• De tachtiger jaren

    Posted on februari 19, 2016 by in 1960 - 2016

    De geest van de club

    Erik Olof

    De jaren zeventig geven voor het clubschaak een wezenlijke verandering te zien, voornamelijk als gevolg van de opkomst van het professionalisme in de externe clubcompetitie en het ratingsysteem. Voor talentvolle jonge schakers komt het accent steeds meer te liggen op de talrijke toernooien en snelschaakwedstrijden, waar niet meer als vroeger twee huishoudelijke artikelen per vierkamp, maar slechts enkele grote geldprijzen voor het hele toernooi te bemachtigen vallen. De prestatiedrang is daardoor enorm gestimuleerd.

    Wat merk je daarvan op de club? De Schaakclub Utrecht neemt hier ter stede een bijzondere plaats in, omdat van oudsher de schaaktop van de provincie zich hier toch wel verzameld heeft. Een andere sterke kern zit traditioneel in het Gooi. Vooral de laatste jaren voor het eeuwfeest is de interne in trek geraakt bij jongere, sterke schakers, die in ‘Utrecht’ ervaring opdoen en in een aantal gevallen hun rating opvijzelen. De echte ‘jeugd’ blijft weg; die zet de eerste stappen bij verenigingen als De Dom/Tuindorp en Oud-Zuylen.

    Het zou onjuist zijn in nostalgisch pessimisme de tranen de vrije loop te geven, omdat de ‘clubliefde’ van vroeger verdwenen zou zijn. In de eerste plaats: clubliefde, wat is dat? En vervolgens: herinnert u zich de malaise niet meer van bijvoorbeeld het eind van de jaren vijftig — nee, natuurlijk, toen was u nog niet bij Utrecht, maar onze nestors in anciënniteit, Van Raalte en Stegeman om er een paar te noemen, al wel — toen in het clubblad litanieën werden aangeheven over de verdwenen ‘clubgeest’? Aarts schreef ze trouwens al eerder; die was daar streng in, en terecht.

    Huurlingen en verdwenen clubliefde

    Met die clubliefde valt het nogal mee. Terwijl alom de ‘huurlingen’ ervoor zorgen dat schaakverenigingen zich in de hoofdklasse handhaven, moet ‘Utrecht’ dat nu alweer een heel poosje met amateurs doen. Dat betekent pendelen van een te sterke hoofdklasse naar een eveneens met amateurs gevulde eerste klasse, maar je ziet toch telkens weer bruisende activiteit om het verloren terrein te heroveren. Veel is te danken aan een gelukkig niet al te zeer vergrijzende groep jongere schakers, die om des keizers baard zich nu al weer vele jaren inzetten voor de ‘eer’ van het eerste. De club is deze Gideons bende dank verschuldigd, nu zij kans heeft gezien in het jubileumjaar toch weer in de hoogste klasse mee te spelen. En niet te figureren, want er is in het seizoen 1985/’86 werkelijk geschaakt dat de stukken eraf vlogen! Bijzonder jammer voor hun inzet dat zij net een bordpunt te kort kwamen voor handhaving in de hoofdklasse.

    diakoxetmansEen mooi voorbeeld van de strijdlust is de partij Etmans – Kox uit de wedstrijd tegen Strijdt met Beleid (Nijmegen). Een achterstand van 5 – 4 en de afgebroken stelling van het diagram, links in beeld.

    Zoiets moet je winnen en daar heb je dan Bor voor. De rustige, onopvallende, sterk schakende en ‘Utrecht’ zeer trouwe Bor, die als geen ander in onze vereniging het geduld heeft om alle varianten in zo’n stelling uit te pluizen. Trouwens, als redacteur van het clubblad is hij ook niet mis. Over het blad straks meer.

