• Kapper de Brie

    Posted on maart 12, 2016 by in 1918 - 1960

    Robert Beekman

    Kapper de Brie (11 september 1879 – 31 maart 1961). Bij leven al een legende. Iedereen kent hem. Eén van de meest geliefde leden van Schaakclub Utrecht. Ook erelid van de Nederlandse Kappersbond in 1947. Hij is in die wereld administrateur van de kappersvakschool geweest, penningmeester van de afdeling Utrecht en leider van de kappersziekenkas.

    debrie1

    Kapper De Brie

    Zo rond 1900 richt hij samen met een aantal vrienden de schaakclub Schaakmat op. In 1920 gaat diezelfde schaakclub failliet. Hij kan amper begrijpen waarom. De reden is namelijk dat er in de zaal naast het clublokaal niet meer gebiljart kan worden (!)

    In 1916 is hij al lid van Schaakclub Utrecht geworden waar Olland dolblij met hem is. Zo’n sterke speler moet zeker meespelen met het eerste team en van 1920 tot 1945 is hij vaste speler van Utrecht 1. Overigens spelen er tot 1930 slechts vijf teams in de hoofdklasse. Daarna wordt het uitgebreid naar zeven. Zijn score in de hoofdklasse is niet slecht, maar ook niet goed: 25 uit 71, met name omdat hij van betere spelers meestal verliest.

    De meest beroemde verhalen komen uit zijn woning op de Bouwstraat 31, waarvan de begane grond een kapperszaak is. Schakers laten massaal hun haar knippen bij kapper de Brie, omdat je dan geheid met een zakschaakspelletje ook nog een potje schaak kan spelen. Klanten zijn uit de kapperszaak weggelopen omdat ze uren moeten wachten. Anderen trekken er rustig een hele middag voor uit, “omdat het er zo gezellig is.”

    Ooit speelt hij simultaan tegen vijf spelers, die een zakschaak-spelletje op de schoot hadden, terwijl ze tegelijkertijd geschoren, gewassen en geknipt worden. Een ander verhaal. Twee studenten moeten wachten op hun knipbeurt. Ze krijgen om de tijd te doden een schaakspel voorgeschoteld, maar als ze aan de beurt zijn, zijn ze zo verdiept in het schaakspel dat ze niet meer geknipt willen worden! Kapper de Brie houdt van het schaken. Hij spreekt over ‘lopertjes’ en ‘paardjes’, hij kijkt steevast met een gelukzalige glimlach naar het bord en als hij zijn tegenstander weer eens genadeloos verslagen heeft, weet hij als geen ander zijn tegenstander te troosten: “Wat is het toch een prachtig mooi spel, meneer!”

    diadebrie1Op 12 februari 1920 wint hij van Lasker in een simultaan te Schaakclub Utrecht. Opvallend modern speelt de Brie: Siciliaan Taimanov, koning in het midden houden en Lasker in 1920 duidelijk maken dat koningsveiligheid een relatief begrip is!

    18… g5 19.Lg3 h5 20.f3 Pxe5 en zwart wint de koningsaanval.

    .

    .

    .

    diadebrie2

    G.L. de Brie – J.C. van Tuil, 1925

    22.d5! Eerst veld d4 vrijmaken voor het paard. 22… cxd5 23.Pd4 Kb7 24.Ta5 Ta8 25.Ta1 Ld7 26.Pxf5! Nu veld d4 vrijmaken voor de dame. 26… exf5 27.Dd4 en wit wint (Pa7 valt met schaak).

    .

    .

    .

    Euwe

    Van 1 april tot 15 juni 1934 spelen Aljechin en Bogoljubow een match om het wereldkampioenschap, door Aljechin overtuigend gewonnen. Dat gebeurt in Nazi-Duitsland; Bogoljubow is immers in 1929 genaturaliseerd tot Duitser. Van 14 tot 28 juli 1934, vlak na dat WK, wordt het kampioenschap van Zwitserland te Zürich gespeeld, waaraan bijna alle sterkste schakers van de wereld meedoen. Aljechin wint overweldigend met twaalf overwinningen, twee remises en één nederlaag. Die ene nederlaag is tegen Max Euwe, die een punt achter hem eindigt.

    Het toonaangevende schaakblad Wiener Schachzeitung rekent de onderlinge scores van de beste acht spelers van Zürich uit en de eerste drie zijn: 1. Aljechin (5 uit 7), 2. Euwe (4,5 uit 7), 3. Flohr (4 uit 7). Conclusie van de Wiener Schachzeitung (augustus 1934): Euwe is op het ogenblik de reëelste kandidaat voor de eerstvolgende strijd om het wereldkampioenschap. Dat half puntje meer dan Flohr is belangrijk. Flohr wordt op dat moment gezien als belangrijkste concurrent.

