• Grünfeld – Aljechin (1923)

    Posted on maart 7, 2016 by in bouwmeester

    Commotie over het laatste boek van Kasparov

    Hans Bouwmeester

    “Ik sla er wel eens naast, maar wat ik raak sla dat is dan ook muziek!”
    Arthur Rubinstein

    Deze uitspraak van een groot musicus en pianist kwam mij in gedachten bij het lezen van enige kritieken over Kasparovs My great predecessors. Ik heb er enkele gelezen, maar ongetwijfeld zijn er vele aan mij voorbij gegaan.

    Ons land kent een aantal kundige schaakjournalisten en grofweg zou men ze kunnen indelen in redelijk objectieve schrijvers en azijnspuiters. In die laatste groep wordt beweerd dat het historisch gedeelte van Kasparovs boek niets nieuws bevat. Daarover zouden vriend en vijand het eens zijn. Wie zijn die vriend en die vijand? Ik bezit een aardige bibliotheek en weet wel iets van de schaakgeschiedenis, maar ik kom heel wat details tegen die mij tot dusver onbekend waren. Vele Russische bronnen, in de vorige eeuw weinig toegankelijk voor buitenlanders, zullen daar debet aan zijn.

    Een échte bespreking kwam onlangs van de persen in het Duitse Schach, en die was van de hand van Robert Hübner. Niet minder dan 25 bladzijden heeft hij over het boek volgeschreven.

    Ik ken Hübner al ruim veertig jaren en in die tijd heeft hij zich ontwikkeld als een veelzijdig geleerd man en als een grootmeester, een echte, van het schaakspel. Hij schrijft over het denkproces van de schaker, over de psychologie, over de historie en vermeldt daarbij bronnen, die Kasparov en diens assistent zeer waarschijnlijk niet hebben kunnen raadplegen. Niet alles lijkt mij onaanvechtbaar, maar belangrijk is dat niet. Er is gewerkt met de nauwkeurigheid en intensiteit van een eersterangs wetenschapper.

    kasparov05

    Kasparov (hierboven in beeld) is een groot schaker, maar geen psycholoog, geen filosoof, geen historicus, geen natuurwetenschapper. Hij bevindt zich hier derhalve op glad ijs. Zo bezien is hij geen partij voor Hübner.

    Voor een schaker, van welke speelsterkte dan ook, is Hübners partijonderzoek het meest van belang. Al vele jaren is zijn studeerkamer het revalidatiecentrum van schaakanalysen… ! Om alles naar waarde te schatten moet men geduld en vooral veel tijd investeren. In elk geval zal ik Hübners werk als constructieve bijdrage bij het boek bewaren om het te kunnen gebruiken als de tijd daar is.

    Om nu een idee te geven hoe je ook met Kasparovs boek kunt omgaan het volgende verhaal. Onlangs vroeg een voorzitter van een regionale club mij om iets over Aljechin te komen vertellen. Bij Euwes honderste geboortedag had ik daar over diens match met Aljechin gesproken. Vele oudere leden hadden die match destijds ook gevolgd en nu vonden ze dat ook Euwes grote rivaal van toen eens aan de beurt kon komen. Altijd heb ik Aljechin een fascinerende man gevonden; hij was het grote idool van mijn jongenstijd. Zijn boeken heb ik in die jaren verslonden en er ongetwijfeld veel uit geleerd. Over Aljechin is veel geschreven. De boeken van Kotov gelden als een fraai staaltje van geschiedvervalsing, maar zuiver schaaktechnisch zijn ze interessant genoeg. Over de persoon van de vierde wereldkampioen hebben Hans Müller, Milan Vidmar en Hans Kmoch belangwekkende dingen gezegd en uit de verhalen van Euwe en Van Harten, hoofdpersonen bij de matches van 1935 en 1937, heb ik begrepen dat er met de wereldkampioen van toen niet te spotten viel, dat hij soms zeer onredelijk was, maar wel sportief en ridderlijk bij tegenslag.

    Over zijn gedrag tijdens de tweede wereldoorlog is veel commotie geweest. Dat hij antisemiet was, wist men ook al in de jaren dertig. Na zijn grandioze aanvalspartij in Zürich 1934 tegen Lasker moet hij gezegd hebben: “Ich habe es den Juden wieder gezeigt!” Maar bij het slotbanket van dat toernooi heeft hij Lasker zeer lovend toegesproken. Ongetwijfeld was er veel paradoxaals aan de man.

    Volgens Euwe heeft hij beter dan al zijn voorgangers de kunst verstaan om zijn talenten financieel uit te buiten, maar ten slotte is hij straatarm gestorven, aldus de Portugese meester Lupi, die hem kort voor zijn dood nog regelmatig bezocht.

    aljechin2

    Alexander Aljechin.

    Over deze zaken laat Kasparov zich niet uit. Wel vertelt hij aan de hand van persoonlijke getuigenissen van Russische meesters over de periode van voor 1917. Eén van de informanten is Fedor Bogatirtchuk, een leeftijdsgenoot van Aljechin, die samen met hem in Mannheim 1914 was, toen de eerste wereldoorlog uitbrak. Bogatirtchuk emigreerde in 1948 naar Canada en speelde voor dat land in de Olympiade van Amsterdam 1954. Hij versloeg Botwinnik in Moskou 1935 en dat kostte de nationale held van toen de ongedeelde eerste prijs. Men zei dat hem dat dit door de autoriteiten niet in dank was afgenomen; dat was levensgevaarlijk in die jaren.