    In deze partij volgt: 71.Pe4 Lh6 72.Ke2 b4 73.Kf3 Kb5 74.Kg4 Kc4 75.d6 Lf8 76.Kf5 Lxd6 (op 76… Kd5 volgt 77.Kf6) 77.Pxd6 Kc3 78.Kg4 Kb2 79.Pe4 Kxa2 80.Pc5 Kb2 81.Pd3 en 1-0.

    simultaan1977etmans

    Een door Maarten Etmans, boven in beeld anno 1977, gewonnen stelling, dat wel, maar eer je het hebt uitgezocht. Menigeen achtte het op dat ogenblik niet uitgesloten dat dit puntje en daarmee het gelijke spel in een wedstrijd die aanvankelijk hopeloos verloren dreigde te gaan, wel eens beslissend zou kunnen zijn voor het behoud van het tiental in de hoofdklasse! Utrecht vloog er tenslotte uit door een nederlaag tegen Rotterdam.

    simultaan1977linde

    Heroïsch was echter de overwinning van Meindert van der Linde, boven in beeld in een foto uit 1977, op Victor Kortsjnoi.

    Victor Kortsnoj – Meindert van der Linde
    Meesterklasse 1985/1986, 1986
    [Commentaar van Meindert van der Linde]

    1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pf3 b6 4.Lg5 Lb7 5.e3 h6 6.Lh4 Lb4+ 7.Pfd2 A tempo gespeeld; na 7.Pc3 belanden we in een “modevariant”, die tussen Kasparov en Timman herhaaldelijk aan de orde is geweest. Fout is 7.Pbd2 wegens 7…. g5 en 8…. g4 met stukwinst.
    7…Le7 8.Pc3 O-O Op 9.e4 had ik 9…. Pxe4 gespeeld: 10.Lxe7 Pxc3 11.Lxd8 Pxd1 en nu heeft zwart na 12.Le7 Pxb2 13.Lxf8 Kxf8 een goede stelling (14.a4 Lc6). Na 12.Lxc7 Pxb2 13. a5 Lc6 14.a5 Pa6 15.axb6 axb6 16.Lxb6 Pb4 17.Tb1 Pc2 18.Ke2 Ta2! of 16.Ld6 Pb4! 17.Tb1 Pc2 18.Ke2 Pxd4 19.Ke1 Pc2 20.Ke2 Ta2 21.Lxf8 Kxf8 heeft zwart eveneens goed spel.
    9.Db3 c5!
    diakortlind1Hier dacht Kortsjnoi een uurtje na. Na 10.Lxf6 Lxf6 11.dxc5 Pa6 12.cxb6 Pc5 13.Dc2 Dxb6 heeft zwart goede compensatie voor de pion.
    10.dxc5 Lxc5 11.Lxf6 Dxf6 12.Pde4 De5 13.Ld3 Nu was het mijn beurt om te denken. Eerst overwoog ik Lxe3 (wat Kortsjnoi, naar hij later verklaarde, niet had gezien): 13…. Lxe3 14.fxe3 f5 15.Pf2 en nu volgt op 15…. Lxg2 16.Tg1 Lf3 17.Tg3! Er dreigt 18.Pcd1 en op 17…. Dxe3 18.Pe2 f4 volgt 19.Txf3 en 20.Lh7. Vervolgens dacht ik over 13…. f5 14.Pxc5 Lxg2 15.Tg1 Dxh2; dit verwierp ik wegens 16.Txg2 Dxg2 17.Lf1! gevolgd door 18.Pd3. Deze variant had de instemming van Kortsjnoi.
    13…Le7 Na afloop zei Kortsjnoi op vriendelijke, maar besliste toon, dat ik 13…. Pa6 had moeten doen. Na 14.0-0 f5 15.Pxc5 Pxc5 16.Dc2 f4 17.exf4 Txf4 staat zwart beter. Op 18.Tae1 volgt geen 18.Dg5, wegens 19.Pe4, maar 18. … Dd4.
    14.O-O f5 15.Pg3 Pa6 16.Tad1 Pc5 17.Dc2 Lc6 18.Le2 a5 19.Ph5 Met de bedoeling 19…. Ld6 20.Pf4 g5 21.g3.
    19…g5 20.Td4 Ld6
    diakortlind2Kortsjnoi: White is slightly better.
    21.g3 Tad8 22.Dd2 Le7 In verband met een – nu weer mogelijk – f4 wilde ik de velden g5 en c5 blijven controleren.
    23.Td1 Pb7 Een flexibele zet; zwart kan eventueel …Lc5, gevolgd door … Pd6 spelen … of gewoon terug gaan. Ik wilde tijd overhouden voor de echte tijdnoodfase; beiden hadden we hier nog ongeveer een kwartier.
    .

