• Botwinnik – Tal (1960)

    Posted on februari 28, 2016 by in Beekman

    Tal en Botwinnik

    Robert Beekman

    In 1960 en 1961 speelde Tal en Botwinnik twee matches om de wereldtitel. Tal won, zoals bekend, de eerste, Botwinnik won de return-match, waarop de wereldkampioen in die tijd altijd recht had. De matches waren een interessante discussie tussen activiteit versus positiespel.

    Volgens Sosonko zou in 1958 gedurende de schaakolympiade van München het volgende gebeurd zijn. Botwinnik is  al zo’n tien jaar wereldkampioen en loopt als een patriarch langs de Russische borden. Wie is die jonge invaller op bord 4 eigenlijk? Streng spreekt Botwinnik hem toe als hij zich een frivool pionoffer veroorlooft. Waarom offer jij die pion? Tal maakte een achteloos gebaar met zijn hand en liet zich ontvallen: Ach, hij stond gewoon in de weg. Onthutst is hij door het antwoord. Neemt de jeugd van vandaag het schaken wel serieus genoeg? 

    diatal1958aIk wilde graag weten in welke partij dat dan plaatsgevonden had. Dus zoeken in de database tussen Tals partijen uit München. Is het misschien Tal – Minev? Uit de derde ronde? Zie linkerdiagram. Tal gaat hier verder met d5 exd5 Te1. Ik kan me niet voorstellen dat Botwinnik daar een opmerking over maakt. Het is een logisch en thematisch offer.

    Of is het Beni – Tal uit de tweede ronde? Of Tal – Trifunovic uit de vierde ronde? Of Tal – Sanguinetti? Ik merk al snel dat het geen eenvoudige opgave is. De man offert in elke ronde minstens een pion.

    Dan maar verder zoeken. Ik haal de autobiografie van Tal erbij. Niets kan ik erover vinden. En Tal heeft er zelf ook een handje van om anekdotes te verfraaien dan wel half-waar gebeurde verhalen te verzinnen. Dit zou hij zeker genoemd hebben. Nog verder kijken. Op de website van Max Pam vind ik een interview met Botwinnik.

    De vraag van Max Pam, gesteld met behulp van Sosonko: Er is nog een anekdote. Op de olympiade in Leipzig (1960) bracht Tal weer een van zijn dubieuze pionoffers. U vroeg aan Tal: “Waarom heeft u dat gedaan?”, waarop Tal antwoordde: “Ach, die pion stond gewoon in de weg”. U zou zich daaraan geërgerd hebben, Door diezelfde ergernis verloor u een jaar later de match tegen Tal. Het antwoord van Botwinnik: “Dat is toch flauwekul. Ik heb mij tegen Tal wel geërgerd, maar het was niet Tal die mij ergerde. Ik ergerde mij aan mij eigen spel dat erg zwak was”.

    Weer diezelfde prachtige anekdote. We kunnen er natuurlijk niet genoeg van krijgen. Eén detail slechts: het gaat nu om de schaakolympiade van Leipzig, niet die van München. En nog opvallender: de olympiade van Leipzig vond plaats in oktober en november van 1960, terwijl de door Botwinnik match om het wereldkampioenschap plaatsvond van maart tot mei in datzelfde jaar. Hoe kan Botwinnik de match tegen Tal uit ergernis verliezen vanwege een gebeurtenis die pas een half jaar na de match zal plaatsvinden? En Botwinnik ontkent het ook, al wordt niet duidelijk of hij óók de gebeurtenis zelf ontkent.

    Talbotwinnik1960

    Tal en Botwinnik in hun WK-match van 1960. Aan de lichaamstaal van beide heren kun je al aflezen hoe de verhoudingen verdeeld zijn.

    Nu koppelen de mensen dit antwoord aan Tals incorrecte offers. Had hij zelf niet gezegd: There are two kind of sacrifices: correct ones and mine.. Ook dit antwoord van Tal lijkt aldus een onzinnig antwoord, maar een pion offeren omdat ie in de weg staat is wel degelijk een goed argument. Of het correct was is nog een tweede.

