. Tot 5 – 5 zal Kortsjnoi nog terugkomen, maar Karpov zal winnen.”

    En inderdaad, Kortsjnoi kwam tot 5 – 5 terug, maar verloor direct daarna van Karpov. Hij verdedigde zich met de Pirc terwijl het Frans en Open Spaans zijn specialiteiten zijn! In een beslissende partij om het wereldkampioenschap! Absoluut een grote verrassing voor Karpov, maar Kortsjnoi was er overduidelijk niet vertrouwd mee, speelde de Pirc slecht en Karpov won eenvoudig.

    Hoe kon Donner weten dat dit zou gebeuren?!?

    Karpov_v_Korchnoi

    Hierboven en hieronder Karpov – Kortsjnoi. Boven uit 1974, onder uit 1978.

    Karpov_v_Korchnoi1978a

Comments are closed.