    .

    .

    .

    diakortlind324.Pd5 Nu nog geen stukoffer, maar het komt er wel van. Veel beter is f4 omdat na 24…. Db8 wel 25.Pd5 kan volgen. Op 25…. Lc5 komt dan 26.Pdf6 Kh8 27.Pxd7.
    24…Lc5 Kortsjnoi vertelde na afloop, dat hij hier 25.Pdf6 gepland had. Maar na 26… Txf6 26.f4 gxf4 27.gxf4 wint zwart met de tussenzet 27. … Tg6.
    25.f4 Dh8 Noodzakelijk.
    26.Pc7 Lxd4 Iets te vroeg. Na 26…. gxf4 heeft wit niet beter dan 27.gxf4 omdat 27.Txf4 faalt op 27. … De5.
    27.exd4 Tc8 Er dreigde 28.d5.
    28.fxg5 Txc7 29.g6 Investeert definitief een stuk in het avontuur; het betere alternatief is 29.d5.
    29…d5 Veel sterker is 29…. d6, maar ik wilde de mogelijkheid d5 voor wit uitsluiten.
    30.Tc1 Een echte tijdnoodzet.
    30…Le8 31.Df4 e5 32.dxe5 Lxg6 33.Pf6+ Txf6 34.exf6 Td7 35.De5 Kh7 Met allebei nog een minuut op de klok lijkt de zwarte stelling vast; na “lang” denken speelde wit:
    36.cxd5 Pc5 A tempo, en voordat wit de zet 37.Lb5 kon uit voeren, viel zijn vlag. De witte stelling is verloren na 37.Lb5 Tf7 38.d6 Dxf6 39.Dxf6 Txf6 40.Td1 Pe6!

    0-1

    Sponsoring

    Het is genoegzaam bekend dat ook ‘Utrecht’ zich een tijd heeft laten sponsoren, door het Centrum voor Informatieverwerking (CVI), dat ook andere activiteiten, zoals de simultaanséance van Karpov gesteund heeft. Grootheden als Sosonko, Ligterink, Langeweg, Van Wijgerden en Hofland hebben voor ‘Utrecht’ gestreden, met redelijk resultaat weliswaar, maar niet overtuigend genoeg om de landstitel nog een keer te veroveren. Andere clubs kregen meer geld van hun sponsors en konden dus nog sterkere teams op de been brengen.

    Het sponsoren van het hoofdklasseschaak heeft zijn negatieve kanten, maar toch ook vooral weer uit een weemoedig omzien naar andere tijden, toen de club nog alles was. Heel wat schakers vinden het leuk als gevolg van die sponsoring eens tegen een echte meester of grootmeester te kunnen spelen, waaraan ze door het uitnodigingsbeleid op de grote toernooien niet altijd toe komen. Alleen heel lang geleden, voor de oorlog, kwam je die cracks eveneens tegen in het competitieschaak, zoals ook Lodewijk Prins opmerkt.

    Dat het opstellen van ‘huurlingen’ tot uitwassen kan leiden, is intussen voldoende bewezen door de opmars van de Koningsclub uit Bergen, eerst op lachwekkende wijze alles in de Noordhollandse klei stampend wat deze club tegen kwam, later, wat moeizamer, oprukkend in de KNSB-competitie.