    Gewapend met mijn nieuwe boek startte ik mijn voordracht met de bespreking van de volgende partij. Het toernooiboek bevat een uiterst summiere analyse van Teichmann. Aljechin geeft een uitvoerige beschouwing in Mijn beste schaakpartijen, deel 1. Deze analyses zijn door Kasparov dankbaar benut. Er zijn ook analyses van Kotov in Das Schacherbe Aljechins.

    E. Grünfeld – A. Aljechin
    Karlsbad 1923

    1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 d5 4.Lg5 Le7 5.Pf3 Pbd7 6.e3 O-O 7.Tc1 c6 8.Dc2 a6 9.a3 h6 10.Lh4 Te8! Dit zag Aljechin als een belangrijke versterking. Bekend was tot dusver 10… dxc4. het Orthodox lag in die tijd in het brandpunt van de belangstelling. Grünfeld was een goed theoreticus. Hij hield van zijn repertorium een kaartsysteem bij dat na zijn dood voor veel geld werd aangeboden door de nabestaanden. Veel belangstelling bleek er niet voor te bestaan en ik weet niet waar het ten slotte gebleven is. Ook mijn Oostenrijkse schaakcollega’s hebben mij niet kunnen helpen.
    11.Ld3 dxc4 12.Lxc4 b5 13.La2 c5 14.Td1 cxd4 15.Pxd4 Db6 16.Lb1 Lb7 17.O-O Niet 17.Pdxb5 Dc6!
    17…Tac8 18.Dd2 Pe5! 19.Lxf6 Lxf6 20.Dc2 g6 21.De2 Pc4 22.Le4 Lg7! Vooral niet: 22…Pxa3 23.Df3 Lxe4 24.Pxe4 Lxd4 25.exd4 en 26.Pf6.
    23.Lxb7 Dxb7 24.Tc1 e5! 25.Pb3 e4 26.Pd4 Ted8 27.Tfd1 Pe5 28.Pa2 Pd3 29.Txc8 Dxc8 Over de voorgaande fase is uiteraard veel te zeggen en Kasparov doet dat ook. Wie er in geïnteresseerd is, moet het boek maar aanschaffen. In de bewuste stelling speelde Grünfeld 30.f3?, en werd geveld door een prachtige, diep berekende combinatie: 30… Txd4!
    diabouwgrunalje130.f3 Volgens Aljechin had wit 30.Pc3 moeten doen en hij geeft de volgende analyse:
    – 30.Pc3 f5 31.f3 Txd4! 32.exd4 Lxd4+ 33.Kf1 Pf4 34.Dd2 Dc4+ 35.Pe2 e3! 36.De1 Lxb2 37.Td8+ Kf7 38.Dd1 Lxa3! 39.Dd7+ Le7 40.De8+ Kf6 41.Dh8+ Kg5 42.h4+ Kh5 43.g4+ fxg4 44.De5+ g5! en wint. Mooi en interessant, maar … helaas niet correct, want in plaats van 36.De1? kan wit 36.b3! spelen en dan zijn de kansen gekeerd, aldus Kotov, die verder opmerkt dat 30.Pc3 dus tot een ongeveer gelijke stelling had geleid. Dat laatste wordt door Kasparov bestreden. Hoe kan wit met zo’n geweldig paard tegenover zich gelijk spel hebben, vraagt hij zich af. Zijn analyse lijkt mij onfeilbaar. Hij zal deze met zijn computer hebben gecontroleerd. In Hübners artikel komt de partij niet voor. Kasparov geeft het volgende:
    – 30.Pc3 f5 31.f3 Lxd4! 32.exd4 Dc4! 33.d5 Dc5+ 34.Kf1 Pf4 met enorm voordeel voor zwart: 35.Dd2 (Alternatief a: 35.De1 Pxd5 36.Pxd5 Txd5 en zwart heeft een gezonde pluspion. Alternatief b: 35.Df2 e3 36.Dg3 Dc4 en wint.) 35…e3 36.De1 (36.Dd4 e2! 37.Pxe2 Txd5 38.Dxc5 Txc1 39.Kf2 Pd3 en wint.) 36…Dc4+ 37.Kg1 e2! 38.Td2 Dc5+ 39.Kh1 Te8 40.d6 (40.h3 De3 41.d6 Dxd2) 40…Df2! en wint.
    30…Txd4!
    diabouwgrunalje231.fxe4

    – 31.exd4 Lxd4+ 32.Kf1 Pf4 33.Dd2 Dc4+ 34.Ke1 e3 en wint.
    – 31.exd4 Lxd4+ 32.Kf1 Pf4 33.Dxe4 Dc4+ 34.Ke1 Pxg2+ 35.Kd2 Le3+ en wint.
    31…Pf4! 32.exf4 Dc4 33.Dxc4 Txd1+ 34.Df1 Ld4+

    0-1

    .

    .

    .

    grunfeld.

    .

    Links een foto van Grünfeld, de tegenstander van Aljechin.

    Mooi schaakwerk dat welke ware liefhebber met vreugde zal bekijken. Kasparovs boek bevat vele rijke bladzijden en daarom vind ik het mooi en waardevol, zeker voor de jonge generatie die in het algemeen weinig weet van de grote meesters uit het verleden. Dat komt misschien omdat er tegenwoordig zoveel actueel materiaal is.

    .

    .

    .

    .

    grunfeldaljechin1931

    Grünfeld tegen Aljechin, een partij uit 1931.

Comments are closed.