    Waarom won Tal de eerste en Botwinnik de tweede match? Volgens schaakjournalisten was de dynamiek in Tals spel te overweldigend in die tijd, en kon Botwinnik dit alleen maar te lijf gaan door in de tweede match afbraakschaak te spelen en saaie eindspelen te winnen.

    Ik heb hier de autobiografie van Tal, thuis, en kan daar echter geen enkele verwijzing naar vinden. En ook de partijen leveren daartoe niet echt het overtuigende bewijs dat ik verwacht had. Tal, om die reden, noemt een andere reden voor het wisselen van het stokje:

    (1) Gedurende de match van 1960 woonden Botwinnik en ik in aangrenzende hotelkamers. Voordat een partij begon, maakte mijn secondant me blij door Neapolitaanse liederen te zingen (geen idee wat dat is, maar ik stel me zo voor dat luid operageschal door het hotel galmt – RB). Dit inspireerde mij, maar demoraliseerde Botwinnik. In de return-match betrok Botwinnik een ander hotel.
    (2) In de return-match duurde het acht partijen voordat ik mijn gelukspen gevonden had. Die pen vergat ik na die achtste partij mee te nemen. Het duurde een week voor hij weer teruggevonden was.

    Uit de annalen een legendarische partij tussen Botwinnik en Tal. Tal komt daar met één van zijn fameuze offers die een belangrijke bijdrage zou leveren aan het binnenhalen van zijn titel. In zijn autobiografie schrijft Tal hoe moeilijk het was zich goed te concentreren omdat het publiek, in alle staat van opwinding door wat op het bord gebeurde, de tent zowat afbrak.