    In het seizoen 1984-’85 komt Koningsclub in de eerste klasse ook Utrecht 2 tegen, dat er eindelijk weer eens in geslaagd is voor een enkel seizoen de op één na hoogste klasse te bereiken. Er wordt heroïsch gestreden, maar natuurlijk blijven de successen beperkt, zodat Koningsclub met 7,5 – 2,5 wint. Veerman maakt aan het eerste bord een zeer verdienstelijke plusremise tegen Sosonko, Prins verslaat Marcus en Olof zegeviert over grootmeester (nou ja, maar toch) Kuligowski.

    simultaan1977olof2

    Deze laatste partij is van historische betekenis. Onze clubgenoot overspeelt zijn tegenstander volkomen, die daardoor zo van de kook raakt dat hij op de negentiende zet een onregelmatige koningszet doet. Olof, boven in beeld, verlangt terecht dat Kuligowski een andere zet met de koning doet en wint de dame.

    Overigens zou hij de partij ook met normale zetten hebben gewonnen, zoals hij de analyse blijkt.

    Erik Olof – Kuligowski
    Meesterklasse 1984/1985
    [Commentaar van Erik Olof]

    1.d4 Pf6 2.Pf3 d6 3.g3 Pbd7 4.Lg2 e5 Met 4. … g6, gevolgd door het fianchetteren van de loper, kon de zwartspeler een Pirc-achtige opstelling innemen. Maar Kuligowski is net als ik een rommelaar. Die speelt graag onregelmatig.
    5.dxe5 dxe5 6.O-O a5 Tegenover de nog zeer regelmatige, gezonde ontwikkelingszetten van wit stelt zwart al weer zo n merkwaardige zet. Hier, of in ieder geval heel spoedig, had zwart toch eens aan de ontwikkeling van zijn koningsloper en aan de rochade moeten denken.
    7.Pc3 Een beetje onregelmatig. Voor de hand lag 7.c4 …, met druk op het centrum.
    7…c6 8.Ph4 Probeert op f5 te gaan klieren. Het antwoord g6 zou de zwarte velden verzwakken.
    8…a4? Kan eigenlijk niet. Iets te onregelmatig.
    9.a3 Dc7 10.b3 Een dubieus zetje. Regelmatiger is 10.Lg5, maar ik wil zwart blijven bezig houden op de damevleugel.
    10…Pb6 Dekt de aangevallen pion.
    11.Lb2 Le6
    diaolofkuli112.Dc1!
    Een geniepig pionoffer op b3. Als zwart nu 12…. Le7 speelt, is er nog steeds niet veel aan de hand.
    12…axb3 13.cxb3 Lxb3? Zwart verkijkt zich lelijk op wits mogelijkheden.
    14.Pb5! Dc8 Andere velden zijn niet beter.
    15.De3! Een afschuwelijk sterke zet, die loper, paard en pion tegelijk aanvalt. Zwart is in alle varianten verloren zoals bijvoorbeeld na 15…. Pc4 16.Dxb3 Pd2 17.Dc3 Pxf1 18.Dxe5 en 19.Pc7.
    15…Pbd7 16.Dxb3 Geen 16.Lxe5? Pg4!
    16…cxb5 17.Tac1 Db8 18.Dxb5 Ta6

    .