    Direct wordt het Nederlands Comité Wereldkampioenschap Schaken opgericht. Doel: het organiseren van Aljechin – Euwe in oktober 1935. Daarvoor moet een bedrag van 15.000 gulden verzameld worden. In die tijd een immens bedrag. 1935 is bovendien het dieptepunt van de crisisjaren met 20 % werkloosheid in Nederland. Maar de schakers weten een grote massa in beweging te brengen en verzamelen het geld in centen, stuivers en dubbeltjes.

    November 1934 organiseert het Crisis-comité, om geld te werven, een monstersimultaanséance te Utrecht. Zeven schaakmeesters (Euwe, Landau, van den Bosch, van Hartingsvelt, Schelfthout, Van Foreest en Gans) tegen 130 spelers. Schaakclub Utrecht stelt daarvoor zijn clubavond in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen beschikbaar: donderdavond 8 november 1934. A. van Wijngaarden, voorzitter van SCU, heet alle aanwezigen van harte welkom.

    Euwe wint die avond zeventien, speelt twee remises en verliest van kapper de Brie. Euwe is het laatst klaar. Maar hij heeft dan ook de moeilijkste tegenstanders gehad. Schuckink Kool, Robijns, De Brie en De Brie spelen in die tijd in ons eerste team.

    simeuwe1935a

    D.H. Peereboom Voller doet voor Euwe (helemaal links) de eerste zet tegen Schuckink Kool.

    simeuwe1935b

    De zwoegende schakers aan de simultaan.

    Kapper de Brie krijgt drie prijzen: die voor winnaar tegen Euwe, voor de mooiste matcombinatie en voor de mooiste partij.

    1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 d6 5.Pc3 Pf6 6.Le2 g6 7.Le3 Lg7 8.O-O O-O 9.f3 e6 10.Dd2 a6 11.Tfd1 d5 12.exd5 exd5 13.Pb3 Le6 14.Pc5 Dc7 15.Pxe6 fxe6 16.Lc5 Tfe8 17.Lf1 Pe5 18.Df2

    diadebrie3.

    18… Peg4! Volkomen correct. 19.fxg4 Pxg4 20.g3 Pxf2 21.Lxf2 Tf8 22.Lg2 Txf2 23.Kxf2 Dc5 24.Ke2 d4 25.Pe4 Dxc2 26.Td2 Dc4 27.Kf2 Lh6 28.Tad1 Le3 29.Ke1 Lxd2 30.Txd2 Tf8 31.b3 Dc1 32.Ke2 Dg1 33.Kd3 Tc8 34.Pf6 Kg7 0-1

    .

    .

    .

    .

    simeuwe1935c

    Euwe tijdens de simultaanwedstrijd in Utrecht.

    diadebrie4Utrecht – Hilversum, 8 november 1941. Midden in de tweede wereldoorlog. Utrecht wint van HSG met 8-2. Het mooiste moment is De Brie – H.H. Hamer:

    33.Txc5! Kxc5 34.Dc7 Kb5 35.a4 Ka6 36.Dc6 Ka5 37.Db5 mat. Het Utrechts Nieuwsblad: Een “magneetcombinatie”: de koning wordt door geheimzinnige krachten in het verderf getrokken. Dat spreekt mij wel aan, zo’n omschrijving.

     .

    .

    Tot het laatst toe komt hij naar onze club wandelen. Maar op een gegeven moment gaat het niet meer. Hij wordt opgenomen in een verpleeghuis en moet zijn geliefde schaakclub missen. Echter, als het PAM-toernooi in 1961 georganiseerd wordt, moet en zal hij erbij zijn. Hij blijkt zomaar ‘ontsnapt’ te zijn uit het verpleeghuis, waarvan hij eigenlijk niet mag vertrekken. Iedereen is hartstikke blij hem weer te zien en kapper de Brie glundert bij het zien van zoveel bekende en hartelijke gezichten. De hele dag geniet hij van de schaakpartijen en als één van de laatsten vertrekt hij uit de toernooizaal. We hebben een taxi besteld en hem thuis laten brengen. Met veel moeite krijgen we hem in de taxi, terwijl hij opvallend kalm spreekt over de naderende dood. Een aantal maanden later overlijdt hij.

    In Memoriam G.L. de Brie

    Bert Kieboom, Clubblad 1962

    Het PAM-schaaktoernooi is één van de laatste belangrijke gebeurtenissen geweest in het leven van de heer G.L. de Brie. Hij was ervoor “ontsnapt” uit het rusthuis aan de Maliesingel, waar hij de laatste paar jaar verbleef en waar men hem – terecht – eigenlijk liever niet had laten vertrekken. Ons oud-lid was echter niet te stuiten en genoot met volle teugen van wat hij in de kantine van de S.H.V. te aanschouwen kreeg. Daarna hebben we de heer De Brie niet meer gezien. Op 31 maart 1962 overleed hij aan de gevolgen van een griepje, nadat zijn gezondheid al met sprongen achteruit was gegaan. Hij werd 82 jaar oud.