    Mikhail Botwinnik – Mihael Tal
    Match om wereldkampioenschap 1960, 6e partij

    1.c4 Pf6 2.Pf3 g6 3.g3 Lg7 4.Lg2 O-O 5.d4 Via zetverwisseling zijn we in het Koningsindisch beland, een systeem dat in die net sterk in opkomst was.
    5…d6 6.Pc3 Pbd7 7.O-O e5 8.e4 c6 9.h3 Db6 Dit systeem was een bewuste keuze van Tal. Zwart heeft tactische mogelijkheden tegen pion c4, f2 en b2. Dat maakte het psychologisch interessant tegen Botwinnik.
    10.d5 cxd5 11.cxd5 Pc5 12.Pe1 Tal veronderstelde dat dit een nieuwtje was. Pd2 en Pc4 leek hem logisch; tempowinst door aanval op de dame. Later bleek de zet al eerder gespeeld te zijn door Botwinnik. Botwinnik wil eerst het actieve paard op c5 afruilen en dan de tempowinst overlaten aan Le3.
    12…Ld7 13.Pd3 Pxd3 14.Dxd3 Tfc8 Speelt op twee fronten. … f5 is nog steeds mogelijk, want terugslaan met de loper behoudt actief stukkenspel.
    15.Tb1 Volgens Tal een onnauwkeurige zet. Met De2 kon Le3 ook voorbereid worden. Nu komt de toren op b1 vis a vis de loper op f5. Dit zal later tempoverlies betekenen en maakt het offer van het paard op f4 mogelijk. Het is interessant te lezen in autobiografie van Tal dat hij op dit moment al met het offer op f4 speelde. Botwinnik keek waarschijnlijk zelfs op het moment dat Tal over zeven zetten Pf4 speelt verbaasd op.
    15…Ph5 16.Le3 Db4 17.De2 Tc4 18.Tfc1 Tac8 Ook hier zestien minuten gekeken of Pf4 al kon. Maar nee, de zet vraagt nog meer voorbereiding.
    19.Kh2 f5 20.exf5 Lxf5
    diabotwtal121.Ta1
    Na a3 was Tal ook het stukoffer op f4 van plan, maar onder andere omstandigheden: 21.a3 Db3 22.Pe4 Tc2 23.Txc2 Txc2 24.Dd1 Pf4 “Met ondoorgrondelijke complicaties”; Tal. 25.gxf4 exf4 26.Tc1 en het is moeilijk te zien hoe de complicaties zwart kunnen helpen. Wit kan dames ruilen en blijft een stuk voor staan.
    21…Pf4 Daar is ie dan. Het fameuze stukoffer op f4. Lang werd erover doorgepraat! Lang werd gedelibereerd over de bluf van Tal. Tal zelf stelt dat, als het stukoffer niet goed was, eigenlijk het hele zwarte plan wel op de helling kan. Echter, na een zet als Pf6 staat zwart niet minder. Het zou ook pas later helder worden dat terugslaan met de g-pion op f5 niet noodzakelijkerwijs beter is dan met de loper of paard. In die tijd dachten ze nog dat een zet als Lxf5 een positionele fout is.
    22.gxf4 exf4
    diabotwtal223.Ld2
    “a3 zou de partij gewonnen hebben”. Dat was de strekking van een artikel (achteraf) van Goldberg, de secondant van Botwinnik.
    – 23.a3 Db3 24.Lxa7 Le5 (Dreigt f3 natuurlijk. Drie mogelijkheden voor wit: Kg1, f3 en Lf3) 25.Kg1 b6 (De suggestie van Tal. Zwart dreigt T4c7 en Dd1 Dxb2 Ta2 Txc3 helpt niet. Nee, dat klopt, maar a4 helpt wel:) 26.a4 T4c7 27.Db5 Dxb5 28.axb5 (De loper op a7 lijkt opgesloten, maar pion b6 hangt en na Tb7 of Ld4 wit gaat met Ta6 de druk ophogen.) 28…Tb7 29.Ta6 Ld4 30.Td1 Tc4 (Lc5 Pa4) 31.Lf1 Tb4 32.Pa2 Typisch een variant die een computer zou bedenken, overigens.
    – 23.a3 Db3 24.Lxa7 Le5 25.f3 b6 26.Dd1 Dxb2 27.Ta2 Txc3 28.Txb2 Txc1 29.Dd2 Lxb2 30.Dxb2 T1c2 31.Dxb6 Ta2 32.Dxd6 Tcc2 33.Dd8+ Kg7 34.Dg5 Txg2+ Met de dreiging Ld4 onvermijdelijk.
    35.Dxg2 Txg2+ 36.Kxg2 Ld7 En dit eindspel zal in remise eindigen.
    – 23.a3 Db3 24.Lxa7 Le5 25.Lf3 b6 26.Dd1 Dxb2 27.Ta2 Txc3 28.Txb2 Txc1 29.De2 Dd2 Le4 is vervelend. 29…T8c3 En deze stelling taxeert Tal als onduidelijk. Een typisch voorbeeld van zijn ietwat optimistische taxaties. Zwart heeft een toren voor een dame. “… maar voor het moment merkt zwart daar weinig van.” Na Txb6 Txa3 Tb7 staat wit echter simpelweg gewonnen.