    diaolofkuli2Met de dreiging … Tb6. Wit kan bijvoorbeeld niet op b7 slaan: 19.Dxb7? Dxb7 20.Lxb7 Tb6 21.Tc8 Ke7 en wit moet een stuk verliezen.
    19.Lxe5! Maar dit stukoffer is uitstekend, veel beter dan een zet als 19.Dc4 …, waarop zwart zich met 19. … Lc5 gevolgd door de rochade, kan redden.’ We zijn nu aangekomen bij de stelling met de meest onregelmatige zet van de partij: Ke8xe5??!!’ Kuligowski pakt hiertoe eerst zijn eigen koning vast, vervolgens de witte loper, om tenslotte zijn koning op het ontruimde veld te plaatsen. Even later ziet hij wat hij gedaan heeft, grabbelt de koning van e5 en zet zijn dame op dat veld. Uiteraard eist Olof dat hij een zet met de koning doet, maar tot verbazing van de Utrechters verklaren enkele leden van de Koningsclub dat zoiets niet hoeft, omdat zwart kennelijk de intentie heeft met de dame op e5 te slaan. KNSB-wedstrijdleider Schaap beslist na veel kabaal uiteindelijk dat zwart met de koning moet spelen, waarna Kuligowski opgeeft.’Overigens staat wit ook na een zet als 19…. Dxe5 straal gewonnen. Wit vervolgt met 20.Dxb7 met de dreiging 21.Dc8 en 22.Tc3. Een paar varianten: A: 20…. Tb6 21.Dc8 Ke7 22.Tc3 Pd5 23.Td3 of Lh3. B:20… Te6 21.Tc8 Ke7 22.Lh3 g6 23.Td1 met de dreiging 24.Db4 Td6 25.Pf3. Er zijn nog wel tien andere varianten te bedenken maar zwart komt er nooit meer uit.

    1-0

    Triomf maar degradatie

    De triomf kan niet verhinderen dat Utrecht 2 dat seizoen degradeert naar de tweede klasse door een soort noodlot dat dit op papier sterke tiental al jaren teistert. Het ergste is het echter geweest een aantal jaren terug, toen het team weer eens kampioenskansen had, maar in de laatste ronde afhankelijk was van een ander tiental uit de stad Utrecht, dat moest verliezen. Zelf moest Utrecht 2 met een monsterzege Moerwijk van zich af houden. Dat deed het ook; de mensen vochten als leeuwen. Des te teleurstellender was dat het concurrerende tiental gemene zaak met zijn tegenstander maakte om een uitslag te bewerkstelligen. Onbegrijpelijk dat hiervoor slechts een berisping werd uitgedeeld, terwijl dat tiental gewoon promoveerde naar de eerste klasse. Geen ‘Utrecht’ heeft er de volgende jaren een traan om gelaten toen de stadgenoten twee keer achter elkaar degradeerden.

    Ook in het jaar 1984, als Utrecht 1 degradeert, wordt de plaats in de hoofdklasse niet zonder verweer ingeleverd. Een goede demonstratie van de vechtlust-al-is-het-tegen-de-bierkaai toont Pieter Nieuwenhuis in de nu volgende partij tegen Paul van der Sterren, gespeeld tijdens de wedstrijd Utrecht – De Variant.

    nieuwenhuis1Pieter Nieuwenhuis, links in beeld, is één van die jongere leden, die zich als wedstrijdleider voor de interne competitie meer dan verdienstelijk heeft gemaakt. Een recent clubkampioenschap bewijst dat hij ook kan schaken, evenals trouwens deze partij, waarin een scherpe, bij Pieter geliefde variant van het Frans op het bord komt.

