• Hall of fame

    Posted on februari 19, 2016 by in 1960 - 2016

    Kampioenen van de Schaakclub Utrecht

    Erik Olof

    In de loop der tijden heeft de interne competitie om het clubkampioenschap veel benamingen gekend: onderlinge wedstrijd, huishoudelijke wedstrijd (of mooier: huishoudelijk concours), handicap-toernooi, winterwedstrijd …

    Tegenwoordig is het kortweg: de interne. Het gaat er natuurlijk steeds om wie de sterkste is van de club. Vroeger zijn er echter, door voorgiften, interessante pogingen gedaan het krachtsverschil te elimineren en daardoor – uiterst democratisch – gelijke kansen te scheppen voor iedereen.

    Bij de Schaakclub Utrecht is weinig met zekerheid vast te stellen over het prille begin. Van Lennep geeft enige informatie, waaruit blijkt dat A.G. Olland in de jaren 1885-1889, 1892 en 1893 ‘eerste wordt in de eerste klasse’. Niet duidelijk is wie in de tussenliggende jaren met de eer gaat strijken. In 1894 is het J. Wiedeman. Uit een artikel van Te Kolsté blijkt dat daarna handicap-toernooien zijn gehouden, waarin Olland in 1895 en in 1900 de eerste prijs wint en in andere jaren met een bescheidener plaats genoegen moet nemen. Zo’n voorgift waaruit de handicap bestond, kon bijvoorbeeld zijn: ‘pion f7 en een zet’, of ‘pion f7 en twee zetten’.

    Uit een bericht in het Handelsblad van eind 1894: In de Schaakclub Utrecht wordt op het ogenblik een onderlinge wedstrijd gehouden, waarbij de volgende bepaling is ingevoerd. De deelnemers kunnen een onbeperkt aantal partijen met elkaar wisselen, mits ieder zorg drage, dat hij minstens een partij met elk der anderen wisselt. Het aantal winstpunten, gedeeld door het aantal gespeelde partijen, geeft de verhouding aan, volgens welke de prijzen verdeeld worden. Het bestuur heeft (onzes inziens zeer te recht) gemeend, door deze maatregel een betere opkomst der leden te verzekeren. Wij hopen later de uitslag dezer proefneming te kunnen berichten.

    Geholpen heeft het blijkbaar niet, want in november 1898 lezen we: Eerst thans is de uitslag bekend van het laatste huishoudelijk concours der SC Utrecht, dat reeds in november van het vorig jaar een aanvang nam. De reden hiervoor moet gezocht worden in de zeer slechte opkomst van een groot deel der medestrijders. Gespeeld werd in 7 klassen met voorgiften, variërende van een zet en pion tot koningin…

    De handicaps waren blijkbaar te groot voor Olland om nog de top te bereiken. In dat jaar wint C. Jonker.

    Ook in latere jaren is de ‘winterwedstrijd’ dikwijls een zorgenkindje geweest. In de jaren vijftig kwijnde de onderlinge dermate dat gezocht werd naar ideeën om het groepensysteem te vervangen door iets dynamischers. Dat resulteerde in het Keyzer-svsteem, waarvan het Utrecht-lid H. Groenenboom een verfijnde versie bedacht. De computer is er tenslotte aan te pas gekomen om degenen, die daar nog iets van begrepen, voorgoed in het ongewisse te storten.

    De berichtgeving over de onderlinge competitie blijft fragmentarisch tot 1918. Bekende namen duiken echter telkens weer op: Olland, Hogewind, Leussen en na 1906 ook A.E. van Foreest. Olland en Van Foreest maken de dienst uit in een competitie die toch vaak meer dan veertig deelnemers telt.

    Het clubblad van 8 oktober 1925 meldt dat de zilveren wisselbeker, vanaf 1918 ingesteld, nu eigendom is van Dr. Olland, die driemaal achtereen de titel heeft gewonnen. Deze wisselbeker wordt door Dr. Olland ter beschikking gesteld, maar dat wordt niet door de ledenvergadering aanvaard, waarna de Doctor ontroerd dankt…

    Van 1918 af is de informatie compleet. In de jaren 1918 tot 1922 blijft Olland buiten mededinging. Wij komen hierdoor tot de volgende lijst van kampioenen van Schaakclub Utrecht.