    – 23.a3 Db3 24.Lxa7 Le5 25.Lf3 Ta8 Deze variant is wel zo simpel. Zwart wint gewoon zijn stuk terug. Overigens kan zwart ook in de eerste variant (met Kg1, wellicht het beste) Ta8 in plaats van b6 spelen. Wint geen stuk terug, maar toch beter dan b6. Dat betekent a3 het stukoffer niet echt weerlegt. Als er een weerlegging is, zit dat opgesloten in de aanbeveling van Salo Flohr, die zo direct komt.
    diabotwtal323…Dxb2 Eén zet na zijn offer dacht Tal opnieuw een kwartier na. Had hij iets overzien. Nee, maar het was een offer op positionele, intuïtieve overwegingen. Nu begon het rekenwerk! Het alternatief was Le5, met dezelfde drie mogelijkheden als eerder:
    – 23…Le5 24.Kg1 Dxb2 25.Tab1 Lxb1 26.Txb1 Dc2 27.Tc1 Df5 Met betere stelling voor zwart: de zwakte van de damevleugel telt mee.
    – 23…Le5 24.Lf3 Dxb2 25.Pd1 Da3 26.Txc4 Txc4 Wederom met betere stelling voor zwart, omdat Dxc4 niet kan: 27.Dxc4 Dxf3 28.Db3 De enige zet tegen Dxh3 en f3 en mat. 28…Dxb3 29.axb3 Lxa1
    – 23…Le5 24.f3 Dxb2 25.Pd1 Dd4 26.Txc4 Txc4 27.Tc1 Txc1 28.Lxc1 Dxd5 En deze variant was de reden waarom Tal Le5 verwierp: de drie pionnen wegen niet op tegen het witte stuk.
    24.Tab1 24.Pd1 De5 25.Df3 Na Dxe5 Lxe5 heeft wit de dubbele dreiging Lxa1 en f3. 25…Le4 26.Dxe4 Dxe4 Na Txe4 Tc8 heeft wit te veel materiaal voor de dame. 27.Lxe4 Lxa1 28.Txa1 Txe4 29.Pc3 Td4 30.Le1 En een eindspel dat er iets gunstiger voor zwart uit ziet.
    24…f3 Hier had Tal zijn hoop op gevestigd.
    – 24…Lxb1 25.Txb1 Dc2 26.De6+ Kh8 27.Txb7 Txc3 Dd2 Pe4 is te gevaarlijk voor zwart.
    28.Txg7 Dit leidt tot eeuwig schaak.
    – 24…Lxb1 25.Txb1 Dc2 26.Le4 f3 27.De1 Le5+ 28.Kh1 Txe4 29.Pxe4 Hier kan wit met Pg3 en Le3 consolideren.
    – 24…Lxb1 25.Txb1 Da3 26.De6+ Kh8 27.Pb5 Dxa2 28.Pxd6 En in deze variant neemt wit het initiatief snel over. Slaan op b1 was dus niet goed.
    diabotwtal425.Txb2 Tal had hier gerekend op Lxf3 Lxb1 Txb1 Dc2 Tc1 Db1 Tb1 en remise. Botwinnik was niet van mening beter te staan maar vreesde de volgende variant:
    – 25.Lxf3 Lxb1 26.Txb1 Dc2 27.Tc1 Df5 28.Lg4 De5+ 29.Dxe5 Lxe5+ 30.f4 Txc3 31.Lxc8 De laatste zet had Botwinnik echter gemist; deze variant wint voor wit. Een paar dagen later ontdekte grootmeester Flohr dat wit toch niet verplicht is op herhaling van zetten in te gaan. Hij kwam met de volgende variant:
    – 25.Lxf3 Lxb1 26.Txb1 Dc2 27.Le4 Txe4 28.Pxe4 Dxb1 29.Pxd6 Tf8 30.De6+ Kh8 31.Pf7+ Txf7 32.Dxf7 Df5 33.Dxf5 gxf5 34.Kg3
    – 25.Lxf3 Lxb1 26.Txb1 Dc2 27.Le4 Txe4 28.Pxe4 Le5+ 29.Kg2 Dxb1 30.Pxd6 Lxd6 31.De6+ Kg7 32.Dd7+ Beide eindspelen zijn erg gunstig voor wit.
    25…fxe2 26.Tb3 Td4 27.Le1 Le5+ 28.Kg1 Lf4 Behoudt een heel gunstig eindspel, maar direct winnend was Txc3: 28…Txc3 29.Tbxc3 Td1 30.Tc4 Lb2
    29.Pxe2 Txc1 30.Pxd4 Txe1+ 31.Lf1 Le4 32.Pe2 Le5 33.f4 Lf6 34.Txb7 Lxd5 35.Tc7 Lxa2 36.Txa7 Lc4 37.Ta8+ Kf7 Veel sterker was hier Kg7: 37…Kg7 En nu wint Ta7 Kh6 een stuk voor zwart en staat wit na Te8 d5 ook heel slecht.
    38.Ta7+ Ke6 39.Ta3 d5 40.Kf2 Lh4+ 41.Kg2 Kd6 42.Pg3 Zwart kan nu afwikkelen naar een gewonnen eindspel, maar wit stond toch al helemaal klem.
    42…Lxg3 43.Lxc4 dxc4 44.Kxg3 Kd5 45.Ta7 c3 46.Tc7 Kd4 47.Td7+

    0-1

    talbotwinnik2

    Tal en Botwinnik in hun WK-match van 1961.

    botwinniktal1961

    Nog een keer Tal en Botwinnik.

Comments are closed.