    Pieter Nieuwenhuis – Paul van der Sterren
    Meesterklasse 1984/1985

    1.e4 e6 2.d4 d5 3.e5 c5 4.c3 Pc6 5.Pf3 Db6 6.a3 a5?! Gebruikelijk in de doorschuifvariant is 6…. c4. Zwart wil echter zonder de damevleugel te sluiten de opmars b4 verhinderen.
    7.Ld3 Ld7 Niet 7…. cxd4 8.cxd4 Pxd4 9.Pxd4 Dxd4, wegens 10.Lb5.
    8.O-O Nu de zetten a3 en a5 zijn ingelast, is het gunstig voor wit wanneer zwart het pionoffer aanneemt, omdat zwart veld b5 niet meer met … a6 kan dekken: 8…. cxd4 9.cxd4 Pxd4 10.Pxd4 Dxd4 11.Pc3 en nu: 1) 11…. Dxe5 12.Te1 Dd6 13.Pb5 Db8 14.Dg4 … en wit heeft zeer sterk aanvalsspel; of 2) 11. … Db6 12.Pb5! … en zwart kan zijn ontwikkeling niet voltooien.
    8…a4 9.Lc2 Dreigt niet zozeer op a4 te nemen. Zwart heeft dan immers … Pxe5 waarna wit een centrumpion voor een relatief onbelangrijke randpion heeft verloren en zwart zijn slechte loper van de witte velden kan ruilen.
    9…Pge7 10.dxc5 Dxc5 11.Le3 Db5 12.Pbd2
    dianieuwster112…Dxb2?
    Dit faalt op de partijvoortzetting. Beter is 12. . . . Pg6, hoewel wit na de pionoffers 13.Te1 Pgxe5 14.Pxe5 Pxe5 15.Ld4 Pc6 16.c4! dxc4 17.Lc3 … met zijn loperpaar de hele zwarte stelling vast heeft. Na bijvoorbeeld 17. . . Le7 18.Dg4 wint wit c4 al terug, terwijl de zwarte koning vast blijft staan in het midden.
    13.c4! d4!? Zwart compliceert de stelling, omdat hij ziet dat 13… g6 (met het plan … Lg7 en …0-0) faalt op 14.Tb1 Dxa3 15.Txb7 Lg7 16.cxd5 …en nu: 1) 16… Pxd5 17.Pc4 en 18.Pd6 of 2)16… exd5 17.Pc4! dxc4 18.Dxd7 Kf8 19.Le4, waarna 19…. Td8 niet kan vanwege 20.Lxc6 Txd7 21.Tb8 Pc8 22.Lxd7 … en wit heeft, omdat Pc8 ook valt, meer dan genoeg materiaal voor zijn dame.
    14.Tb1 Dxa3 Op 14…. Dc3 volgt 15.Pe4 en 16.Pd6 met vernietiging.
    dianieuwster215.Txb7! Nu faalt 15…. dxe3 op 16.Pb1, met de dubbele dreiging 17.Dxd7 mat en 17.Pxa3 met damewinst.
    15…Lc8 16.Pe4 Nu staan er twee witte stukken in. Makkelijk is in te zien dat 16…. dxe3 niet gaat wegens 17. Pd6 Kd8 18.Pxc8 Pd5 (of 18…. Kxc8 Dd7 mat) 19.cxd5 Kxc8 20.dxc6 en wit blijft een stuk voor. De andere variant is iets lastiger: 16. … Lxb7 17.Pd6 Kd7 18.Pxb7 en nu: 1) 18. … Kc7 19.Pd6 (met de dreiging 20.Pb5) 19. .. Dc5 20.Pb5 en 21.Pbxd4, met verwoestende aanval, of: 2) 18. … Db2 19.Pc5 Kc7 20.Lxd4 Pxd4 21.Pxd4 en de zwarte koning blijft in de problemen vanwege het dreigende 22.Pb5 en Dd7. Het dameoffer 16… Lxb7 17.Pd6 Dxd6 18.exd6 brengt de witte aanval niet tot staan.
    16…Pf5 17.Lc1 Da2 Ook hier zou een dameoffer niet werken: 17… Lxb7 18.Lxa3 Lxa3 19.Lxa4 0-0 20.Db3 … en wit wint nog een stuk.
    18.Tc7 Dxc4 Dekt het paard op c6. Wit wint fraai na 18. … Pb4 19.Lxa4 Dxa4 20.Txc8 Kd7 21.Dxa4 Txa4 22.Txf8! Txf8 23.Pc5 en 24.Pxa4. Wit blijft een stuk voor.’ Ook nu is de combinatie 19.Lxa4 Dxa4 20.Txc8 Kd7 21.Dxa4 Txa4 22.Txf8! Txf8 23.Pc5 en 24.Pxa4 mogelijk; wijkt de koning in plaats van naar d7 naar e7, dan kan wit na Dxa4 Txa4 gewoon op c6 slaan. Maar wat wit doet, is ook goed.
    19.g4 Ph6 Het enige veld. Zoiets demonstreert de armoede van de zwarte stelling.
    20.Lxh6 gxh6
    dianieuwster3In deze stelling kan wit het vonnis op elegante wijze voltrekken met 21.Pf6 Kd8 22.Txc6 Dxc6 23.Pxd4. Naar welk veld de zwarte dame ook vlucht, steeds loopt het verkeerd af: 1) 23…. Dc7 24.Pd6 mat; 2) 23. … Dc5 24.Pxe6 met damewinst; 3) 23…. Dc3 24.Pb5 met damewinst; 4) 23…. Da6, Db7 of Dc4 24.Pxe6 Ke7 25.Dd8 Kxe6 26.Lf5 Kxe5 27.f4 mat; 5) 23…. Db6 24. Pxe6 Ke7 25.Pd5 Kxe6 26.Lf5 Kxe5 27.Te1 Kd6 28.Pxb6, gevolgd door 29.Pxa8 en zwart heeft niets meer over.
    21.Ld3 Wint het paard op c6, en daarom geeft zwart het op. Hij zou nog kunnen vechten met 21… Db3, waarop wit het beste het paard kan laten staan, om met 22.Lc2 Dc4 alsnog de uitgangsstelling voor de zojuist beschreven combinaties te bereiken.