    1885-1886: A.G. Olland
    1886-1887: A.G. Olland
    1887-1888: A.G. Olland
    1888-1889: A.G. Olland
    ?????
    1892-1893: A.G. Olland
    1893-1894: A.G. Olland
    1894-1895: J. Wiedeman
    1895-1896: A.G. Olland
    ?????
    1899-1900: A.G. Olland
    ?????
    1918-1919: G.J. Brester
    1919-1920: G. Filep
    1920-1921: CH. Piccardt
    1921-1922: J.H. Goud
    1922-1923: A.G. Olland
    1923-1924: A.G. Olland
    1924-1925: A.G. Olland
    1925-1926: A.G. Olland
    1926-1927: A.G. Olland
    1927-1928: Ed. Spanjaard
    1928-1929: A.G. Olland
    1929-1930: A.G. Olland
    1930-1931: Ed. Spanjaard
    1931-1932: Ed. Spanjaard
    1932-1933: P.W. Meylink
    1933-1934: A.E. van Foreest
    1934-1935: A.E. van Foreest
    1935-1936: H.J. van Steenis
    1936-1937: A.E. van Foreest
    1937-1938: Ed. Spanjaard
    1938-1939: Ed. Spanjaard
    1939-1940: Ed. Spanjaard
    1940-1941: J. Muilwijk
    1941-1942: J. Muilwijk
    1942-1943: J. Visser
    1943-1944: J. Visser
    1944-1945: niet gespeeld
    1945-1946: Ed. Spanjaard
    1946-1947: Ed. Spanjaard
    1947-1948: J. Visser
    1948-1949: J.J. van Oosterwijk Bruyn
    1949-1950: J.J. van Oosterwijk Bruyn
    1950-1951: Ed. Spanjaard
    1951-1952: J.J. van Oosterwijk Bruyn
    1952-1953: G.W. van Vloten
    1953-1954: Ed. Spanjaard
    1954-1955: J. Visser
    1955-1956: H.J. van Steenis
    1956-1957: Ed. Spanjaard
    1957-1958: A.K.G. Reurslag
    1958-1959: H.M. Nieland
    1959-1960: F. Stegeman
    1960-1961: D.D. van Geet
    1961-1962: H. Bouwmeester
    1962-1963: D.D. van Geet
    1963-1964: Ed. Spanjaard
    1964-1965: H. Bouwmeester
    1965-1966: T. de Ruiter
    1966-1867: T. de Ruiter
    1967-1968: G. Verholt
    1968-1969: A. van Oosten
    1969-1970: A. van Oosten
    1970-1971: M.D. Etmans
    1971-1972: Ed. Spanjaard
    1972-1973: F.B. Schoute
    1973-1974: G. Verholt
    1974-1975: G. Verholt
    1975-1976: M. van der Linde
    1976-1977: M. van der Linde
    1977-1978: M.D. Etmans
    1978-1979: J.J. van der Tuuk
    1979-1980: H. Janssen
    1980-1981: F.A. Cuypers
    1981-1982: D. Dieks
    1982-1983: P.P.M. Nieuwenhuis
    1983-1984: H. Janssen
    1984-1985: H. Janssen
    1985-1986: J.J. van der Tuuk
    1986-1987: E.G.J. Knoppert
    1987-1988: J.S.E. van Gaalen
    1988-1989: P.P.M. Nieuwenhuis
    1990-1991: E.G.J. Knoppert
    1991-1992: M. Okkes
    1992-1993: J.J. van der Tuuk
    1993-1994: J.J. van der Tuuk
    1994-1995: V. Diepeveen
    1995-1996: E.A. de Haan
    1996-1997: E.A. de Haan
    1997-1998: A. Schwartz
    1998-1999: E.A. de Haan
    1999-2000: E.A. de Haan
    2000-2001: E. l’Ami
    2001-2002: E. l’Ami
    2002-2003: M. Okkes
    2003-2004: M. Okkes
    2004-2005: R. Beekman
    2005-2006: X. Wemmers
    2006-2007: M. Okkes
    2007-2008: M. Okkes
    2008-2009: J. Jens
    2009-2010: M. Okkes
    2010-2011: R. Beekman
    2010-2012: R. Beekman
    2012-2013: M. Okkes
    2013-2014: M. Okkes
    2014-2015: R. Beekman
    2015-2016: R. Beekman

     

Comments are closed.