    Het betekent een gemis voor zijn vrienden in het rusthuis, waar de heer De Brie – niet het minst achter het schaakbord – zeer gezien was. het is ook een gemis voor de Utrechtse schaakwereld, waarin de naam De Brie meer betekende dan die van een sterk schaker alleen; hij speelde goed, maar had tochooral onze sympathie om zijn geestige innemende persoonlijkheid en zijn instelling ten opzichte van het schaakspel, die het beste tot uitdrukking kwam in zijn uitspraak: “Wat is het schaken toch een mooi spel, mijnheer.”

    Aan een artikel dat in september 1959, bij de tachtigste verjaardag van de heer De Brie in een Utrechts dagblad verscheen, ontlenen wij het een en ander uit het leven van de heer De Brie:

    In de zaak van kapper De Brie kon je vroeger schaken. Klanten zijn er de winkel uit gelopen, omdat ze wel eens uren moesten wachten. Tientallen anderen trokken echter voor het driewekelijkse bezoekje aan de kapper rustig een middag uit, “omdat het zo gezellig was”. Dan kwamen de schaakborden op de tafeltjes, en onderbrak kapper De Brie zo nu en dan het werk aan de hoofden om te kijken of zijn klanten ’t goed deden. als het te slecht ging, speelde hij zelf mee. Dat was in een tijd, dat de mensheid nog niet zo veel haast had als nu, kapper De Brie het minst van allen. Velen uit de omgeving van de Bouwstraat, waar de heer De Brie meer de vijftig jaar zijn bedrijf uitoefende, zullen zich de altijd goedmoedige kapper herinneren. Vroeger was hij een bekend speler, die in 1932 zelfs stedelijk kampioen werd, en vele jaren in het eerste tiental van de schaakclub Utrecht zat.
    Zijn geschiedenis als schaakspeler begon zevenenzestig jaar terug, toen hij als dertienjarige jongen het spel van zijn eerste patroon leerde. Die patroon zal al spoedig spijt hebben gehad, want na korte tijd kreeg hij “van die snotneus” op de 64 velden verschrikkelijke pakken slaag.
    Later richte de heer De Brie met enkele vrienden een clubje “Schaakmat” op, omdat de bestaande schaakclub Utrecht te deftig leek. Maar toen dat clubje over de kop ging, omdat … er naast het clublokaal niet meer kon worden gebiljart, ging De Brie toch naar Schaakclub Utrecht, waar de grote dr. Olland hem meteen maar in het eerste tiental zette.
    Zo rees de ster van een groot schaker, die het in de clublokalen nooit tot de hoogste top zou brengen, omdat eerzucht hem nu eenmaal vreemd was. Beroemd werd De Brie in zijn zaak, waar soms de merkwaardigste stunts werden uitgehaald. Het bontst maakte de humoristische kapper het, toen hij eenmaal tussen het knippen door een schaaksimultaanwedstrijd speelde tegen vijf tegenstanders. Met goed resultaat. Twee studenten, die even moesten wachten, kregen eens een tafeltje met schaakmateriaal om de tijd te doden. Ze kwamen aan de beurt om te worden geknipt, maar waren zo in hun spel verdiept, dat ze daarvoor niets voelden. Geruime tijd later gingen ze ijlings naar huis, zonder ook maar één haar lichter te zijn geworden.
    Zijn mooiste resultaat vond De Brie de overwinning in een simultaanwedstrijd tegen de vroegere wereldkampioen Lasker. Ook dr. Max Euwe werd eenmaal ’t slachtoffer van De Brie’s combinaties
    De gekste wedstrijd? “Toen ik simultaan speelde tegen jongens vaneen RK-patronaat. Ze hadden stukken op de borden, die door hun vaders waren gemaakt. Soms kon ik nauwelijks het verschil zien tussen de koning en de pionnen.
    “Die man heeft natuurlijk zijn leven lang niets anders gedaan dan schaken”, zullen buitenstaanders nu zeggen. Ze hebben het mis. Kapper De Brie heeft zeer plichtsgetrouw drie functies vervuld in de Nederlandse kapperswereld. Hij was administrateur van een kappersvakschook, penningmeester van de afdeling Utrecht van de Kappersbond en leider van de kappersziekenkas. Het leverde hem in 1947 een verdiend erelidmaatschap van de Nederlandse Kappersbond op.

    Misschien een ongewoon optimistisch verhaal voor een In Memoriam. Mogelijk, maar het is in ieder geval in de geest van de heer De Brie, die zijn hoge leeftijd en het ongemak daaraan verbonden, als een natuurlijke zaak accepteerde en met een benijdenswaardige kalmte kon praten over het naderend einde, toen wij hem na het PAM-toernooi met veel moeite in een taxi hielpen. Die zijn geestkracht niet verloor, ook niet toen zijn lichaam het liet afweten. Wie de heer De Brie gekend heeft, zal hem niet vergeten. Hij ruste in vrede.

Comments are closed.