    1-0

    Teveel boeiende partijen!

    Het spreekt vanzelf dat uit de externe competitie van de laatste vijftien jaar tal van boeiende, hoogstaande en verschrikkelijke partijen zouden zijn te memoreren. Ook in de onderlinge competitie zijn natuurlijk legio partijen aan te wijzen die in een gewoon schaakboek niet zouden misstaan. Om de historie van de Schaakclub Utrecht te schrijven, moet de oogst beperkt blijven tot de gegeven voorbeelden, die naar te hopen valt representatief zijn voor de ‘geest van de club’. Een geest die trouwens niet alleen spreekt uit de prestaties van de topspelers, maar ook uit het enthousiasme van de senioren en van wat minder met talent gezegende schakers, die toch het merendeel van onze vereniging uitmaken en die trouw naar de clubavond komen, waaraan zij blijkbaar genoegen beleven. Aan die goede sfeer draagt tegenwoordig weer in hoge mate het clubblad bij, volgeschreven door een team van niet slechts geestdriftige, maar vooral ook deskundige medewerkers. Zij kijken, met oog voor de tijd waarin wij leven, meer dan vroeger het geval was over de grenzen van de eigen vereniging heen, om verrichtingen van clubgenoten ook buiten de clubsfeer te volgen. Zoals het clubblad er tegen het einde van ‘Utrechts’ eerste eeuw uit zag, mag het nog jaren blijven!

    En dan, helemaal tenslotte, het jubileum van 1986. Als de dead-line voor dit gedenkboek valt, zijn de plannen vrijwel uitgekristalliseerd. De sponsoring door ‘Cap Gemini’ van een thematoernooi, waarin zes (groot)meesters: Timman, Van der Wiel, Miles, Nunn, Hort en Polgar, de strijd zullen aanbinden met de besten van ‘Utrecht’, is rond. Een massakamp tegen de rest van Utrecht is in organisatie. We zullen zeker recipiëren en nog meer dolle dingen bedenken voor het jubileumjaar. Oude vrienden zullen elkaar weer ontmoeten en wellicht nieuwe plannen maken.

    Hoe het allemaal ook afloopt, op 5 oktober 1986 begint voor de Schaakclub Utrecht het ‘eeuwig schaak’.

Comments are closed.